Posts Tagged ‘Lieke Marsman’

Janita Monna. Dwanggedachten en waandenkbeelden

Sunday, May 25th, 2014

 

Lieke Marsman – De eerste letter

 

De ‘a’ is de eerste letter van het alfabet en de ‘a’ is ook de eerste letter van het woord ‘angst’. Tot zover geen nieuws. Vermeldenswaardig wordt het pas als die beide, taal en angst, een speciale verbinding aangaan. Zoals dat gebeurt in de nieuwe bundel van de jonge dichteres Lieke Marsman, waarin angst voor van alles en nog wat de poëzie in de weg zit: ‘Poëzie / lijkt me vandaag (…)/een oude geliefde/ van wie ik het nummer/ nog niet uit mij telefoon/ durf te wissen’.

Dat Marsman een denker was, toonde ze al in haar debuut Wat ik mijzelf graag voorhoud (2010), waarvoor ze zo’n beetje alle debuutprijzen kreeg. In die gedichten was een kleine anekdote of gebeurtenis genoeg om een uitdijend heelal van gedachten op te tuigen.

Maar in De eerste letter is de taal niet meer zo vanzelfsprekend. Poëzie is verdrongen door dwanggedachten (alle staten van Amerika in alfabetische volgorde zetten) en waandenkbeelden (‘Als alles op mij betrekking had’) die een eigen leven leiden en die maar moeilijk tot bedaren gebracht kunnen worden. Op papier klinkt het ongeveer zoals het er in het hoofd aan toe moet gaan, er is voortdurend gepraat: Marsman dicht alsof ze mompelt in zichzelf, dan als ruziet ze met (ex)vriendjes, om zich plotseling te realiseren: ‘tegen wie praat ik eigenlijk?’

Die gedachten schakelt ze losjes aaneen, hink-stap-springend van bijvoorbeeld wolven, naar een schorpioen naar een geit met een navelstreng. Ofwel, ze hult paniek in een flinke dosis absurditeit. Zonder door zich overigens te overschreeuwen. Integendeel, want in de kieren van die groteske situaties, is angst en kwetsbaarheid voelbaar; niet voor niets valt nu en dan het woord ‘zacht’.

De bundel is te lezen als een poging de taal weer terug te krijgen, zich al pratend aan de haren uit het moeras te trekken en rust in het hoofd te vinden: ‘De mooiste mens/ is de mens die niet nadenkt; die zichzelf genoeg vertrouwt om geen/ woorden nodig te hebben in het hoofd bij het zetten van een kopje/ thee.’ Maar waar aanvankelijk gezocht wordt naar hulp – ‘dat iemand me hieruit tilt’ – eindigt De eerste letter met een wiegeliedje. De panische storm, lijkt te zijn gaan liggen. Er is rust, er is iets als een begin van liefde voelbaar, en ook de poëzie is terug: ‘Is er een einde aan dit ontegenzeggelijk zwijgen// ten overstaan van het gehamer van binnen?’

Het wiegeliedje leest zelfs als een teder en praktisch levensadvies. Met een paar regels die zo op een tegeltje kunnen:

 

het moeilijke aan ouder worden is niet

dat je steeds verdrietiger wordt

maar dat je steeds meer woorden krijgt

om je verdriet te beschrijven

 

 

 

POËZIE

 

Op het moment voelt het wel

een beetje alsof ik weer achter het

zwembadgebouw een verstopplaats

loop te zoeken ja, een vochtige plek

met plastic frietbakjes

en bladgroen voor mijn ogen.

Ver weg knaagt iets

een weg in mij, wat veiligheid

zou kunnen zijn, maar zo

voel ik me eigenlijk altijd

wel een beetje als ik net

ben klaargekomen

en alleen nog maar het muffe dons

van de dekens ruik. Ik probeerde

De hele dag op het woord

‘Bastognekoeken’ te komen

en toen dat eindelijk lukte, bleef ik

gewoon op bed zitten. Poëzie

lijkt me vandaag een land

waar ik geen ticket naar toe

heb gekregen, een oude geliefde

van wie ik het nummer

nog niet uit mijn telefoon

durf te wissen, een ver eiland

vol pinguïns.

