Posts Tagged ‘Leo Vroman’

Carina van der Walt. Leo Vroman word 98.

Monday, April 15th, 2013

 

LEO VROMAN WORD 98

 

Die Nederlandse digter Leo Vroman het op 10 April vanjaar 98 jaar oud geword. Daarmee is hy die grootste, langslewende digter van Nederland. Hy is in Gouda gebore. Vroman het in 1946 gedebuteer en ’n jaar daarna na die VSA verhuis, waar hy steeds in New York woon. In Nederland is hy bekend as digter. In Amerika is hy veral bekend as bioloog en sy navorsing wat tot die ontdekking van die Vroman-effek gelei het. Hy het onder andere die P.C. Hooft-prys (1964) en die VSB Poësieprys (1996) gewen in sy lang oeuvre van 27 jaar. Een van sy bekendste gedigte is Voor wie dit leest.

 

Voor wie dit leest

 

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,

maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,

mijn hete hand uit dit papier niet steken;

wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

 

O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.

Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;

verzacht het vreemde door de druk verstenen

van het geschreven woord, of spreek het uit.

 

Menige verzen heb ik al beschreven,

ben menigen een vreemdeling gebleven

en wien ik griefde weet ik niets te geven:

liefde is het enige.

 

Liefde is het meestal ook geweest

die mij het potlood in de hand bewoog

tot ik mij slapende voorover boog

over de woorden die Gij wakkerleest.

 

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn

en door de letters heen van dit gedicht

kijken in Uw lezende gezicht

en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

 

Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,

zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;

en laat Uw blik hun innigste niet raken

tenzij Gij door de liefde zijn gedreven.

 

Lees dit dan als een lang verwachte brief,

en wees gerust, en vrees niet de gedachte

dat U door deze woorden werd gekust:

ik heb je zo lief.

 

(Uit: In Amerika, 1946 – 1958)    

Luuk Gruwez. Gedichten van een wonderbejaarde

Friday, August 26th, 2011
 

 

Deze recensie over de laatste bundel van Leo Vroman verscheen eerder in De Standaard der Letteren.

GEDICHTEN VAN EEN WONDERBEJAARDE

 

Dat zoiets als een wonderkind bestaat: oké, dat wil je wel aannemen. Maar het bestaan van een wonderbejaarde is al veel minder evident. Toch is het geen overstatement Leo Vroman zo te noemen. ‘Daar’ is een verzameling gedichten van maar liefst 216 bladzijden die de thans zesennegentigjarige dichter tijdens de afgelopen jaren bijeengeschreven heeft. Onvermijdelijk is dat soms met een zekere rijmlust en op automatische piloot gebeurd. Maar net zo goed is hier en daar een pareltje te lezen. Het bewijst dat Vroman niets van wat men met een log cliché als ‘frisheid’ bestempelt, verloren heeft. Wat levert ouderdom overigens op voor de poëzie die hij schrijft? Alvast een grotere betrokkenheid op het lichaam met zijn soms bizarre kwaliteiten en zijn toenemende mankementen, alsook een focus op het essentiële, om niet te zeggen het primaire, datgene wat de zintuigen direct frappeert. En verder vanzelfsprekend een vermogen om de dingen die voorbij zijn met voldoende relativiteitszin en heel veel zelfspot naar waarde te schatten. Maar daaraan heeft het Vroman nooit ontbroken.

 

Zoals zovelen van zijn collega’s wijdt hij gedichten aan het schrijven, hier – meer specifiek – aan het schrijven op de oude dag, alsof hij daarmee wat hij ‘het einde van het einde’ noemt, almaar uit probeert te stellen, hoewel hij beweert dat hij inmiddels overal vrede mee heeft. Vorige bundels van zijn hand droegen laconieke titels als ‘Nee, nog niet dood’ en ‘Soms is alles eeuwig’. Zolang dat einde er niet onomkeerbaar is, blijft Vroman vanwege zijn sprankelende geest veeleer de dichter van het begin van het einde dan van ‘het einde van het einde’. Sprankelen is wat deze gedichten in elk geval willen doen, bijvoorbeeld in zeer fysieke gedichten over de spijsvertering. Zij moeten de dichter zelf en zijn lezer wakker houden. Zij ademen volop levendigheid en levenslust in de schaduw van een dood die wel enigszins dreigend over de dichter heen blijft balanceren, maar kennelijk niet weet hoe te vallen.

 

Niet te geloven dat hier nog altijd een haast kinderlijke verwondering regeert over al het bestaande. Zij wordt gekoppeld aan het nuchtere waarnemingsvermogen en de nieuwsgierigheid van de wetenschapper die Vroman tenslotte ook is: misschien is deze alliantie wel het geheim van zijn lange leven. De poëzie blijkt een terrein waarop hij sinds zijn kindertijd nooit ouder is geworden. Wat hem daarnaast ook in leven houdt, is zijn absolute weigering om zich door een poëtische burn-out te laten aanvreten. Deze gedichten vormen  met hun onverstoorbare getol een soort perpetuum mobile waarmee de dichter ook zichzelf draaiend houdt. Sommige van zijn collega’s beschouwen de eeuwigheid als een tijd die hun na de dood vergund zal zijn. Vroman doet er alles aan om dichtenderwijs te bekomen dat hij dat eeuwigheidsgevoel al tijdens zijn leven mag beleven, vanwege het feit dat er geen einde aan zijn einde komt. ‘Al voel ik een einde naderen,’ schrijft hij, ‘toch blijf ik groeien/ als een beuk met
zwarte bladeren.’

