Posts Tagged ‘poëzie’

Astrid Lampe. Gemodificeerd bloemlezen

Friday, August 31st, 2012

 

Notabene

Notabene

bloggie blog u heeft al een tijdje niets meer van me vernomen het is allemaal de schuld van de big bang de oersoep de dood en ons dna niet precies in die volgorde maar ik praat u graag  bij rouwverwerking met diertjes is de werktitel van mijn nieuwe bundel nu deze zo goed als af is kan ik verwerking beter weglaten rouw met diertjes is bloter de dood radicaal en zo eek dat enkel diertjes met hun gekwispel mij poëtisch konden troosten dood is dood nooit eerder werd ik daar zo met mijn snufferd opgedrukt louter door het dieren abc het Nose-Eyes-Ears van mijn geliefde dogwhisperer erop los te laten weet ik nu dat nieuwsgierigheid heel alpha is van de big he naar de big bang is het dan nog maar een klein sprongetje misschien draaf ik wat door met die onthechting terwijl rondom mij verschrikkelijk in ego en sterrenstatus geinvesteerd blijft worden krijg ik haverklap is een fijn woord broodnuchter visioen op visioen van hoe de big bang ook doorwerkt tot in ons poëtisch dna bijvoorbeeld en ook van het potentieel dat met iedere dood vrijkomt vanzelf stijgt de behoefte weer de poëzie met een hoofdletter los te tornen van de piepeltjes de poëzie die deels ruimtelijk is soort van rondom zeg maar te bevrijden uit de klem claim van onze vaak zo armzalige bloggerspoetica of at least te onttrekken aan de dictatuur van de canon natuurlijk is het berekening puur vrouwelijk raffinement  in een flirt met de grote gelijkmaker me radicaal aan het bloemlezen te zetten zo werk ik nu ineens aan drie versies tegelijk een nederlandse een franse en een amerikaanse ik durf notabene weer te kwispelen na die baksteenlanding en geef werktitels en beloof u lezers o ik zal knippen en plakken transparant en aanschouwelijk om u deelgenoot of liever nog u bloggie blog medeplichtig te maken aan hoe ik hartstochtelijk cultiverend op genniveau ingrijp:

 

een schamel doorlopen ruimte

Waar je je goed voelt

Want die rustieke burcht was van mijn hartstocht het toneel

Je denkt dat je je die kunt voorstellen

O, oude hellevrijster opgedoemd uit een of ander sprookje

dienares van bezorgden, altijd een lamp in de hand.

…De vloer was dus van marmer in de donkere

GEDICHTEN UIT: WATERLAND

 

Mijn cijfers zijn niet vervalst

De nacht dringt niet door je heen

De nacht duikt de kamer in:

En de lucht die de donkere gravures

Schoonveegt

Zonder dat hij de klap zag aankomen

doet de op handen zijnde zin stokken en vertrapt ze

De zeegolf die slechts een ogenblik leeft en schittert, slaapt

hij is er al.            Even grof als een steenslag…

als al die plots opduikende wegen…

En in mijn knieën snijdt het ruige vlies van de klippen

Je moet oppassen voor de woorden. Ze zijn altijd te mooi,

Om de kamer waarover je beschikt te ontdekken

maar ook zonder die ene die me eigen leek, want – en hier

stopt.

Eindigt haar elegantie

(uit: Bloemlezen; de Franse versie; Astrid Lampe)

Astrid Lampe. Wiskunde is strak

Tuesday, January 24th, 2012
Poëzie is wiskunde. Van dit soort statements krijgen niet alleen dichters het graag Spaans benauwd. Ik heb dan ook snel afgeleerd om met het hogere te koketteren. Niet alle alpha’s trekken dat. En dat wat ik gewend ben niet (meer) te vermelden, blijven zij er stug in lezen. (Dat trekt me dan weer heel bijzonder in hen aan.)

