Posts Tagged ‘Hans Tentije’

Louis Esterhuizen. Hans Tentije wen die Hans Berghuisstok-poësieprys vir 2012

Monday, October 22nd, 2012

 

Hans Tentije (foto) is ‘n merkwaardige digter oor wie se vertalings van e.e. cummings se gedigte al vantevore berig het. So ook van die Maastricht International Nights wat hierdie week plaasvind en waartydens Charl-Pierre Naudé as amptelike gasdigter sal optree.

Tydens dié besonderse fees, waarvan Hans van den Waarsenburg die organiseerder is, word die wenner van die Hans Berghuisstok voor Poëzie bekend gemaak en volgens die mediaverklaring wat ons van Van den Waarsenburg ontvang het, word dié prys vanjaar aan Hans Tentije toegeken. Vorige wenners van dié gesogte prys is onder andere die Sjinese digter Duoduo (2002), die Frieslande digter Tsjêbbe Hettinga (2004), die Israeliese digter Ronny Someck (2006), die Suid-Afrikaanse digter Breyten Breytenbach (2008) en die Nederlandse digter Menno Wigman (2010).

Die prys sal Saterdagaand, 27 Oktober aan Tentije oorhandig word deur Menno Wigman. Die lofrede word gelewer deur Cyrille Offermans.

Die Hans Berghuisstok vir poësieHans van den Waarsenburg skryf soos volg oor die Hans Berghuisstok-poësieprys: “Dit is een literaire prijs van de gemeente Maastricht en The Maastricht International Poetry Nights. De prijs is genoemd naar de dichter Hans Berghuis, wiens wandelstok na zijn dood in 1994 werd geschonken aan mij. Berghuis’ wandelstok wordt tijdens The Maastricht International Poetry Nights om de twee jaar  doorgegeven als symbool van de originaliteit en de kracht van poëzie. Aan deze prijs is bovendien een geldbedrag verbonden van € 4,000.”

Ter verdere toeligting: Hans Tentije (Beverwijk, 1944) het tot dusver al 14 digbundels gepubliseer, met Alles is er (1975) as debuut. Onlangse publikasies is In de tussentijd (2008) wat ook foto’s bevat deur Peter Bes, Als het ware (2010) en die gesamentlike bundel  In omgekeerde richting (2011) wat hy saam met Jan Bernlef geskryf het. Tentije se werk is al vantevore bekroon met die Van der Hoogt-prys, die Herman Gorter-prys en die Guido Gezelleprys.

 Vir jou leesplesier volg Cyrille Offermans se lofrede hieronder. En glo my, indien jy jou eerskomende Saterdag in die omstreke van Maastricht bevind, moet jy jou na die teater La Bonbonnière, agter die Comedie 1, haas. (Dis glo naby die OL Vrouweplein geleë.) Toegangsgeld word agterna betaal en jy besluit self hoeveel jy bereid is om as toegang te betaal; gebaseer op wat dié ervaring vir jou werd was … (En ek grap nie; dis hoe dit gedoen word waar dit wérklik saak maak.)

Wat ‘n feestelikheid! Dié partytjie gaan gróót wees.

Soos beloof, die lofrede ten gunste van Hans Tentije, een van Nederland se gewildste digters. Uiteraard met dank aan Hans van den Waarsenburg vir die insending daarvan.

Hier is een dichter aan het woord die geen behoefte meer heeft aan artistiekerige kunstjes of puberaal vuurwerk, maar iemand die heeft geleerd zich volledig over te geven aan – en dus ook volledig te vertrouwen op zijn zintuigen. En die zintuigen zijn altijd denkende of in elk geval talige zintuigen, zintuigen op zoek naar deugdelijke zinnen die zijn waarnemingen ook voor anderen toegankelijk maken.

De dwingende kracht van deze poëzie schuilt in zijn superieure, op het eerste gezicht soms bijna prozaïsche volzinnen. Ze zijn lang en van een grote elegantie, ze lopen in een doorgaans rustig ritme, zich vertakkend over vele versregels naar een onvoorspelbare bestemming. De vele bijzinnen en tussenzinnen, de omkeringen en opsommingen dwingen tot een vertraagde lectuur.