 

Lieke Marsman – De eerste letter. Van Oorschot. 64 pagina’s, 14,50 euro, isbn9789028260580

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.
 Zie verder: de Volkskrant, Cultuurbewust.nl, Meandermagazine.net, Liter, NRC Handelsblad 



Louis Esterhuizen. Lieke Marsman wen twéé belangrike debuutpryse

Friday, June 17th, 2011
Lieke Marsman

Lieke Marsman

Gisteraand is dit tydens die Poetry International Poetry Festival te Rotterdam bekend gemaak dat Lieke Marsman se debuutbundel, Wat ik mijzelf graag voorhoud, vanjaar met die C. Buddingh-prys bekroon is. Soos dit die geval is met ons eie Ingrid Jonker-prys, is dié bekroning vir die beste debuutwerk van die voorafgaande jaar. Terselfdertyd is dit ook aangekondig dat sy nóg ‘n belangrike prys, Het Liegend Konijn se tweejaarlikse debuutprys, verower het. Die prysgeld beloop onderskeidelik 1.200 en 2.500 euro.

Volgens die beoordelaars se commendatio vir die C. Buddingh-prys die volgende: “Een opmerkelijk voldragen en overtuigend debuut. Marsmans gedichten hebben iets van onvoorspelbaar meanderende beken, draaikolken en taalwoelingen, waarbij je telkens even een glimp opvangt van de formidabele vis die hier in en uit het water springt”. 

En, indien jy dit gemis het, kan jy gerus Luuk Gruwez se insiggewende stuk oor Lieke Marsman by Wisselkaarten gaan lees.

Wat ij mijzelf graag voorhoud

Wat ij mijzelf graag voorhoud

By wyse van lusmaker die openingsparagraaf: “Wat ik mijzelf graag voorhoud, het debuut van de tweeëntwintigjarige Lieke Marsman wordt door enkele Nederlandse recensenten bejubeld als een der beloftevolste debuten van de jongste jaren. Daar valt inderdaad veel voor te zeggen, hoewel – zoals steeds bij een debuut dat boven het maaiveld uitsteekt – het klassieke gevaar van overschatting dreigt. Waarom charmeert deze poëzie? Lieke Marsman is jong en fris. Op foto’s die men in de pers gretig van haar afdrukt, oogt zij ontwapenend. En zij staat er: haar gedichten laten voor iemand van haar leeftijd een onmiskenbare eenheid van toon horen, iets wat haar blijkens een uitspraak in een interview na aan het hart ligt. Vrijwel alles in haar bundel is herkenbaar uit dezelfde pen gevloeid. Wat zij schrijft zijn absurdistische reflecties, meditaties, bespiegelingen. En als Marsman haar bestaan niet bijeen denkt of droomt, verzint zij het wel. Want ja, om het systeem in de wereld te achterhalen, moet je het verzinnen. Verzinnen is een vorm van zingeving: ‘(…) ik kan door alle bomen het bos zien,/ omdat ik achter alles iets verzin’.”

Hieronder volg die vers “Oerknal” vir jou leesplesier.

*** 

 

OERKNAL

 

‘s Avonds zegt een natuurkundige op televisie

dat het ook mogelijk is dat het heelal op een dag

niet langer zal groeien, maar langzaam, sneller

dan het licht, ineen zal klappen. In dat geval

zouden er na ons nog triljoenen heelallen

kunnen ontstaan en hangen we nu slechts

onder aan een stamboom van universa. Stel je voor

dat je jezelf enkel voort kunt planten

door niet meer te bestaan.