Poëzie is wiskunde. Hogere/gewoon/ordinaire. Ik heb het allemaal serieus overwogen maar de stelling wordt er niet steviger op. Wiskunde is wiskunde. (let op: niet =)  En net als bij mensen die in een stevig betoog ineens ‘echt’ en ‘eerlijk’ gaan roepen, het haalt het lekkere boude statement waarmee ze van wal staken, alleen maar onderuit. Poëzie is het hogere, beweerde laatst iemand. Al het pluimvee op kot, bij mij had hij dat niet gelezen!

Wat wiskunde met gevoel te maken heeft, dat kan ik hem vrees ik, alleen poëtisch duidelijk maken.

Stefaan Goossens. De Vijfde Nacht van de Poëzie

Sunday, April 17th, 2011

Oef … Het zit er op. Na maandenlange voorbereidingen, veel telefoons en e-mails heen en weer, een steeds verder uitdeinend programma en een stijgende media- en dichterskoorts was het op 2 april eindelijk zo ver: de Vijfde Nacht van de Poëzie opende de deuren in Kunstencentrum Vooruit om 20u00 en sloot ze bijna 10 uur later. De curator van deze Vijfde Nacht was Michael Vandebril. Deze editie vond plaats in een organisatie van Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Knack en Poëziecentrum. In totaal traden tijdens de Nacht 175 artiesten voor het voetlicht. Muzikanten en ander ongeregeld, maar toch en vooral, de dichters! Maar liefst 50 dichters maakten hun opwachting… of toch zo ongeveer. Peter Holvoet-Hanssen moest door hartklachten verstek laten gaan. Evenals Remco Campert wiens fysieke constitutie hem uiteindelijk niet toeliet erbij te zijn. Leonard Nolens had de geest iets te vroeg uit de fles gelaten en moest ook verstek laten gaan.

 Jammer van de afwezigen, maar de dichters die er wèl waren hebben het beste van zichzelf gegeven. De avond werd geopend door een van de oudste nog actief schrijvende dichters uit Vlaanderen, Adriaan de Roover (88 jaar). In de uren daarna volgde een pleiade van uiteenlopende stijlen en genres. Sommigen gaven een welhaast duivelse performance (vb. Johan Joos en ACG Vianen), anderen zoals Dirk van Bastelaere en Lies van Gasse zochten het in de cross-over tussen taal en beeld. Anderen waren hun – grote – zelf zoals Jules Deelder, Ramsey Nasr en Stefan Hertmans. Voor wie er niet bij was, kan via deze link een videomontage bekijken die gemaakt werd door Jess De Gruyter, dichter en cineast: 

Londen, Amsterdam, Brussel

De Vijfde Nacht van de Poëzie is natuurlijk niet zomaar uit de lucht komen vallen. Alleen al het rangtelwoord, wijst erop dat er al vier edities de revue gepasseerd zijn. De eerste Nacht werd georganiseerd in 1973, de tweede in 1975, de derde in 1980 en de vierde in 1984. Wie het wezen van de Nacht wil doorgronden moet echter nog veel verder terug. Naar Brussel en Amsterdam in 1966, maar eigenlijk nog naar een jaar vroeger, 1965. Toen vond in Londen het massa-poëzie-evenement de International Poetry Incarnation plaats. Op het podium stonden toen grootheden als Allen Ginsberg, William S. Burroughs en Michael Horovitz (die er op de Vijfde Nacht ook bij was!) en ook … Simon Vinkenoog. De manifestatie werd bijgewoond door duizenden mensen en de regisseur Peter Whitehead maakte er de documentaire Wholly Communion over. Op de website van het Poëziecentrum werden een aantal fragmenten van dit legendarische gebeuren samengebracht. Helemaal in het begin van de documentaire zie je Simon Vinkenoog op het podium.

