Posts Tagged ‘Chris Coolsma. Afrikaans.’

Chris Coolsma. Wat Afrikaans voor mij betekent (3).

Saturday, October 23rd, 2010

Afrikaans heeft pas echt betekenis voor mij gekregen als voertuig voor vriendschap. Omdat de vrienden schrijvers waren, volgde een safari door de Afrikaanse letterkunde (eigenlijk meer een willekeurige reeks droppings, uitgelokt door vertaalwerk, correspondentie en het verzoek van het Nederlandse webschrift Meander om recensies te schrijven van Zuidafrikaanse dichtbundels.) Zo is het voor mij ook voertuig voor vermaak geworden. Taal is natuurlijk niet alleen een communicatiemiddel. Het is een middel waarmee we onder woorden brengen wat onze zintuigen ons doorseinen. We proberen er het tastbare en ontastbare mee te vangen, maar we scheppen er ook  een nieuwe werkelijkheid mee. Misschien liepen er ooit alleen films in onze hersenen met een klankenstroom als begeleiding. Zoals de walvissen zingen. Tot de stromen zich langzaam splitsten in een woordenstroom en een klankenstroom en de film zowel achtergrondgeluid als ondertiteling kreeg. Waarna de woordenstroom zich verder van de onmiddellijke werkelijkheid verwijderde  en in de hersenen een eigen zelfstandige werkelijkheid vormde. De zee van de verbeelding. Geboorte van de literatuur, al was het eerst nog alleen mondeling. Elke clan zijn eigen taal. Bij ontmoetingen tussen verwijderde clans  werden de verbindingstalen, de scheepstalen, markttalen en de dieventalen noodzakelijk. Taal als afzonderingsmiddel en bindmiddel. Taal als onderdrukkingsmiddel (zie Viktor Klemperer: LTI, de taal van het Derde Rijk, aangehaald in http://www.groene.nl/2010/39/taal-is-niet-stom ) en bevrijdingsmiddel (de taal van Schwitters en de herleefde dialecten als verzet tegen de centrale macht – Baskisch versus Spaans.)

Ik had er nooit over nagedacht, maar wat voor taal is Afrikaans? In beginsel natuurlijk gelijk aan alle andere talen. Bevrijdingstaal. Bindingstaal. Helaas  een tijd lang apartheidstaal, waarmee de kleurloze overheersers  hun onderlinge verbondenheid (=trotse nationalisme) wilden uitdrukken, maar hun taal tegelijkertijd gebruikten om het onderscheid met gekleurden te benadrukken. Dit is wat elites doen. Ze gebruiken er hun taalkundigen, juristen, pr-mensen en spindoctors voor. Geef ze teveel macht en hun taal wordt commando- en propagandamiddel.

De apartheid kwam ten einde en in het begin leek er in de regenboognatie ruimte genoeg voor een regen van talen. Maar het oud zeer was daarmee natuurlijk nog lang niet genezen. Afrikaans werd alleen nog bindingstaal voor de Afrikaans sprekende burgers, vooral omdat Engels als nationale taal werd gekozen. Een bittere pil misschien, maar uit neutraal oogpunt een logische, verstandige keus. Ieder mens op aarde zou minimaal twee talen moeten beheersen: zijn eigen taal en een wereldtaal. Anders praten we letterlijk langs elkaar heen. Engels is de wereldtaal van dit moment – handelstaal, popmuziektaal, filmtaal en wetenschappelijke taal. Een probleem is dat die taal voor velen ook weer onderdrukkerstaal is en bovendien gebruikt wordt in een overheersingsstrijd. Laten we het de cocacolonisatie van de wereld noemen (begrip hoorde ik in 1966 voor het eerst van A. den Hollander, hoogleraar Amerikanistiek in Amsterdam.) Het is niet prettig, maar wel praktisch. Je went er aan.

