Posts Tagged ‘Kira Wuck’

Janita Monna. Dikke melancholie

Thursday, July 25th, 2013

 

Kira Wuck – Finse meisjes

Voorheen begon het met een aarzelende publicatie van een paar gedichten in een literair tijdschrift. Die werden dan hopelijk opgemerkt door een uitgever en na verloop van tijd volgde een bundel. Als proeftuin is het tijdschrift tegenwoordig grotendeels vervangen door het podium. Hedendaagse debutanten hebben een ‘slamkampioenschap’ op zak en filmpjes van voordrachten op festivals staan op YouTube, lang voor er een bundel ligt. Ook Kira Wuck is op YouTube te zien en te horen, onder andere met deze regels: ‘Sylvia en ik gaan naar de Hema/ voor een wegwerpbarbecue/ in de Hema kun je een heel leven terecht/ van rompertje tot doorlekzeil’. Haar rustige stem vormt een mooi contrast met het saaie feest waar de beide vriendinnen uit dit gedicht belanden en Sylvia’s verrassende wens dat ‘iemand iets in mijn drankje’ doet. Het stoere, geestige, en tegelijk treurige vers, is nu te lezen in Finse meisjes, Wucks debuut.

Haar gedichten kennen tal van dergelijke, licht absurde, bevreemdende situaties. Die scènes scharniert ze soepel aaneen, waardoor kleine verhaaltjes ontstaan. Zo zou je bijvoorbeeld ‘Mijn ouders zijn goed in ontvreemden’ een familiegeschiedenis in acht strofen kunnen noemen. Over ouders met ongebruikelijke gewoontes als elpees stelen uit de bibliotheek, zwart rijden in de tram, verliefd worden op de logopedist en een kind dat dat allemaal registreert. Die onschuldige kinderblik maakt het even grappig als tragisch.

Personen en personages in Wucks gedichten staan ietwat scheef in de wereld, ze kampen behalve met ‘excentrieke’ familieleden, met eenzaamheid, zoeken contact, verliezen dat weer. Ontmoetingen bloeien op – in een wasserette bijvoorbeeld – om in de laatste regel weer te doven: ‘Als we uiteengaan zeg je/ dat je de was niet meer op zaterdag doet/ dat we voortaan de wasdagen zullen verdelen.’

Een jongen ligt ‘met zijn sokken van gisteren’ in bed tussen de (vlees)reclamefolders. Nuchter wordt opgemerkt: ‘vanbinnen zien we er allemaal uit als gehakt’. Vooral in dat soort bizarre oneliners – ‘Eenzaamheid ruikt naar kalfslever in een ovenschaal’ is ook zo’n fijne – zit het poëtische van Wucks poëzie. Maar daar staan slappe regels tegenover, waarin een sterk begin troebel wordt door een teveel aan woorden: ‘De gordijnen zijn klam vandaag –/ ze zouden het liefst tegen je aan willen plakken/ omdat jij mij verdragen kunt mag je naast me komen liggen.’ (Wuck maakt overigens graag zinnen met het woord ‘plakken’).

Ze schreef ook een gedicht voor de Russische dichter Boris Ryzji, die zichzelf op 26-jarige leeftijd verhing en die in Nederland een zekere cultstatus heeft. Wuck lijkt zich thuis te voelen bij de dikke melancholie van Ryzji’s poëzie. De baldadige Finse meisjes uit haar titelgedicht zijn aan het werk van de Rus verwant: ‘als het lente wordt laten ze zich vollopen/ om de laag beschaving van hun huid te krabben’. De regels in dit gedicht zijn verhaaltjes op zich (eerder misschien wel dan poëzie), hopelijk werkt Kira Wuck die ook nog eens uit.

Finse meisjes zeggen zelden gedag

maar zijn niet verlegen of arrogant
je hebt alleen een beitel nodig om dichtbij te komen
ze bestellen bier voor zichzelf
reizen de hele wereld af
terwijl hun mannen thuis wachten
als ze boos zijn sturen ze je een rotte zalm

Overwinteren doen ze op een bank onder de sneeuw
als het lente wordt laten ze zich vollopen
om de laag beschaving van hun huis te krabben
ze hangen rond in bushokjes
en soms naakt in een meer

In de nachtbus zetten ze hun tanden in de rubberen stoelleuning
als ze niet in slaap gevallen zijn

 

Kira Wuck – Finse meisjes. Podium, 54 pagina’s, 15 euro, ISBN 9789057595455

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.