Soms komen die zinnen even tot rust in een gedachtestreep, maar dan worden ze weer voortgestuwd, over de gedachtestreep heen, door nauwgezette, gefaseerde waarnemingen, want deze poëzie is zintuiglijk als geen andere. Er moet lang geschaafd zijn aan die zinnen, uitsluitend met het oog op een grotere zintuiglijke rijkdom en een van alle bedompte studeerkamerlucht bevrijdde, opnieuw natuurlijke, lange, vitale adem – alsof er voortdurend een frisse zeewind door de regels waait.

Hans Tentije beschikt over een groot gevoel voor suspense. In een schijnbaar neutrale beschrijving van een alledaagse plek weet hij een onbestemd gevoel voor drama op te roepen, een sfeer van dreiging of melancholie. Niet zelden is er het vermoeden van oorlog of andersoortig geweld, maar het blijft bij een aanduiding, een beeld dat in een oogopslag gezien kan worden en dan weer even plots verdwenen is.

 

***

 

Louis Esterhuizen. Hans Tentije se vertalings van e.e. cummings-gedigte

Monday, April 2nd, 2012

 

Hans Tentije is ‘n begaafde digter uit wie se pen daar reeds nege digbundels verskyn het. Maar hy is ook die skrywer van jeugromans en etlike literêre essays. En dan blyk dit nou ook dat hy hom as vertaler kan onderskei.  So het Raster as deel van die program waarvolgens hulle bepaalde bydraes tot vorige uitgawes op die internet beskikbaar stel, pas Hans Tentije se vertalings van gedigte deur die enigmatiese e.e. cummings (foto)  geplaas; ‘n digter by wie Tentije volgens onderstaande aanhalings uit ‘n artikel deur Cyrille Offermans besondere aanklank behoort te gevind het:

“Tentije is misschien niet een van de productiefste dichters van het Nederlandse taalgebied, ook niet een van de meest in het oog springende, maar wel een van de belangrijkste, en dat al vele jaren. Zijn poëzie heeft niets programmatisch – dat kan een verklaring zijn voor zijn relatieve onbekendheid. Ze zet zich niet aftegen en zoekt evenmin aansluiting bij de een of andere stroming, ze heeft zich ontdaan van alle opsmuk en aanstellerij, als het woord niet de verkeerde, autistische, associaties zou oproepen zou ik zeggen: hij schrijft pure poëzie.”

“Want in den beginne was de waarneming. En Tentije is een begenadigd waarnemer, ik gaf daar in het begin van dit stuk al een paar voorbeelden van. Hij is een meester in het discrete analytische kijken, in het tastbaar maken van bijna onwaarneembare veranderingen en bewegingen in complexe verschijnselen.”

En van hierdie “begenadigde waarneming” getuig Tentije se vertalings ook soos onderstaande vers van kan getuig. Maar, gaan loer gerus in by Raster. Daar is nog drie ander ook om te geniet. Indien dit egter Cummings is wat jou interesseer, kan jy gerus hier en hier gaan kyk na vorige stukke oor dié reus onder reuse.

***

 zij komen
anders en hetzelfde
met ieder is het anders en is het hetzelfde
met ieder is het ontbreken van liefde anders
met ieder is het ontbreken van liefde hetzelfde

voor haar de vredige daad
de bedreven poriën het goeiige geslacht
het niet te lange wachten het niet al te lange berouw het gemis
in dienst van wat er is
die paar hemelsblauwe vodden in het hoofd de vastgelopen
delen van het hart
heel de verlate genade van een regenbui die ophoudt
bij het invallen
van een augustusnacht

voor haar leeg
hij vol
liefde

goed goed er is een land
waar de vergetelheid waar de vergetelheid zacht
op de naamloze werelden rust
daar verzwijg je je hoofdje hoofd is sprakeloos
en je weet nee je weet niets
het gezang van de dode monden sterft weg
over de zandige oever het heeft de tocht volbracht
er valt niets te betreuren