Vinkenoog was helemaal ondersteboven van van deze happening en wilde iets gelijksaardigs organiseren in Amsterdam. Hij verzamelde vijfentwintig dichters, waaronder de Vlamingen Gust Gils en Hugues C. Pernath en liet ze op 28 februari 1966 los op het talrijk opgekomen publiek in concertzaal Carré in Amsterdam. Een paar maand later deed hij dat huzarenstukje nog eens over in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel tijdens Poëzie in het Paleis (28 september 1966).
Onder de duizenden aanwezigen in Brussel was de toen eenendertig jarige Guido Lauwaert. Vol branie en overmoed en met een groot hart voor de poëzie. En het was ongetwijfeld die jeugdige overmoed en zijn zin voor georganiseerde chaos die hem ertoe bracht om op 17 februari 1973 zijn eerste Nacht van de Poëzie te organiseren in Vorst-Nationaal (Brussel). Duizenden bezoeker kwamen af op het beloofde spektakel, schandalen tierden welig en temidden van al die chaos lieten tientallen dichters hun stem horen “van acht uur ‘s avonds jusqu’à l’aube”. Een mythe was geboren.
 

17 februari 1973: Eerste Nacht van de Poëzie

De eerste Nacht van de Poëzie kreeg nog voor de aanvang een cult-status. Het evenement zou plaats vinden in Vorst-Nationaal, een grote concertzaal met een capaciteit van zevenduizend plaatsen waar gewoonlijk grote popconcerten en bokswedstrijden georganiseerd werden.
In de jaren zeventig woedde de taalstrijd tussen Vlamingen en Franstaligen in Brussel volop. Het is die communautaire twist die de eerst Nacht mee aan zijn legendarisch karakter zou helpen. De burgemeester van Vorst was rabiaat Franstalig en alhoewel het gemeentebestuur de organisatie van de Nacht aanvankelijk had goedgekeurd, besloot de burgemeester een week voor het gebeuren, dat de openbare orde in het gedrang zou komen en hij liet de manifestatie verbieden. Het zou uiteindelijk interpellatie in het parlement en een schorsingsbevel van de gouverneur vragen om de Nacht te laten doorgaan.
Terwijl de rijkswacht in de omliggende straten paraat stond, ging de Moeder van alle Nachten met een schot uit het pistool van dichter Marcel van Maele van start. Het gebeuren zelf werd een ongelooflijke chaos: er kwam een bommelding, de geluidsinstallatie functioneerde nauwelijks en tegen twee uur ‘s nachts vertrok de regisseur al ruziënd naar huis. Van de 74 dichters die aangekondigd werden op de affiche traden er uiteindelijk slechts 55 op.
Het door de voorgeschiedenis toch al opgefokte publiek liet voortdurend en luidkeels zijn waardering en afkeuring blijken. De “strijd” met het publiek werd een van de vaste tradities van de Nacht.

17 mei 1975: De Tweede Nacht van de Poëzie

Na Brussel in 1973 trok organisator van de Nacht, Guido Lauwaert, in 1975 naar de Hallen van Kortrijk. Hoofdrolspeler van de Tweede Nacht was zonder enige twijfel de Nederlandse schrijver Gerard Reve. Een paar dagen voor de Nacht zou plaats vinden had Reve de Vlaamse en Nederlandse pers getipt dat hij op de Nacht publiekelijk zijn rooms-katholiek geloof zou afzweren. Een zenuwachtige Kortrijkse burgemeester probeerde Guido Lauwaert aan het begin van de Nacht te overreden om Reve de toegang tot het podium te verhinderen. Lauwaert weigerde elke vorm van censuur en liet Reve optreden. Die zwoer zijn geloof níet af, maar schokte wel de goegemeente door, in het zwart gekleed en met runentekens omhangen, een aantal gedichten voor te lezen die door veel toehoorders als racistisch werden bestempeld.
De Tweede Nacht was ook de Nacht van het – ontbrekende –geld. Onder de leuze “Wie betaalt wat hij kan, is waard dat hij komt”, mochten de bezoekers van de Nacht een vrije bijdrage geven in plaats van een vaste toegangsprijs te betalen. De toeschouwers bleken echter niet echt gul en halverwege de Nacht bleek de kas leeg te zijn en konden de dichters niet meer betaald worden.