 

‘s Ochtends, wanneer ik bij de start

van een dag zie hoe ik opnieuw ben gaan

ademhalen, vergelijk ik dit heen en weer

gegooi van sterren met mijn op en neer

gaande borsten, met de antenne van

een radio, die je doelloos in en uit

kunt blijven schuiven en vervolgens,

vooralsnog mijn meest geslaagde poging,

met een zeeanemoon.

 

(c)  Lieke Marsman (Uit: Wat ik mijzelf graag voorhoud, 20109: Uitgeverij G.A. van Oorschot)

 

Kortlys vir C. Buddingh-prys bekend gemaak

Monday, April 25th, 2011
Lieke Marsman

Lieke Marsman

Volgens ‘n berig by De Contrabas is die kortlys vir vanjaar se toekenning van die C. Buddingh-prys verlede week bekend gemaak. Dié prys, wat soortgelyk is aan ons eie Ingrid Jonker-prys, beloop € 1.200 en word jaarliks aan die beste poësiedebuut van die voorafgaande jaar toegeken.

Die genomineerdes (in alfabetiese volgorde) is: Y.M. Dangre (Meisje dat ik nog moet), Dennis Gaens (Ik en mijn mensen), Marjolijn van Heemstra (Als Mozes had doorgevraagd) en Lieke Marsman (Wat ik mijzelf graag voorhoud).

Die beoordelaars is Anja de Feijter, Koen Stassijns en Maarten Elzinga. Die prys sal tydens vanjaar se 42ste Internasionale Poësiefees te Rotterdam op Donderdag, 16 Junie, aangekondig word. (Die fees self duur van 14 tot 19 Junie 2011.)

Omslag

Omslag

Nietemin, geoordeel aan die reaksie in die Nederlandse media, moet Lieke Marsman na alle waarskynlikheid beskou word as een van die gunstelinge om met dié gesogte prys bekroon te word. In sy bespreking van haar bundel het Luuk Gruwez soos volg geskryf: “Wat ik mijzelf graag voorhoud, het debuut van de tweeëntwintigjarige Lieke Marsman, wordt door enkele Nederlandse recensenten bejubeld als een der beloftevolste debuten van de jongste jaren. Daar valt inderdaad veel voor te zeggen, hoewel – zoals steeds bij een debuut dat boven het maaiveld uitsteekt – het klassieke gevaar van overschatting dreigt […] Doorgaans komt een debutant niet los van zijn ik, stelt hij zich daarover geen vragen. Niet zo Lieke Marsman. Zeer matuur is deze bespiegeling van haar waarmee zij zich onthecht van de persoonlijke biografie: ‘We zijn heel stil terwijl ik haast voor het eerst een gedicht schrijf/ waarin ik niet begin met enkel ‘ik’ (…).’ Het zijn woorden die erop wijzen dat de dichter, hoe jong ook, al beseft dat het persoonlijke pas interessant is wanneer het tot iets universeels wordt getransformeerd. En inderdaad, hier spreekt iemand die, precies omdat zij in staat is los te laten, de buitenwereld toelaat zonder dat zij er haar eigen identiteit moet bij inboeten.”

Mmm, Klink beslis indrukwekkend. Vir jou leesplesier volg die openingsgedig waarna Luuk so prominent verwys in sy bespreking van haar bundel, onderaan. (Lees ook die volledige bespreking by Wisselkaarten.)

***

Sedert Vrydag het Philip de Vos ‘n nuwe blog geplaas oor boeke wat sy lewe verander het. Pure leesplesier, soos altyd. 

Geniet dit. En so ook hierdie week wat (hopelik) rus-rus gaan verloop.

Mooi bly.