mijn eenzaamheid ken ik kom die ken ik slecht
ik heb de tijd zeg ik bij mezelf ik heb de tijd
maar wat voor tijd uitgehongerd gebeente de hondse tijd
de tijd van de onophoudelijk verblekende hemel mijn greintje hemel
van de lichtstraal die oogvormig gevlekt omhoogschiet trillend
van de mikrons van de duistere jaren

jullie willen dat ik van A naar B ga ik kan het niet
ik kan er niet uit ik ben in een land zonder sporen
ja ja dat is me iets moois wat je daar hebt iets heel moois
wat is dat stel me geen vragen meer
spiraal stof van ogenblikken wat is dat hetzelfde
de stilte de liefde de haat de stilte de stilte

 

© Hans Tentije (Raster #25, 1983)

 

Teenstrydige generasies

Thursday, April 14th, 2011
Omslag

Omslag

By die Nederlandse uitgewery Meulenhoff het daar onlangs ‘n besonder belangrike bloemlesing, De tegenstrijdige generatie, onder redakteurskap van Yves T’Sjoen verskyn. Wat dié boek interessant maak, is dat T’Sjoen die versplinterde groeperings wat sedert die 1970s in bykans alle digkunste ter wêreld geld, ignoreer en terugval op die haas uitgediende generasie-groepering; sonder om tematiese en stilistiese verskeidenheid in berekening te bring: “In De tegenstrijdige generatie zijn belangrijke Nederlandstalige dichters bijeengebracht die debuteerden in de jaren zeventig. Deze dichters, geboren tussen 1944 en 1954, zijn inmiddels gevestigde namen. Maar voor oeuvrebouwers en geleidelijk tot wasdom gekomen stemmen in het hedendaagse poëzielandschap, bestaat steeds minder kritische (en volgehouden) aandacht. Met deze bloemlezing krijgen deze dichters de plek die ze toekomt.” 

Yves T'Sjoen

Yves T

In totaal word 16 uiteenlopende digters in hierdie bloemlesing byeengebring, te wete: Robert Anker, Benno Barnard, Huub Beurskens, Frans Budé, Eva Gerlach, Jacob Groot, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Hester Knibbe, Frank Koenegracht, Anton Korteweg, Wiel Kusters, Leonard Nolens, Willem Jan Otten, Hans Tentije, Miriam Van hee en Ad Zuiderent. 

Volgens die berig by De Contrabas het Yves T’Sjoen hom soos volg hieroor uitgelaat: “[Er was] de vraag onder welke vlag de expositie moest worden gepresenteerd. Er werd eerst gedacht aan ‘Een bescheiden generatie’, maar dat klonk nogal geringschattend, want de dichters die tussen 1968 en 1984 hun eerste stappen op het poëzieforum zetten, zijn allerminst bescheiden te noemen. Ze zijn dan wel geen ‘omroepers van oproer’, hun dichterschap kan beslist niet als low profile worden omschreven. ‘De tegenstrijdige generatie’ leek beter te passen. (…) De gemeenschappelijke karakteristiek die deze dichters verbindt, is dat ze met zijn allen weigeren een generatie te vormen. Het is mijns inziens het begrip ‘generatie’ zelf dat in deze titel geproblematiseerd wordt.”

En waarskynlik is dit die voorlaaste sin hierbo, “(d)e gemeenschappelijke karakteristiek die deze dichters verbindt, is dat ze met zijn allen weigeren een generatie te vormen”, wat ook die problematiek van ons eie groepie tagtigers onderstreep, aangesien hulle hulself ook nog nooit as “groep” beskou of aangebied het nie, en na alle waarskynlikheid as gevolg daarvan ook nie juis prominent in ons eie literêre geskiedskrywing gereflekteer word nie.

Nietemin, ter wille van volledigheid: Yves T’Sjoen se De tegenstrijdige generatie staan tans natuurlik ook in die spervuur vanweë die name wat volgens se benadering wél kwalifiseer, maar nogtans onbreek; digters soos Gerrit Komrij (gebore 1944, debuteer 1968) en Rob Schouten (gebore 1954,  debuteer 1978) word veral voorgehou as beduidende afwesiges.

