Posts Tagged ‘Gerard Scharn’

Drie nuwe Stemgrepe: Joan Hambidge & Gerard Scharn

Monday, September 21st, 2020

Joan Hambidge. “Ignatia bid vir orde”. Uit: Nomadiese sterre, Onvoltooid. N.P. van Wyk Louw 50.

Joan Hambidge. “N.P. van Wyk Louw (1906 – 1970)”. Uit: Lykdigte, Tafelberg, 2000; herdig: 2020.

Gerard Scharn. “Taal ontmaskerd”. N.P. van Wyk Louw 50.

N.P. van Wyk Louw 50. Gerard Scharn

Friday, February 14th, 2020

 

 

taal ontmaskert

 

wat denkt de man aan een tafeltje als hij

een glas bier drinkt wanneer hij om

zich heen kijkt en het glas op het viltje zet

 

ziet hij stamgasten en passanten hoort hij

ze praten interpreteert hij hun lichaamstaal

hun gebaren en de kleding die ze dragen

 

wat zegt de man aan het tafeltje als hij

wordt aangesproken heeft hij een antwoord

paraat op moeilijke vragen van een vrouw

 

die komt aangeschoven en heeft nagedacht

over de absurditeit van het leven dat een mens

als los zand door de vingers glijdt

 

heeft de man een optie haar te ontwijken

in een overvol café waar hij zichzelf deze

vraag dagelijks stelt en zit om de krant te lezen?

 

*

 

hij kan haar antwoorden dat er woorden zijn

om deze problemen te benoemen maar hij

trekt ze niet voorgaats en zwijgt in alle talen

 

verborgen achter een masker dat sympathie verraadt

wenkt hij de bediening voor nog een bier en voor

haar een wijn

 

de man aan het tafeltje zal zich voorstellen

als van wyk louw haar naam zal hij omschrijven

in een taal die daarvoor de mooiste woorden kent!

 

© Gerard Scharn 2020

 

 

 

Gerard Scharn: 4 Gedigte

Saturday, December 28th, 2019

blue

lady zingt de blues in jiddish
haar stem vervreemd in klank
door wodka en machorka

verwaaid in rook en damp
van kamp en getto tussen
belomor en terezin

een lied doordrenkt van wanhoop
stukgeslagen dromen in pogroms
of een zelf verkozen dood

lady zingt de blues in jiddish
een stem vervormd door brandewijn
kriegstabak en kasbek papirosi

haar lichaam uitgewoond in verlaten
huizen en kazernes aangeboden aan de
hoogste bieder voor wat oudbakken brood

 

wie verre reizen doet (een verslag)

de vorsten van de minirijkjes op verre eilanden
houden parkieten en papegaaien in bamboe kooien
concubines leren ze lieve drieletterwoordjes

zingen vijfstemmig bij een serinette het lied
van de voorvaderen waarvan de namen voortleven
gebeiteld in arduinen zuilen gedreven in heilig veen

er brandt riet en wierook er wordt gedronken
en gedanst als de vogels trots als pauwen
lieve drieletterwoordjes fluisteren in de rode

oortjes van de concubines van de vorsten van
de kleine koninkrijkjes de kleine potentaatjes
op te grote tronen die hun geslacht vervloeken

waar de hofnar gezoogd door de koninklijke min
haar zog vergeven van spiritus en absint na
het spenen in zijn delirium een koprol maakt

 

abstract verdriet

ik ben de held van het janklaassenspel
de sokpop in de koffer van een straatartiest
een plankmarionet op een buffetkast

ik dans op verlaten perrons
ik zwaai naar onbekenden die ik lief heb
vertrokken met de noorderzon

ik ben de kwast in de toneelkist
de man met zotskap en marot
een buikspreekpop een paspop

voor de nieuwe kleren van een keizerin
op de catwalk tussen venussen in bont
reizigers in god en klerikale travestieten

ik zwaai naar onbeminden op een wereldreis
de mensen van minvermogen op de vlucht
wilde ganzen in de lucht de vrijheid tegemoet

ik draag het boetekleed van de zondebok
het strepenpak van de kettingganger
de schuldenlast van de verworpenen der aarde

 

de smaak van vochtig bos

het laatste tuinfeest van de keizer
is voorbij de gasten afgedropen met
een kater de glazen halfvol

geen toost zo zouteloos als de woorden
van de ceremoniemeester een oud-strijder
uit een tijd die men graag wil vergeten

de keizerin danst met de generaal
de generaalse met de keizer terwijl
het dweilorkest een laatste wals probeert

  •