16 februari 1980: “Derde en laatste” Nacht van de Poëzie

De derde editie van de Nacht van de Poëzie vindt opnieuw plaats in Vorst-Nationaal. Geen probleem met de stedelijke overheden deze keer. Ook andere kleine en grote schandalen bleven deze keer uit. Een aantal kranten kopten dan ook “Deze keer gaat het echt over de poëzie”.
Voor deze derde editie was Guido Lauwaert er weer in geslaagd een vijftigtal dichters te strikken. Onder hen de bekende Amerikaanse beat-poet William S. Burroughs, Rutger Kopland en Harry Mulish. Ook Hugo Claus liet zich na lang aandringen overhalen om na lange tijd opnieuw in Vlaanderen op te treden. Hij bracht de zaal in vervoering toen hij de elegie Het graf van Pernath voorlas, geschreven voor zijn overleden vriend, de dichter Hugues C. Pernath.
Het spanningsveld tussen publiek en dichters was ook in deze editie duidelijk aanwezig en kwam tot een hilarisch hoogtepunt toen Paul Snoek een jonge amokmaker ter verantwoording op het podium riep. Jammer genoeg voor Snoek, bleek het om de rebelse cartoonist Kamagurka te gaan, die met een verbluffende mime-act het publiek op de hand kreeg. Ook de frèle Nederlandse dichteres Fritzi Harmsen van Beek kon het publiek niet in toom houden, gooide haar bundels woedend op de grond en verliet al huilend het podium.

26 mei 1984: Vierde Nacht van de Poëzie

De Vierde Nacht – opnieuw in Vorst-Nationaal – kwam er op vraag van de Nationale Loterij, die haar vijftigste verjaardag luister bij wilde zetten met een groots evenement. Opnieuw trad een keur aan binnen- en buitenlandse dichters op: Hugo Claus, Remco Campert, Gerrit Komrij, … Hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld het aangekondigde duo-optreden van de Amerikaanse beat poet Allen Ginsberg en de Russische dichter Jevgeni Jevtoetsjenko. Klein probleem: beide heren konden elkaar niet uitstaan. Het kostte heel wat energie, drank en een ultieme bemiddelingspoging van Tom Lanoye om ze samen op het podium te krijgen.
De Franse all-round kunstenaar Roland Topor trad op eigen verzoek als allerlaatste op. Om kwart voor acht ‘s ochtends slingerde hij een vurige scheldkannonade de zaal in, waar zich op dat moment nog een vijfhonderdtal doorzetters bevonden, al dan niet in een verregaande staat van dronkenschap. Een laatste vuurpijl in een door iedereen beschreven  -alweer-  chaotisch, maar hoogst amusant gebeuren.

Van de eerste vier edities bestaat beeld- en geluidsmateriaal. Het Poëziecentrum verzamelde het op zijn website.

Nacht van de Poëzie: erfgenaam en voorloper

De Nacht is een erfgenaam van de hierboven vermelde manifestaties in Londen, Amsterdam en Brussel. Tegelijk is het ook zo dat de formule van de Nacht mee geholpen heeft om de poëzie verder te ontvoogden en de dichters vanachter hun schrijftafels heeft gehaald. Heel wat grote en kleine initiatieven en manifestaties zijn schatplichtig aan de Nacht en de perceptie over poëzie die de Nacht mee gestalte gaf. De formule van de Nacht werd overgenomen in Utrecht, waar nog steeds jaarlijks een Nacht plaats vindt, maar ook elders in Vlaanderen en Nederland worden dichterspodia georganiseerd die hun (indirecte) voorloper vinden in de Nacht.