LE 

 

Vasthoudendheid

 

Er bestaan vele redenen waardoor je niet stil
kunt blijven liggen, ‘s nachts. Als je steeds
moet hoesten, bijvoorbeeld, zal je lichaam
op en neer schokken alsof je op een rijkoets ligt en
als je erg ziek bent, een lijkwagen. Of het is zo
dat je niet weet waar je moet kijken, omdat alles
voor je ogen rood is. Je ogen zijn zo rood, omdat
iemand heeft gezegd dat je ogen zo blauw zijn en
dat heeft je geraakt. Het fijne aan geraakt worden
is dat het niet lang hoeft te duren om lang
te blijven duren en het vreemde aan geraakt zijn
is dat het nagalmt en nastampt en toch ben je
er stil van. Het mooie aan het woord stil is dat het
iets zegt over geluid en beweging en het bijzondere
aan geluid is dat het bestaat uit beweging. Het fijne
aan beweging is dat het zo ingetogen is, je kunt
heel zacht je huid laten voelen dat iemand anders
je huid voelt. Tegelijkertijd is het fijne aan beweging
juist dat het uitbundig is, je kunt heel hardnekkig
een dansend monster in je voeten hebben zitten, dat
je hakken de hele avond de grond in wil stampen.
Maar het vreemde aan een hele avond is dat je soms
niet weet welke vorm van beweging je het liefst
lang laat duren. Gelukkig is het goede aan iets lang
laten duren dat alles op den duur weer terug stil valt.
En wat ik het allermooiste aan het woord stil vind,
is dat je er in het Engels een l aan kunt plakken,
waardoor we elkaar kunnen vragen, waarom we
nog steeds niet gaan slapen

 

© Lieke Marsman (Wat ik mijzelf graag voorhoud, 2010: Uitgeverij G.A. van Oorschot)

 

Luuk Gruwez. Een verzonnen bestaan

Monday, February 28th, 2011

DE SIRENE

 

In deze rubriek bespreekt Luuk Gruwez elke maand de dichtbundel (oorspronkelijk Nederlands of in Nederlandse vertaling) die het meest zijn aandacht heeft getrokken. De recensie is eerder al in De Standaard verschenen.

 

EEN VERZONNEN BESTAAN

Lieke Marsman

Lieke Marsman

‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’, het debuut van de tweeëntwintigjarige Lieke Marsman wordt door enkele Nederlandse recensenten bejubeld als een der beloftevolste debuten van de jongste jaren. Daar valt inderdaad veel voor te zeggen, hoewel – zoals steeds bij een debuut dat boven het maaiveld uitsteekt – het klassieke gevaar van overschatting dreigt. Waarom charmeert deze poëzie? Lieke Marsman is jong en fris. Op foto’s die men in de pers gretig van haar afdrukt, oogt zij ontwapenend. En zij staat er: haar gedichten laten voor iemand van haar leeftijd een onmiskenbare eenheid van toon horen, iets wat haar blijkens een uitspraak in een interview na aan het hart ligt. Vrijwel alles in haar bundel is herkenbaar uit dezelfde pen gevloeid. Wat zij schrijft zijn absurdistische reflecties, meditaties, bespiegelingen. En als Marsman haar bestaan niet bijeen denkt of droomt, verzint zij het wel. Want ja, om het systeem in de wereld te achterhalen, moet je het verzinnen. Verzinnen is een vorm van zingeving: ‘(…) ik kan door alle bomen het bos zien,/ omdat ik achter alles iets verzin.’ 

