Posts Tagged ‘Luuk Grwuez’

Luuk Gruwez. Maud Vanhauwaert – Ik ben iemand die hier is

Wednesday, January 7th, 2015


 

Maud Vanhauwaert is wat je, enigszins oubollig geformuleerd, een polyvalente woordkunstenares noemt. Zij wordt hoe langer hoe meer gefrequenteerd, schmiert met het podium, laveert online van her naar der in allerlei videofilmpjes en participeert in een televisieprogramma als ‘Iedereen beroemd’ op Eén in de hoedanigheid van ‘huisdichteres’. De formule waarvoor zij opteert, fascineert. Sterker: misschien werd het wel tijd dat iemand in het Nederlandse taalgebied zich uitgebreid van die veelheid van mogelijkheden ging bedienen die tenslotte alleen maar voor het grijpen liggen. Vraag is of de invulling wel altijd overtuigt. In ‘Iedereen beroemd’, het televisieprogramma, wil het voor geen cent lukken. Hoe zit het met de uitgeschreven versie van haar teksten die nog het meest op gedichten willen lijken, zoals in haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig_’?

Maud Vanhauwaert plukt de vruchten van haar inventiviteit: zoveel is zeker. Maar het blijft natuurlijk de vraag in welke van de interfererende media zij werkelijk excelleert. ‘U kan dit boek lezen als een bundel gedichten, als een bochtig verhaal of als een kleurrijke optocht van droevige moppen,’ staat er op het achterplat. En inderdaad: een klassieke dichtbundel is dit in geen geval; het is zelfs nauwelijks een klassiek boek want Vanhauwaert wil bijvoorbeeld niet dat het zich laat vatten in genummerde bladzijden. Geen van de door haar geschetste tafereeltjes eindigt overigens met een punt. De schrijfster laat ze eindigen met een liggend streepje, precies alsof ze niet echt eindigen.

Welke vraag is hier het meest aan de orde? Wellicht die naar de aard van de relatie tussen de ik en de ander. Waar is communicatie mogelijk en op welke manier? Niet direct in de gewone realiteit lijkt de titel te suggeren: raken doen personen elkaar namelijk alleen in het oneindige. Wat wij in alle tekstflarden lezen, is een poging om te definiëren wat precies een persoon is. ‘Ik zeg ‘ik ben iemand die hier is”_’ staat er ergens. En nog: ‘Ik ben iemand die van ver komt_’. Of dit: ‘Ik ben iemand met de neiging om iets te zeggen, iets blijvends, iets dat je in het zand kunt schrijven en dat er na twee keer vloed nog staat (…)_’. Vanhauwaert houdt van dit soort paradoxen die een communicatie moeten afschilderen die nu eens wel en dan weer niet mogelijk is. Haar universum bestaat uit de dolste verhalen die in een waar imbroglio over elkaar heen buitelen en de lezer ontregeld achterlaten. Vanwege de overvloed aan impressies is het alleen niet evident dat die laatste de dichteres tot het eind blijft volgen.

 

________________________

Maud Vanhauwaert, Wij zijn evenwijdig / Raken elkaar in het oneindige / En we rennen, Em. Querido’s Uitgeverij BV, Amsterdam, 2014, … euro.

Luuk Gruwez. Maarten Goethals – Tussen hees en welluidend

Monday, January 5th, 2015

Maarten Goethals, Wetstraatjournalist, debuteert met een bundel die niet voor niets ‘Hees‘ heet. Hees is wat een mens is en welluidend is wat een dichter in zijn zoektocht naar een remedie wil zijn. Al van in zijn eerste cyclus, ‘Doornroosje’, laat hij een spel van eros en thanatos plaatsvinden, van aantrekking en afstoting ook. Anders dan het gelijknamige sprookje waarvan deze gedichten een remake zijn, eindigt het met het woord ‘sterven’. Goethals speelt een gewiekst spel met een overvloed aan alliteraties en assonanties. Zijn taal herinnert volgens het achterplat her en der aan Paul Snoek. Maar evenzeer roept zij connotaties op aan het hermetisme van een dichter als Hugues C. Pernath. En wat de voorliefde voor animale beelden betreft is ook de jonge Claus nooit veraf.

Storend is dat de dichter zich qua muzikaliteit te gulzig van bepaalde stijlmiddelen bedient. In één gedicht van zes korte verzen weerklinken woorden als ‘dooi’, ‘doden’, bodem’, ‘bont’ en ‘doornen’ enerzijds en ‘vacht’, ‘valk’ en ‘vagevuur’ anderzijds. Dat roept de verdenking van semantische luchtledigheid op. Het mag dan grosso modo al om uiterst erotische verzen gaan die het moeten hebben van zichzelf opgeilende taal, toch blijf je als lezer enigszins op je honger. Het weelderige coloriet moet verhullen dat de woorden in hun zucht naar onderlinge congruentie met Goethals aan de haal gaan en dat het er op het inhoudelijke vlak niet altijd evenzeer toe doet. Dat is vreemd voor iemand die van opleiding filosoof is, voor het motto van zijn bundel al meteen uitpakt met Emile M. Cioran en verder ook Emmanuel Levinas opvoert.

Vaak is de mens die in deze verzen wordt geschetst een geharnast wezen. Hij laat zich niet altijd van zijn lieflijkste kant zien. De relatie met de moederfiguur gaat bijvoorbeeld niet over rozen: zij wordt gekarakteriseerd als ‘moeizaam’ en de zoon die zij ter wereld heeft gebracht beschouwt zij kennelijk als een demon. Het bestaan is tegelijk doordrenkt van ‘afschuw en mededogen’. En de vader, aan wie de zoon zich verwant weet, roept blijkbaar geweld op.

Naast deze personages uit de eigen entourage schetst Goethals in wat hij ‘Belgische gedichten’ noemt portretten van enkele koninginnen (Fabiola, Paola) en plekken (Brussel, Leuven, Vollezele). Ook van deze gedichten krijgt de lezer niet altijd hoogte: zowel de personen als de plekken zijn gespeend van ook maar de geringste anekdotiek, waardoor zij perfect inwisselbaar worden. Ondanks zijn hang naar welluidendheid blijft de dichter daardoor hees. Dat is jammer, want hij beschikt in aanleg over iets als een herkenbare stem.

_________________

Maarten Goethals, Hees, uitgeverij Vrijdag, 63 blz., 16,50 euro.