Astrid Lampe. strapatsen aan zee

Wednesday, February 16th, 2011

Liefde tussen de lijnen

Oostende 14 februari 2011

“Tijdens het Valentijnsweekend overspoelen auteurs, dichters en muzikanten traditiegetrouw Oostende met een vloedgolf van woorden en zinderende melodieën. Op deze editie van ‘Liefde tussen de Lijnen’ kan je op unieke plekken in Oostende genieten van Kader Abdolah, Wim de Bie, Stefan Hertmans en Rick de Leeuw. Ook deBuren trekt, samen met Vrijstaat O, opnieuw de kaart van de liefde. Op zondagmiddag zorgen we voor de apotheose van het tweedaagse festival. Betreden het podium: schrijver Thomas Rosenboom, de dichters Astrid Lampe en Ruth Lasters, en Isbells: één van de meest poëtische muziekbands uit de Lage Landen. Gastheer van dit unieke samengestelde programma is Kurt Van Eeghem.

DE FIJNE LIEFDESLIJNEN

In Oostende stoomt Valentijn op met een guirlande van hartjes. Kijk, daar heb je die vrolijke lichtslingers weer. Met kerst zaten er ballen aan. Nu steken de ledlampjes in hartjes. Je geliefde is dood en we hebben de kerst overleefd. Valentijn popelt en mijn hart bleef het doen. Begint ook best weereens spontaan sneller te kloppen. Maar in de maat met Valentijn wil het nog niet. De constante opwinding van zijn vrolijke hofmakerij. Ik vond er altijd al iets amechtigs aan kleven. Tongen na een rumboon.

Gelukkig is de zee nooit ver weg in Oostende, met de zee komt de liefde vanzelf langszij. Met de zee golft en stroomt de liefde zoals geen guirlande dat kan, hoe Valentijn zich ook dit jaar weer in duizend bochten wringt.

Al mijn poëzie is liefde, zeg ik vaak. Toch heb ik voor de gelegenheid een strenge selectie uit mijn werk gemaakt. Die mag ik straks voordragen achter een katheder versierd met  liefdeslampjes. Tieneraccessoires voor grownups.  Waarom denk ik nu aan poesiealbum-poëzie. En dat de liefde altijd wel wil stralen ook al wordt ie getemperd. Ook dwarsdoor mijn rouw die, in het tuimelende ruim van een strak en voornaam, pijnlijk leegstaand gebouw, vanbinnen schuilt. In plaats van zwart draag Ik een luchtig bloesje onder een lentevest. Daaronder draag ik rood. Ik heb het bloedrode hemdje expres als een onzichtbaar Valentijnsschild onder mijn lichte goed aangedaan. Het voelt als een kogelvrij vest wanneer ik vermomd als tortel mijn liefdesversjes lees.

Gelukkig is de zee nooit ver weg in Oostende. Zelfs als ik me in een door het duister geblindeerde plezierkeet begraaf, komt ie langszij en prikt mijn schild door! Vermomd als Valentijn loodst hij me langs de gaanderijen, langsheen de brede boulevard van Oostende tot aan de stenen tafelen der liefde (zucht): Heel mijn bloed raast om zijn vleugels…

Astrid Lampe. Met opzet verdwalen

Monday, July 5th, 2010

NAAR HARTENLUST DOORBORDUREN OF INHAKEN OP… HET VUREN VAN DE HERSENEN… OFTEWEL: NIET ALLEEN MIJN SCHOONMOEDER WIL DOLGRAAG ERGENS EEN PATROON IN ONTDEKKEN

U moet beslist goed drinken. Het gebouw laat zich verticaal lezen. Probeer zoveel mogelijk de schaduw op te zoeken. Ik ga u echt niet uitleggen wat een Blog is. U met uw wolkje melk. Hebben wij een excuus nodig soms? Volgens mij is een fijne speurzin, een gezonde portie ontdekkingsdrift alles wat we nodig hebben om welke missie, welke sessie dan ook tot een succes te maken. Zo lang we maar lekker veel en opzettelijk kunnen verdwalen. Blog Blog.

Wat is dat nog maar, diagonaal lezen?

Beslist goed drinken. Ik herhaal het expres. In zo’n kort tijdsbestek, vind ik het persoonlijk boeiender om er achter te komen wat een immuniteit is. En dat je dat persoonlijk beter weg kan laten. Immuniteit…

Heeft juist alles met poëzie te maken. En met zo’n weblog ja!