Betekent dit dat andere talen dan maar moeten verdwijnen? In Europa is de vijandschap van vroeger aan het verdwijnen. Dat heeft lang geduurd, maar nu is het besef gegroeid, dat een taal en de daarmee verbonden literatuur kwetsbare cultuurgoederen zijn. Ze zouden voor verdwijning moeten worden behoed. Het verschil tussen Europa en Zuid-Afrika is, dat Europa uit autonome landen bestaat, die elk hun eigen taal willen behouden. Elk land heeft een eigen regering, die de eigen taal beschermt. Zuid-Afrika is één land, met één regering en die gebruikt haar macht niet om alle talen te behouden. In Europa zijn er speciale programma’s en wetgeving gekomen om het voortbestaan van talen te bevorderen. Die gaan zelfs zover dat kleine, niet-officiële talen toch worden beschermd. We zouden het voorlopig als uitwerking van de vrijheid van meningsuiting kunnen beschouwen, maar ook als uitwerking van legaliteit. De documenten van de Europese unie worden in al die talen geschreven, omdat de burgers anders niet in staat zijn de wetten te kennen. Dat is het resultaat van een politieke strijd, die overigens nooit zal ophouden. In deze dagen is in Nederland een conservatief-populistische regering gevormd, die de noodzaak van bezuinigingen heeft aangegrepen om een kennelijk bij sommigen bestaand ressentiment tegen Hogere Cultuur om te zetten in een volkomen krankzinnig voornemen om onder andere vier van de beste muziekgezelschappen van de wereld om zeep te helpen. Daarover misschien nog eens een andere keer. Hetzelfde kan gemakkelijk ook met taalprogramma’s gebeuren. Alles van waarde is weerloos, immers. En de waarde van een andere dan een eigen taal wordt door mensen die niet geïnteresseerd zijn in andere wereldbeelden en denkwerelden dan hun eigen beperkt-nationalistische al snel volkomen over het hoofd gezien. Sterker nog: hun ressentiment kan omslaan in regelrechte vernielzucht, waar de diversiteit van geloof, cultuur, kunst, taal het doelwit van wordt. Gegeneraliseerd: populisten, nationalisten en andere egoïsten geloven alleen in het eigene en bestrijden het andere, het anders-zijn. Op dezelfde manier als een Nederlandse lokale politicus die in het trotse bezit van één werkende hersencel is, een orkest, dat al bijna een eeuw een cultureel monument is, ‘een clubje tromboneblazers’ noemt, kan gemakkelijk een taal worden afgedaan als onnuttig en van generlei waarde. Dat daarmee ook de mensen, die in en door die muziek of taal leven met hun muziek of literatuur, bij het grootvuil worden gezet, wordt door zulke politici vergeten. Daarom maak ik mij grote zorgen om het Afrikaans.  Op dit moment belooft het politieke klimaat in Zuid Afrika weinig goeds, lijkt mij.

Want veranderde de verhouding tussen wit, zwart en bruin? Wel waar het weldenkende mensen betreft. Maar nog lang niet genoeg om de angel uit het probleem te halen. Ik durf te wedden dat er heel veel witmense zijn, die er niet eens een seconde over nadenken, hoe bedenkelijk het is dat ze door swartmense nog steeds met ‘baas’ worden aangesproken. Het overkwam mij regelmatig toen ik in Zuid Afrika was en het woord sloeg me telkens als een sjambok in het gezicht. Baas? Omdat ik een blanke ben?  Ik ben uw baas niet, ik kan het niet zijn en ik wil het niet zijn. In dat woord ‘baas’ liggen afstand, misverstand, wrok en haat besloten.

Diep tragisch vind ik dit, want Afrikaans is de taal van mijn vrienden, die voor hen van levensbelang is. Het is deel van de identiteit van miljoenen mensen, het is een voertuig voor kunstbeoefening, middel voor scheppen van schoonheid, het is een uniek cultuurgoed van grote betekenis, net als elke taal. Taal wordt deel van ons, we laten horen dat we leven met de eerste kreten en we spreken laatste woorden uit. Daartussen ademen we woorden. Wie ons onze taal ontneemt, verstikt ons.

Er moet iets gebeuren. Zo lang de talen in SA immers niet worden losgezongen van de nog zo verse vete, zolang ze niet als een cultuurgoed in zichzelf worden gezien, van levensbelang voor de sprekers van die taal, zal het niet goed aflopen, vrees ik.

Het wezenlijke probleem is, dat de zwarte bevolking eeuwen lang stelselmatig ontmenselijkt is, behandeld zoals je je hond nog niet zou behandelen, vertrapt, verjaagd van zijn land, gedwongen tot bittere armoede. Daardoor is ook hun besef van de waarde van het leven van anderen verdwenen. Als je maar lang genoeg als minderwaardig beest wordt behandeld, ga je je ook als minderwaardig beest gedragen. Je hebt geen kans gekregen, jezelf als volwaardig mens te ontwikkelen. Je hebt de kennis niet kunnen vergaren en je bent van je waarden en waardigheid ontdaan. Komen daar niet vele van de excessen uit voort waar iedereen in Zuid-Afrika onder lijdt, elke dag weer? Is dat niet de voornaamste reden voor het verlies van status van het Afrikaans en voor het geleidelijk verstikken van die taal door de ANC-regering?