Al in het eerste gedicht, toepasselijk ‘Vasthoudendheid’ genoemd, wordt de lezer getrakteerd op dat onverstoorbare malen in haar hoofd, op een concatenatie van overpeinzingen die elkaar blijven uitlokken. De dichter gebruikt voor de weergave daarvan een overvloed aan herhalingen. Dat is wat haar gedicht in beweging houdt. Beweging is trouwens datgene wat heden en verleden aan de toekomst linkt. Marsman schrijft: ‘(…) wat ik het allermooiste aan het woord stil vind,/ is dat je er in het Engels een l aan kunt plakken,/ waardoor we elkaar kunnen vragen, waarom we/ nog steeds niet gaan slapen.’ Daar is het haar om te doen: dat het minieme nog even voortduurt, zodat zij al wat zij zichzelf blijkens de titel van haar bundel voorhoudt, nog even mag behouden. Zij is uit op tijd die blijft, verleent een boost van betekenis aan het woord ‘nog’. Misschien is dit niet in de eerste plaats een bundel waarin eeuwigheidshunker het hoogste doel is, maar veeleer een waarin de dichter het op toegevoegde tijd heeft gemunt. Voor iemand van wie zelfrelativering bijna op een demonstratie lijkt, is eeuwigheid namelijk te hoog gegrepen. Liever jongleert zij complexloos met het alledaagse. Zo onschuldig als Lieke Marsman op haar foto’s oogt, is zij overigens niet. Soms neigt zij zelfs tot het vileine. Ook dat maakt haar herkenbaar voor de modale lezer met een haast natuurlijke fascinatie voor respectabele rampen. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Western’, waarin zij eerst een accuraat sfeerbeeld oproept van een trein in een of ander cowboyland met alle clichés die daarbij horen en vervolgens bekent dat zij erop hoopt dat de brug waarover hij straks dient te rijden, instort. Zij ontpopt zich hiermee als een wellustige ramptoerist. Er staan in de bundel wel meer van dit soort laconieke medelingen waarmee de dichter er niet voor terugdeinst zichzelf zonder pardon onderuit te halen. Misschien is dit zelfs een van haar kwaliteiten: haar zelfspot is een kritische reflectie die bepaald gevederd lijkt voor een dichter die nog maar pas uit het ei is gekropen.

Doorgaans komt een debutant niet los van zijn ik, stelt hij zich daarover geen vragen. Niet zo Lieke Marsman. Zeer matuur is deze bespiegeling van haar waarmee zij zich onthecht van de persoonlijke biografie: ‘We zijn heel stil terwijl ik haast voor het eerst een gedicht schrijf/ waarin ik niet begin met enkel ‘ik’ (…).’ Het zijn woorden die erop wijzen dat de dichter, hoe jong ook, al beseft dat het persoonlijke pas interessant is wanneer het tot iets universeels wordt getransformeerd. En inderdaad, hier spreekt iemand die, precies omdat zij in staat is los te laten, de buitenwereld toelaat zonder dat zij er haar eigen identiteit moet bij inboeten. 

Soms krijg je de indruk dat de gedachten met Lieke Marsman aan de haal zijn gegaan, maar misschien vindt zij dit helemaal niet erg. Misschien streeft zij dit juist na. In het interview dat ik hierboven al heb vermeld, beweert zij dat zij af moet van het idee dat elk woord betekenisvol moet zijn. Natuurlijk is dit zo. Maar alles is een kwestie van balans. Hier en daar lijkt haar formulering mij toch iets te gratuit. Het is zaak te weten hoeveel betekenisloosheid poëzie verdraagt. Natuurlijk, de realiteit die Marsman beschrijft, lijkt er soms een tussen slapen en waken in. Zij streeft die bizarre mix tussen het bijzondere en het triviale na, lijkt het overzicht te verliezen op wat waar is en wat niet. Bijvoorbeeld in een gedicht als ‘Fabels’ dat eindigt met het vers ‘terwijl het niet waar is’. Zo rationeel is zij wel: niet voor niets studeert zij filosofie. En zelfs als zij zichzelf laat gaan, dan behoudt zij nog voldoende zelfreflectie. Haar dromen mogen, maar op haar condities. Hoewel! ‘Ik zie hoe we zijn/ opgebouwd uit lagen waar we niet langer/ aanspraak op maken (…),’ heet het. Verlies je als dichter dan toch niet je gezag over wat je geschreven hebt en begint dit geschrevene, of je het nu wil of niet, dan toch niet zijn eigen leven te leiden?