 

Geestig is deze dichter in hoge mate. Niet alleen wanneer hij het over zijn eigen lijf heeft en hoe dat er onderhand uitziet. Ook, bijvoorbeeld, in een gedicht gericht aan zijn uitgevers: ‘Staar ik voor het laatst achterom/ als ik aan het eindpunt kom/ en zie mijn verzamelde werken/ toch nog niet uitgegeven/ dan zal ik jullie wel even/ iets pijnlijks laten merken:/ dan blijf ik doodgewoon leven.’ Als lezer weet je na zo’n uitspraak niet wat je moet wensen: dat de dichter onverzameld in leven blijft of dat zijn verzameld werk nu eindelijk eens uitgegeven wordt.

 

____________________

 

LEO VROMAN

 

Daar

 

Querido, 19,90 euro

 

 

 

 

Omslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The Forward book of poetry, 2010

Friday, January 15th, 2010
Omslag

Omslag

Een van die opwindenste projekte in Brittanje is die jaarlikse publikasie van The Forward book of poetry wat as oogmerk het om die beste gedigte wat in ‘n bepaalde jaar in Engels verskyn het, byeen te bring. So het die 2010-uitgawe enkele weke gelede in die boekwinkels gearriveer en inderdaad is dit ‘n besonderse publikasie aangesien verlede jaar beslis ‘n blomjaar vir die Britse digkuns was.  Gedigte van hul vernaamste digters, sowel as nuwelingdigters, is hierin opgeneem.

Die beoordelaars vir die drie Forward-pryse, wat dus ook die samestellers van dié publikasie is, het die bloemlesing soos met vorige uitgawes ingedeel volgens die kategorieë waarin die beoordeling plaasgevind het, naamlik beste digbundel van die jaar, beste debuutbundel en beste gedig, gevolg deur 70 “hoogs aanbevole” gedigte deur ‘n verskeidenheid digters.

As sulks is The Forward book of poetry waarskynlik die suiwerste aanduiding van die stand van Britse digkuns wat jy te lese kan kry.

Onder die digters wat vir die beste bundel van die jaar genomineer is, tel literêre reuse soos Don Paterson (wat uiteindelik as wenner aangekondig is), asook Glyn Maxwell, Sharon Olds, Peter Porter, Chrisopher Reid (wat intussen die Costa-prys vir poësie gewen het) en Hugo Williams.

As toegif plaas ek vanoggend die titelgedig uit Don Paterson se bekroonde bundel Rain (2009: Faber & Faber) heel onder.

Die besonderhede van die boek is soos volg:

TITEL:                                    The Forward book of poetry, 2010

SAMESTELLERS:                 Josephine Hart, et al

UITGEWER:                         Forward, London

ISBN:                                     978 0571 2536 30

PRYS:                                     R150.00

***

Vanoggend lê die eerste wisselkaart, wat deur Luuk Gruwez gespeel is, op die tafel. Hierdie eerste aflewering van ons nuwe projek is ‘n bespreking van Leo Vroman se nuutste digbundel, Soms is alles eeuwig. Verdermeer kan jy Ian Raper se toespraak, wat verlede jaar tydens die bekendstelling van Lucie Möller se bundel, Watermerke, gelewer is, lees. In die vertaalkamers is daar verskeie toevoegings soos die heerlike gedig van Peter Holvoet-Hanssen wat deur Charl-Pierre Naudé vertaal is, asook gedigte van Yannis Ritsos en Sylvia Plath wat deur Johann de Lange vertaal is.

***

Dan is dit vandag Hans du Plessis se verjaarsdag. Hans is uiteraard bekend vir sy gedigte wat geskryf is in die Griekwa-dialek en as sulks een van die mees geliefde en gewaardeerde digters in Afrikaans. Veels geluk, Hans. Mag dié jaar vir jou ‘n blomjaar wees.

Nou ja, toe. Die naweek is op hande. Gebruik dus die geleentheid om ietsie oor jou eerste swig voor die sjarme van poësie te skryf en na die Brieweboks te stuur. Die tyd raak min, want volgende maand is daar ‘n nuwe tema met nog ‘n kompetisie wat wag …

Geniet die naweek. Nuuswekker hervat Maandag weer.

Mooi bly.

LE

 

Rain

Don Patterson

 

I love all films that start with rain:

rain, braiding a windowpane

or darkening a hung-out dress

or streaming down her upturned face;

 

one long thundering downpour

right through the empty script and score

before the act, before the blame,

before the lens pulls through the frame

 

to where the woman sits alone

beside a silent telephone

or the dress lies ruined on the grass

or the girl walks off the overpass,

 

and all things flow out from that source

along their fatal watercourse.

However bad or overlong

such a film can do no wrong,

 

so when his native twang shows through

or when the boom dips into view

or when her speech starts to betray

its adaptation from the play,

 

I think to when we opened cold

on a rain-dark gutter, running gold

with the neon of a drugstore sign,

and I’d read into its blazing line:

 

forget the ink, the milk, the blood-

all was washed clean with the flood

we rose up from the falling waters

the fallen rain’s own sons and daughters

 

and none of this, none of this matters.

 

(c) Don Paterson (Uit: Rain, 2009: Faber & Faber) 

 

  •