Posts Tagged ‘Chris Coolsma. Louis Esterhuizen. Driek van Wissen.’

Chris Coolsma. Onbedaarlijk gelach met Driek.

Friday, May 28th, 2010

Blaasontsteking, Blueshotel, bonhomme, bourgondisch, circustent, champagne, cigaren uit Kampen, cowboyhoed, Esterhuizen, Frederik van Eeden, Hoeksche Waard, Liechtensteinerette, onbedaarlijk gelach in de nacht, Pekinees, priëel, Rawie, Steakhouse, Wilmink, wolkbreuk.

Deze op het oog cryptische woordenverzameling vat de herinnering samen aan een onvergetelijke gebeurtenis in het gezelschap van een onvergetelijke man.

Het was de natste zomer van de vorige eeuw, de dijkbewaking in de Hoeksche Waard was opgeschaald, en een literair genootschap waarvan  ik de naam vergeten ben, had besloten om Louis Esterhuizen een prijs uit te reiken. Louis vroeg me om in zijn plaats te gaan, het genootschap kon hem niet tegemoetkomen in de reiskosten. Reeds bij onze aankomst bij het festivalterrein in de Hof van Moerkerken in Mijnsheerenland stormde het.  Onheilszwangere onweerswolken pakten zich samen boven de eeuwenoude bomen op het landgoed. Een nerveus zwartharig manneke leidde ons naar een prieel onder krakende kastanjebomen, waar de VIPs onthaald werden. Ik herkende de anderen meteen. De man die mij met spottend lachje ontving met de woorden: ‘Ah, de laureaat’ zag en zie ik in uiteenlopende staten van alcoholisch verval bijna dagelijks langsfietsen in de straat waar ik werk. De ander, meestal in zijn gezelschap te vinden in het beste café van Groningen, de Wolthoorn, zag ik ook vaak. Op de tafel in het priëel dus sigaren van de beste kwaliteit en dito champagne in een koeler. Aan tafel twee onbedaarlijk gevatte dichters, waar zich wat later de derde meest geestige dichter van Nederland bij voegde. Voor ons werd het spitsvondigheden lopen. De alcoholvoorziening zorgde er voor dat ik alles wat gezegd werd helaas vergeten ben, maar de beelden zijn alcoholbestendig gebleken. Ik verzeker iedereen die het niet meegemaakt heeft: meer dan drie uur doorbrengen in het gezelschap van Jean-Pierre Rawie, Driek van Wissen en Willem Wilmink was een bijna fatale aanslag op de gezondheid. Dood door schaterlach, het had me kunnen overkomen.

Het festival begon. De regen viel met duwbakken uit de hemel. De bekende dichters waren al spoedig aan de beurt. Langzaam verkleumend hoorden wij hen voorlezen uit meegebrachte bundels. Voor het eerst luisterde ik bewust naar de sonore stem van van Wissen en zag ik dat hij niet alleen heel geestig kon schrijven, maar ook erg goed kon voordragen. Daar hoorde ik voor het eerst:

Pekinees eten

In China at ik vaak mijn buikje rond,

Maar toen ik eenmaal happig wilde weten

Hoe het gerecht tussen mijn stokjes heette

Kreeg ik als antwoord kort en bondig: hond!


Mijn hemel, ik had zomaar hond gegeten,

Besefte ik verschrikt met volle mond,

Ook omdat ik de smaak best prettig vond

Bekroop mij toch de lust om door te eten.


En toen het mormel mij voor ogen stond

Dat thuis vaak op mijn stoepje had gescheten

En dat ooit na een trap onder zijn kont


Mijn dure broek aan stukken had gereten

En mij vervolgens bloedig had verwond

Heb ik de hond eens lekker teruggebeten.


Wat me nu treft, is hoezeer hij zelf in dit gedicht figureert. Happig, buikje rond, dure broek, ik zie hem voor me in zijn weergaloze kostuum met vlinderstrikje. Ik vermoed dat hij ook bij zijn pyama zo’n strikje droeg, het had hem gepast. Men zegt wel dat dichters een stem hebben. Ik denk daarbij ook altijd aan hun eigen voordrachtsstem. Ik kan dit gedicht niet lezen zonder daarbij de auteur voor me te zien en hem zelf het gedicht te horen voordragen.

Aan het eind van de avond, nadat de ook aanwezige Hans Plomp  (red de paddo!) schaamteloos een plaatselijke dichteres dodelijk had beledigd, ik me voornam om het programmaonderdeel dat ‘open podium’ heet, voortaan koste wat het kost te vermijden (ook als deelnemer), en mijn vrouw over beginnende blaasontsteking begon te klagen, mocht ik dan de prijs voor Louis in ontvangst nemen. De beroemde dichters waren wijselijk allang vertrokken, wat ik niet erg vond. Zo geestig als zij zal ik immers nooit worden. Blij ontving ik een mooi keramieken kistje en een oorkonde, die ik direct terug moest geven, want de organisatie zou er voor zorgen dat Esterhuizen de prijs kreeg.

Wij mochten eindelijk naar het hotel met de aantrekkelijke naam Newland Steakhouse and Saloon, een wolkbreuk verwijderd van de ondergelopen circustent. Onder vervaarlijk schommelende lichtguirlandes vonden we de klapdeuren naar de saloon. Eindelijk warmte. We kregen cowboyhoeden uitgereikt en zagen twee barkrukken vrij naast een rijtje mannen in driedelig kostuum en cowboyhoed. De man naast mij keek op en ik staarde in het grijnzende gezicht van Driek van Wissen, twinkelende ogen onder borstelige wenkbrauwen. Terwijl zich een bronstig taalsteekspel voltrok tussen Rawie en een Leidse literatuurlector, met als inzet een interessante jongedame, genoten wij verder van de scherpte en hartelijkheid van Driek. Bij lange na niet voorzien van het uithoudings- en alcoholopnamevermogen van de Groningse dichters zochten wij amechtig van het lachen onze kamer op.

Een uur of langer later werden we ruw uit onze alcoholische slaap geroepen door een op hoge toon gevoerde discussie over de vraag wie waar bij wie zou gaan slapen. Bij het ontbijt zat van Wissen er frisgewassen en energiek bij, terwijl wij probeerden onze kater en het slaapgebrek met sinaasappelsap te blussen.

Louis Esterhuizen heeft zijn trofee nooit ontvangen. Van Wissen zag ik nog vaak in Groningen, altijd in gezelschap van Rawie, grote sigaren, veel drank en bulderend gelach van omstanders. Nadat hij zo vriendelijk was om de inwijding van een dichtbundel met pleziergedichten voor zijn rekening te nemen met een briljante parodie op de Liechtensteiner, hadden we nog een korte e-postwisseling. Mijn laatste plagende woorden aan zijn adres zijn helaas bewaarheid.

Liechtensteinerette voor Driek

In Groningen krioelt het van de dichters,

Zo blijkt uit NRC en Telegraaf,

En elk verdient een eigen epitaaf

De een iets zwaars, de ander juist iets lichters.


Het uwe zit gebeiteld, al valt het u vast zwaar:

Ook sonettettendichters zijn eenmaal de sigaar.

  •