Ik las ‘Kitaar my Kruis’ nadat ik dit had opgeschreven. Ik zocht naar een gedicht om dit betoog mee af te sluiten. Dat vind ik niet in de bundel van Adam Small, omdat het niet ‘die Here is, die het gaskommel’, maar ‘die mens die het geblaps’. Het lot van Afrikaans ligt in handen van mensen. Het is in gevaar als gevolg van blunders van mensen. Het wordt tijd voor een tweede verzoeningscommissie.

Chris Coolsma. Wat Afrikaans voor mij betekent (2)

Friday, October 15th, 2010

Nadat ik de geschiedenis van mijn verhouding met het Afrikaans uit de doeken had gedaan, barstte op Versindaba een felle discussie los. Die discussie is nodig, werd me verzekerd, maar ik besefte des te meer dat ik mij naïef en blijmoedig begeven had in een oud moeras vol giftige doornstruiken en boomslangen die je onverhoeds in de nek kunnen vallen. Afrikaans is onderdeel geworden van een politiek-economische strijd met partijen voor en tegen. Alle gradaties van extreem tot gematigd zien we in die strijd optreden. Het bracht me een tijdje tot zwijgen, wat sommigen misschien wel goed uitkomt. Maar nu is het tijd om verder te gaan.

Hoewel het Afrikaans van mijn jeugd – we leerden op de lagere school liedjes als Sari Mareis, Bobbejaan klim die berg, Mama ‘k wil ‘n man hê, Ry maar an ossewa – besmet was geraakt, kon ik in 1994, weinig wetend, zonder veel bijgedachten een Afrikaans gedicht lezen, dat me onmiddellijk pakte. Natuurlijk, ik kende  ‘Jong seun’, dat mij inmiddels even dierbaar was geworden als ‘De idioot in bad’ van Vasalis. Het kwetsbare lijf, zo liefdevol beschreven door twee grote dichteressen. Ik had gehoord van Ingrid Jonker, al wist ik te weinig over haar. Breytenbach was in Nederland bekend, maar voor zijn verzen was ik toen nog niet geduldig genoeg. Over het Afrikaans op zich had ik nooit lang nagedacht.

Terzijde wil ik direct opmerken dat ik Afrikaans helemaal geen lelijke taal vond (net zo min als Duits en Nederlands), zoals sommigen zo graag beweren. Dan wordt altijd de klank bedoeld – ik kan me tenminste niet voorstellen dat iemand een taal lelijk kan vinden omwille van de grammatica, wel nodeloos ingewikkeld – en deze talen zijn nu juist bijzonder klankrijk. Welke taal kent die rijke tweeklanken van de ij, de eu, de ou, de oe, de ae? Waarom zijn keelklanken lelijk? En is dit een argument voor het verwaarlozen of verdwijnen van een taal? Wie de taal in de volgende drie gedichten niet prachtig vindt, begrijp ik niet en sterker nog, die begrijpt mij ook niet.

Renaissance

Die windstil yswit winters

sou eindeloos kon wees – my fonteine

verstrak tot netwerk en my vingers

tot die tande van ‘n tuinvurk –

maar altyd: een verruklike dag,

met die klinkklank

van versplinterende glas,

begin stadig stadig elke wal

van ys

in blink stukkies uitmekaar te val.

(Ina Rousseau, Verzamelde gedigte 1954-1984)

Mondnacht

Es war, als hätt der Himmel

die Erde still geküsst,

dass sie im Blüthenschimmer

von ihm nur träumen müsst.

Die Luft ging durch die Felder,

die Aehren wogten sacht,

es rauschten leis’ die Wälder,

so sternklar war die Nacht.

Und meine Seele spannte

weit ihre Flügel aus,

flog durch die stillen Lande,

als flöge sie nach Haus’.

(J.v.Eichendorff, dit gedicht is op ademrovende muziek gezet door zowel Robert Schumann als Johannes Brahms)

Danszaal bij het water

Laat licht vloeit over schittering in winterstilte.