Koffie onttrékt vooral veel vocht. Allitererend veel vocht. Een immuniteit…, ja, dat woordje kwam ik steeds tegen toen ik in de geschiedenis van mijn stad dook. Bouwwerk, bolwerk, dwangburcht. Verslavend, je duikt in zo’n geschiedenis en het gaat leven! Ineens krijgen woordjes weer een magische aantrekkingskracht – Het lijkt, nee, het is verdomd archeologie. Je kan dat ‘soort van’ beter weglaten. Precies als laatst dat tante Truus en tante Bep en mijn persoontje. En mijn persoontje. Ik herhaal het expres. Wolkje melk. Het gaat leven, o heden. Het woord poëzie niet in de mond nemen. We houden het voorlopig op archeologie. Iets opgraven (…je ingraven). Op woorden stuiten:

Immuniteit (grondstuk)

Serieus navorsing betrachten. En dan, met zo’n potscherf in de hand, expres verdwalen in de Wiki. Daar kan ik nou  geweldig opgewonden van raken. Wel drie keer klaarkomen. Landje veroveren. Het naadje van de kous willen weten – nee niks! // Dorst. Nooit te laat komen. Iets van vroeger. O vast. Het heeft altijd vast ook heel veel met poëzie te maken. Is mijn ervaring ( ). Aanknopend bij het nu pardoes op iets opmerkelijks stuiten. Curieus, licht en wonderlijk. Spontaan, met een eindeloos langgerekte whoho in ons verstopt, in de archieven moeten duiken .

het gebruik om in gemeenschap te leven

En dan altijd, zélfs met zo’n onmogelijk langgerekte whoohoo in ons opgepot, weer op nieuwe woorden stuiten. Niet zozeer omdat het van vroeger is, maar omdat het ons sterk ergens aan doet denken. Alsof je iets belangrijks vergat.

nou knal die walle van die tijd

Een dialect. Een vreemde taal, brengt ons meteen waar we zijn moeten. Veel sneller dan altijd maar netjes ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) of beleefd met twee woorden spreken, dat zou doen.  Nou knal die walle… Het werkt acuut. Met een schok(je) kom je bij. Een lap grond. Een grazig weiland. Aan het schrikdraad voorbij, is het niet zozeer de kracht van een opinie maar de zuiverende kracht van specifieke woordjes die het doet. Hulle loop die veiligheidstralies onderstebo, las ik op dit weblog. Meteen asem, O2. Dit vrije veld.

In Landjepik versterken twee spelideeën elkaar.

Meteen dat vermogen weer terug. Met een kleine explosie de bom onschadelijk maken. Subtiel verschuift er een  woordjes en het eeuwige piekeren lost op. Verre  echo van Wittgenstein. Maar wat graag, tante Truus. Beleefd met twee woorden, ja. Blog blog.

Poëzie is dope. Ik herhaal het expres. Net zoals vermogen kapitaal is. Het vermogen zo lang bij iets stil te staan, dat het gaat leven. De eindeloos langgerekte whoho in ons opgeschort, ontrolt zich aan dit vreugdevuur.

Hulle loop de veiligheidstralies onderstebo

Die respekvolle stilte is aangetasNou knal die walle… Duzend klinkende varianten op de duizendklapper. Het feestelijk vuren van de hersenen. De trotse bouwsels uit het verleden staan overeind.  Enkel wat (in een moordend tempo elkaar opvolgende) alledaagse opinietjes  gingen aan flarden. Rode snippers rondom.

De hele straat bezaaid.

Nu weer Oranje. De hele stad. O, drinken ja, sloten. Omsloten tuin omsloten tuin. Lichte vorm van hallucineren op een wolkje melk. Alstublieft, mevrouw. Uw paradijs. Alsof je het belangrijkste vergat.  Wel of geen magie. Je voelt heus niet alles in je portemonnee. Doet u mij nu eens haarfijn uit de doeken wat twitteren is. En ik geef u gratis en voor niks de link naar één van mijn luxe buitens.

met opzet verdwalen in de Wiki

  •