Deze vaststellingen hebben uiteraard gevolgen voor de lezer. Die krijgt de indruk dat hij Lieke Marsman voor even volgen kan. Maar al snel blijkt dat hij zich vergist. Het is de dichter te doen om de ontbloting van een systeem dat ook in het onlogische, zeg maar het ogenschijnlijk nonsensikale, kan schuilgaan. Zij zingt een lied van schijn en wezen. ‘Ik wist nog niet/ goed wat echt was (…),’ heet het. De angst voor het  gecreëerde: het is het eeuwenoude thema van de schepper die bang wordt voor zijn eigen schepping. Hier luidt het als volgt: ‘Ik ben voor helemaal/ niemand bang, maar wel/ bang voor het woord/ niemand.’ Niemand is wat zij met man en macht vermijdt te zijn. In het titelgedicht schrijft zij: ‘De hele dag draag ik mezelf/ boven mezelf uit.’ Om gelukkig te zijn is het soms zaak te denken dat je gelukkig bent. En ook elders houdt deze problematiek van bestaan of niet bestaan haar bezig. ‘Stel je voor/ dat je jezelf enkel voort kunt planten/ door niet meer te bestaan.’ Het is prettig te lezen hoe Marsman voor de definitie van haar identiteit microkosmos en macrokosmos met elkaar confronteert. De oerknal zit als het ware ook in haar eigen lijf.

 

Luuk Gruwez

_____________________

Wat ik mijzelf graag voorhoud

Omslag

Omslag

LIEKE MARSMAN

 

Uitgeverij G.A. van Oorschot, 56 blz., 14,50 euro

AANTAL STERREN:

***

 

 

 

 

OERKNAL

 

’s Avonds zegt een natuurkundige op televisie

dat het ook mogelijk is dat het heelal op een dag

niet langer zal groeien, maar langzaam, sneller

dan het licht, ineen zal klappen. In dat geval

zouden er na ons nog triljoenen heelallen

kunnen ontstaan en hangen we nu slechts

onder aan een stamboom van universa. Stel je voor

dat je jezelf enkel voort kunt planten

door niet meer te bestaan.

 

’s Ochtends, wanneer ik bij de start

van een dag zie hoe ik opnieuw ben gaan

ademhalen, vergelijk ik dit heen en weer

gegooi van sterren met mijn op en neer

gaande borsten, met de antenne van

een radio, die je doelloos in en uit

kunt blijven schuiven en vervolgens,

vooralsnog mijn meest geslaagde poging,

met een zeeanemoon.

 

                      Lieke Marsman

Ester Naomi Perquin – Het weer, de slaap

Friday, June 25th, 2010

Het werd geen lente dit jaar  – ik schreef er al eerder over. Het jaar begon met een koude winter die zichzelf nog een paar keer herhaalde, wat bleef rondhangen en toen achteloos over ging in herfst. We bleven binnen of vertoonden ons, als het echt moest, in dikke winterjassen op weg naar werk of winkels. We spraken zo min mogelijk. ‘Ik zie jou niet, jij ziet mij niet, wij bewegen ons geruisloos langs elkaar.’ De bomen vertoonden hier en daar wat schichtig groen, een enkele eend presenteerde een nest bleke eieren – maar van lente kon geen sprake zijn. Het stortregende, waaide, stormde. Jonge twijgen braken onder het gewicht van druppels, helgroene blaadjes waaiden de straten in. Er klonk kabaal van klapperende luiken, vlaggen en deuren. Daarna werd het stil. ‘Luister,’ zei iemand, ‘er is niets meer te horen’.

We luisterden. De wind was gaan liggen. We wierpen de dikke dekens van ons af, schoven de gordijnen opzij en verblindend licht sloeg ons in het gelaat. We openden de ramen. Een scherpe houtskoollucht drong onze neusgaten binnen. Er was bier, gemopper over de verkiezingen, getoeter van voetbalfans. Er werden overal mensen geboren en rondgereden in kleurige karretjes. Er werd gezongen ‘lang zul je leven in de gloria’. Mensen dansten in hun achtertuinen, kinderen spetterden in badjes. Het was oogverdovend zomer geworden. En we sliepen niet meer. We woelden in bed, luisterden naar muggen, baadden in het zweet.