Vir ‘n omvattende bespreking en beskouing van die digters wat hierin opgeneem is, kan jy gerus Chrétien Breukers se artikel gaan lees. As leestoegif plaas ek graag Luuk Gruwez se gedig “God skryf ‘n brief“, soos dit deur Hennie van Coller in Afrikaans vertaal is, hieronder.

***

Sedert gister het Marlies Taljard ‘n gedig van haar eie geplaas, terwyl Andries Bezuidenhout ‘n stuk oor Paul Celan en sy ikoniese gedig Todesfuge gelewer het.

Hê pret daarmee.

Mooi bly.

LE

 

God skryf ‘n brief

 

Ek het dit nie gedoen nie. Dit was iemand anders.

Ek was toe net besig met die miervreter, kopererts,

en al die visse

in die Atlantiese oseaan.

Dit was tog sekerlik nie ek nie.

 

Ek was nie daar nie, watter dag!

Pas het ek Saturnus en Uranus se mane klaar,

of sowaar, ek moes tyd en taal versin

en titels vir die meeste van my handewerk.

 

Ek was pootuit, vind nêrens rus,

want slaap was nog nie geskape nie.

My oeuvre het in omvang toegeneem.

Veral die vrou het vreeslik sorg geverg.

Sy moes nog skouers kry en ‘n kapsel,

verliefdheid, mymeringe, moederskap.

En erogene sones waarvan ek weinig weet.

 

Ek het geen tyd gehad, watter dag!

Daar’s van my verwag deur hulle wat toe nog nie was

dat daar ‘n oerknal sou wees in die heelal.

En dan die regte volgorde, ja dit veral:

die proefbuisbaba en die tandestokkie,

die boorplatform en ook ekself.

 

Eintlik wou ek net sê, liewe vriend:

dit was beslis iemand van ‘n ander oorde,

‘n konkurrent met meer talent,

wat iets so salig en sagaardigs

geskep het soos die dood.

 

© Luuk Gruwez (vertaling: HP van Coller, Bandelose gedigte, 2007: Praag Uitgewers)

 

 

Edwin Fagel. Oefeningen.

Tuesday, April 5th, 2011

Dinsdag

 

‘Wacht anders maar even,’ zei ik. Er stond een witte Ford te keren. Hij reed langzaam achteruit. Je wachtte niet. ‘Er was genoeg ruimte,’ zei je toen ik kwaad werd. Dat was afgelopen weekend. Vanmorgen drukte je je als een kat tegen mijn buik. Het was tijd om op te staan. Deze regenachtige dag breng ik op de bank door, in het halfduister. Ik stel er een eer in heel rustig in en uit te ademen. Mijn hartslag regelmatig te houden. Te glimlachen telkens als de klok slaat. Je leek zo sterk toen je boos was. Zo zeker van je zaak. Je gaf gas, de bomen trokken steeds sneller voorbij. Maar even later, toen je bij het stoplicht op wilde trekken, sloeg de motor af.

 

De griezelige precisie waarmee hij het had voorzien – ‘Ik rijd

levensgevaarlijk hard en binnenkort rijd ik me dood’…

 

Bedwelmend uiig is de geur van het witte, omtrent mei

en juni volop bloeiende daslook

 

op de plek waar hij in zijn roekeloosheid toen

uit de bocht vloog, zoveel voorjaarsavonden verder

 

al van zijn leven verwijderd intussen –

 

[Hans Tentije, fragment uit ‘Bergen NH, Eeuwigelaan‘, Deze oogopslag.]

 

Ik drijf de slaap in en uit. In gedachten hoor ik je de sleutel in de voordeur steken. Hoor ik je in de hal je jas ophangen. De deur van de huiskamer opendoen. Hallo! Het begint al donker te worden, hoe laat zou het zijn? Waar ben je nu? Degene die u probeert te bellen neemt niet op. U kunt geen voicemail inspreken. Hij of zij zal een melding van de gemiste oproep ontvangen.

 

(Edwin Fagel)

 

  •