Posts Tagged ‘Jos Versteegen’

Janita Monna. Onooglijke voorwerpen

Wednesday, July 10th, 2013

Jos Versteegen – Een huis verlaten

Vader en moeder zijn overleden. In de badkamer ligt nog een stukje zeep. Het is plat geworden, als een ‘tong’, door veelvuldig gebruik. Onaanzienlijk en met grijze barsten ligt het in een plastic bakje. Bij het verdelen van de erfenis liet niemand zijn oog vallen op dat broze stukje ‘Palmolive’: ‘Zeep, soms met barstjes, erf je niet,/ daar branden ovens voor.’ Maar dichter Jos Versteegen heeft het, voor het in de vuilverbrandingsoven belandde, toch gezien. En dankzij die zeep zag hij ook zijn ouders weer even, ’s ochtends vroeg ‘wanneer het raam nog donker was’ en ‘[s]chuimbelletjes, half weggegleden’ verraadden dat ze zich net gewassen hadden.
Het gedicht is te lezen in de recent verschenen bundel Een huis verlaten. Al eerder schreef Versteegen over zijn ouders: Slapen bij een warme man (2008) was het portret van een moeder, een zelfstandige boerenvrouw die, oud geworden, langzaam aftakelt in een verzorgingstehuis. De opvolger Zijn overhemden op jouw huid (2010) beschreef herinneringen aan een jeugd op het platteland. 
Een huis verlaten is het sluitstuk van dit drieluik en houdt de herinnering aan vader en moeder levend aan de hand van allerhande onooglijke voorwerpen uit hun nalatenschap. Spullen die een even vanzelfsprekende als onnadrukkelijke plaats hadden in hun dagelijks leven. Zoals afwashandschoenen, ‘dweiltjes en natte doeken’ die moeder gebruikte ‘om vensterbanken [mee] af te nemen’, het Lourdesflesje (Maria met een dopje, souvenir uit het bedevaartsoord), een oud kasboek, en de ‘portemonnee’, waarin vader het geld stopte nadat ‘de prijs/ van het verbaasde paard of kalf/ met handenklap was vastgesteld’.
Het zijn tedere, kleine herinneringen aan momenten zo alledaags dat ze maar al te makkelijk vergeten worden. Ze doen een beeld oprijzen van gelovige ouders, van een huisvrouw met ‘werkmanshanden’ en een hardwerkende boer, die ook van een borrel en een middagje kaartspelen hield. In de verte doet Een huis verlaten denken aan de roman Gesloten huis (1994) van Nicolaas Matsier, waarin de schrijver het huis van zijn overleden moeder leegruimt.
Zachtmoedig is Versteegen ook in zijn kalme, fluisterende taal. Hij heeft geen grote woorden of excentrieke beelden nodig om zijn ouders dichtbij te houden: hergebruik van een versleten handdoek of portemonnee volstaat, of het dragen van de trouwring van zijn vader ‘zes gram, met krassen van zijn werk’. Toch zit daarin uiteindelijk ook de zwakte van de bundel. Want al schemert vertwijfeling door, en al wordt ook op de eigen vergankelijkheid gezinspeeld – waar gaan deze spulletjes heen, wie kent nog het gebruik ervan, als ook de erfgenaam er niet meer is? – de gedichten blijven aan de oppervlakte. Versteegens gemoedelijke woorden houden herinneringen tegelijk op afstand. Zodat het is alsof voor de oude, bijna vergeten wereld die in deze gedichten wordt opgeroepen een vitrage hangt, waarachter de ouders als vage schimmen zichtbaar zijn.

Portemonnee

Een zwarte beurs, drie vakjes, leeg.
Drukknoopjes, bovenop wat roest,
beginnend scheurtje in het leer,
misschien waar hij zijn nagel zette
voor tegendruk, wanneer de prijs
van het verbaasde paard of kalf
met handenklap was vastgesteld
en borrels en sigaren wachtten.

Je ziet hoe hij zijn duim bespuugt,
de bankbiljetten telt, opvouwt
en wegschuift in het zwarte leer.
Het zou november kunnen zijn.
De wagen met het paard of kalf
die naar de hoofdweg draait terwijl
het geld al warm is in zijn jas
en hij een zaaltje binnengaat.
Jenever, bier en harde stemmen
die zeggen dat er nachtvorst komt,
zon regen of een derde oorlog.

Jos Versteegen – Een huis verlaten. Nieuw Amsterdam, 56 pagina’s, 17,50 euro, ISBN 9789046813522

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.