Lage schaduwen raken langer, dragen ver;

groepjes bomen schurken samen, her en der

verspreid en voorbereid op bittere, wittere kilte.

Wij wandelen onder de netten

van de zwarte skeletten van  bomen. Zij raken

de lucht aan met trillende vingers  en maken

speciaal voor ons gangen en zalen. Luister,

fluister je en onder de bomenbogen

lispelt het oude riviertje, onbevroren,

hoog daarboven komen verloren

pratende ganzen gevlogen.

Nog later licht speelt een dansend spel

met de rimpelingen op het zilverwater

en discovlekjes flitsen op de stammen.

Deze danszaal bewaren voor later.

(Chris Coolsma, Gedroomde gedichten)

Natuurlijk kon ik beter de mei van Gorter, of willekeurig welk gedicht van Vasalis of Vroman citeren, maar dit gedichtje illustreert ook goed wat ik bedoel. Het gaat om de klank. Hoezo lelijk?

De vraag is echter of Afrikaans iets anders, of meer voor mij betekent dan bijvoorbeeld Frans, Iers of Swahili.

Ik keer nu terug bij het gedicht dat mij pakte. Als ik de historie geen geweld aan wil doen, moet ik  ‘Oplaas’ van Louis Esterhuizen hier voor het voetlicht slepen. Inmiddels weet ik dat het vele andere gedichten van hem hadden kunnen zijn, die mijn aandacht hadden kunnen vangen. Nu was het ‘Oplaas’ , geplaatst op een gezegende dag in 1994, in een later aan ongemodereerd schelden ten onder gegaan elektronisch tijdschrift, de Opkamer (het is een van de ziekten van deze tijd dat schreeuwlelijken overal op het Web het schrille geluid van hun eencellige brein kunnen achterlaten – de Mexicaanse hond is terug van weggeweest.)

Niet zozeer het gedicht zelf, maar de correspondentie die volgde, wekte mijn belangstelling voor Zuid Afrika. Ik geef toe, ik was aanvankelijk op mijn hoede. Het spijt me – een witte Afrikaan, die moest ik eerst even politiek determineren. Dat duurde niet lang. Al spoedig was het de taal die ons bond en scheidde. Ik moest meer te weten komen over Afrikaans om zeker te weten dat we elkaar verstonden.  De betekenis van Afrikaans werd duidelijk: de taal bood onverwachts toegang tot een vriend en tot een letterkunde waar ik vrijwel niets van wist. Daar moest en wilde ik meer van weten!

Zo begon het vertalen van gedichten. Een volmaakte manier om een taal te leren kennen, om de schrijver te leren kennen en om de letterkunde uit zijn land beter te leren kennen. Ik kan het aanbevelen, het scherpt het brein en is bron van eindeloos plezier. Je moet immers wel meer weten van de achtergronden, om een gedicht goed te vertalen? Een goed gedicht is onderdeel van een tijdloos weefsel van gedichten in het verleden en de toekomst. Het was Joan Hambidge van wie ik leerde wat intertekstualiteit is. Het is een woord dat ik eigenlijk liever niet gebruik, net als poeticaal (over lelijke woorden gesproken!), maar er is geen goed alternatief voorhanden. Terwijl ik mij verdiepte in de bundel Patzers (teneinde dichter bij de schrijver te geraken), ontdekte ik weer eens hoe bitter weinig ik wist en begreep van de literatuurgeschiedenis. Sylvia Plath, Ana Blandiana, Paul Celan, Patti Smith, Charles Bukowski en ander vrolijk gezelschap trad mij op de vaak grimmige, maar ook vaak speelse bladzijden van deze bundel tegemoet. En daar was dan de werkelijkheid van het alledaagse Zuid Afrika:

Honger

(uit Patzers, 1997:41)

Zoals zij

de hongerigen

ben ik naar jou

gekomen

greep ik wat ik

wilde zoals zij

dikwijls doen

drukte ik jou

tegen de grond

spleet je benen

vaneen

rukte

je kleren open

liet knopen springen

door de lucht

o god het bloed

spoot over mij

over jou

striemen gekrabt

de scheve

lip

opgezwollen snee

op je voor

hoofd

Gegrepen want ik

was hongerig

bang en kwaad

zoals zij

dikwijls

zijn

(wordt vervolgd)

  •