We dronken overdag steevast te weinig en ‘s avonds steevast teveel. Flessen rosé, grote blikken Duits bier. We hadden hoofdpijn en slikten aspirine met hooikoortstabletten. We aten grote schijven watermeloen en aardbeien. We roken naar zonnebrandcrème, naar slagroom en kokos. We lazen lichtgewicht boeken op lichtgewicht matrasjes, met zand tussen onze tenen. ‘Dit boek is erg slecht,’ zeiden wij. ‘Dit boek is ook erg slecht,’ zeiden anderen, ‘en voorspelbaar.’ Soms kwam er wind opzetten. Heerlijke, koele wind uit het noorden – en dan trokken we alles uit dat we nog aan hadden en openden de ramen en we lieten ons droogblazen, we lieten onze vochtige huid droogblazen tot we rilden. En we bleven wakker, we sliepen niet meer. We kregen onszelf niet tot bedaren gebracht.

Ooit hoop ik nog eens een bloemlezing samen te stellen met de titel Gedichten voor iedere nacht. Geen woorden voor de slaap, maar woorden er tegen. Poëzie voor inbrekers, wakkerliggers en nachtbrakers. Regels die licht ontsteken. Gedichten voor de slapelozen. De selectie moet ik nog maken, maar het allereerste gedicht heb ik al. (Het verscheen trouwens al eerder in een bloemlezing, bedenk ik me nu, maar een goed gedicht blijft gelukkig lang geldig en laat zich dientengevolge nog jarenlang bloemlezen, eerlijk is eerlijk). Vasthoudendheid werd geschreven door Lieke Marsman (1990), die komend najaar bij Uitgeverij Van Oorschot zal debuteren met de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud. Zo helder en nadenkend van toon is dit gedicht – zo beweeglijk en merkwaardig is het ook. Het manoeuvreert je iemands hoofd in. Wat daar gebeurt sust niet in slaap – nee. Het piekert vrolijk in je door, een nacht of wat. Het zingt na. Het neemt nergens genoegen mee.

 

        Vasthoudendheid

 

        Er bestaan vele redenen waardoor je niet stil

        kunt blijven liggen, ‘s nachts. Als je steeds

        moet hoesten, bijvoorbeeld, zal je lichaam

        op en neer schokken alsof je op een rijkoets ligt en

        als je erg ziek bent, een lijkwagen. Of het is zo

        dat je niet weet waar je moet kijken, omdat alles

        voor je ogen zo rood is. Je ogen zijn zo rood, omdat

        iemand heeft gezegd dat je ogen zo blauw zijn en

        dat heeft je geraakt. Het fijne aan geraakt worden

        is dat het niet lang hoeft te duren om lang

        te blijven duren en het vreemde aan geraakt zijn

        is dat het nagalmt en nastampt en toch ben je

        er stil van. Het mooie aan het woord stil is dat het

        iets zegt over geluid en beweging en het bijzondere

        aan geluid is dat het bestaat uit beweging. Het fijne

        aan beweging is dat het heel ingetogen is, je kunt

        heel zacht je huid laten voelen dat iemand anders

        je huid voelt. Tegelijkertijd is het fijne aan beweging

        juist dat het zo uitbundig is, je kunt heel hardnekkig een

        dansend monster in je voeten hebben zitten, dat

        je hakken de hele avond de grond in wil stampen.

        Maar het vreemde aan een hele avond is dat je soms

        niet weet welke vorm van beweging je het liefst

        lang laat duren. Gelukkig is het goede aan iets lang

        laten duren dat alles op den duur weer terug stil valt.

        En wat ik vannacht, in al mijn gewoel, het allermooiste

        aan het woord stil vind, is dat je er in het Engels

        een l aan kunt plakken, waardoor we elkaar

        kunnen vragen, waarom we nog steeds niet

        gaan slapen.

 

  •