Posts Tagged ‘Vasalis’

Yves T’Sjoen. Vasalis & de uitgever

Monday, September 21st, 2009

Vasalis & de uitgever

‘Een enorme relativering van mijn eigen lot’

Geert van Oorschot

Geert van Oorschot

De charismatische Nederlandse uitgever Geert van Oorschot (1909-1987) liet ‘een Hollandse Himalaya van schrijfdrift’ na. De Nederlandse schrijver en publicist Kester Freriks overdreef in zijn beschouwing in NRC-Boeken niet (‘Een brieven-Himalaya, 13 oktober 2000). Aanleiding voor de bijdrage was de bruikleen van het grootste deel van Van Oorschots omvangrijke brievenarchief dat in september 2000 in het Letterkundig Museum in Den Haag is deponeerd. De brieven en andere documenten stonden sinds de dood van de uitgever opgesteld in een smalle gang van het pand aan de Herengracht, waar sinds 1945 uitgeverij G.A. van Oorschot is gevestigd.

Uit het overgeleverde corpus, van in totaal ca. 15.000 brieven, zijn de afgelopen paar jaar enkele deelcorrespondenties uitgegeven. Geert van Oorschot beschikte als uitgever over een mercantiele geest en een neus voor ‘kwaliteit’. Hij bezat ook een onmiskenbaar epistolair schrijftalent. Niet alleen de stilistische bravoure waarmee hij zelf de pen hanteerde, of het hoogstaande heir aan literaire geadresseerden in diens fonds, maar vooral de literatuurhistorische betekenis van het gedeponeerde documentaire brievenmateriaal nodigt uit tot zorgvuldig editiewerk.  Een van de tekstediteurs die zich bekommert om de bekendmaking van de literaire nalatenschap van de notoire brombeer aan de Herengracht is Nop Maas. Zo tekende Maas intussen voor de uitgave van Van Oorschots correspondentie met W.F. Hermans (in Hierbij de hele God in proef. Brieven aan W.F. Hermans, 2003 én in Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar. Brieven aan Geert van Oorschot, 2004) en met Gerard Reve (Gerard Reve/Geert van Oorschot, Briefwisseling 1951-1987, 2005). Ter gelegenheid van de viering van de vijftigste verjaardag van de oprichting van de uitgeverij verscheen ook de bundel Brieven van een uitgever, waarin 31 correspondenten hun favoriete twee brieven van de uitgever selecteerden. De editie is bezorgd door G.J. de Vries. Sinds Van Oorschots brievenarchief ontsloten en geïnventariseerd is, wordt het nu ook bestudeerd. Het dossiernummer van Zacht Lawijd. Literair-historisch tijdschrift bracht in februari 2005 een reeks bijdragen over de aanwezigheid van de Nederlandse uitgever in het literaire veld van zijn tijd en de uitbouw van zijn alom gereputeerd en gerespecteerd uitgavenfonds.

M. Vasalis

M. Vasalis

Aan die reeks met zorgvuldig geëditeerde en geannoteerde deelcorrespondenties is sinds kort een belangwekkend deel toegevoegd. De (incompleet overgeleverde) briefwisseling van de Nederlandse dichteres M. Vasalis (pseudoniem voor Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans, 1909-1998) en Van Oorschot, gespreid tussen juni 1951 en december 1987 (tot twee uur vóór Van Oorschots overlijden), maakt deel uit van het behartigenswaardige masterplan om de integrale ‘Hollandse Himalaya’ onder de aandacht te brengen.  Dat de – bijzonder empathische – brieven van de publiekschuwe schrijfster Vasalis dit jaar het publieke forum bereiken, heeft alles te maken met de organisatie van het zogeheten Vasalis-jaar. In haar woonplaats Roden is, naar aanleiding van het honderdste geboortejaar, niet alleen een gedenkteken onthuld. Op publicitair niveau vallen de uitgave van een (kleine) bloemlezing en enkele bijdragen van Nederlands hoogleraar Maaike Meijer op. Uitgeverij Van Oorschot, genoemd naar haar gezaghebbende oprichter, startte in 2008 met een fraaie reeks van kwantitatief beperkte poëzieanthologieën ‘samengesteld en ingeleid door aansprekende hedendaagse dichters’ (website G.A. van Oorschot). In die reeks zijn vandaag selecties opgenomen uit werk van J.A. Dèr Mouw (Marjolein de Vos, 2008), J.C. van Schagen (Ingmar Heytze, 2008), Jan Hanlo (Guus Middag, 2009), Chris J. van Geel (Willem Jan Otten, 2009) en M. Vasalis (Op een vlot van helderheid, Hagar Peeters, 2009). Maaike Meijer, verbonden aan het Centrum voor Gender en Diversiteit van de Universiteit Maastricht, promoveerde op de dissertatie De lust tot lezen. Nederlandse dichteressen en het literaire systeem (1988), waarin naast Judith Herzberg, Neeltje Maria Min en Elly de Waard ook M. Vasalis een prominente rol speelt. Voor 2008 was de biografie van Vasalis aangekondigd, die nu voor 2010 is gepland.

Van Oorschot en Vasalis waren even oud. Ook Van Oorschot wordt dit jaar gevierd, zodat deze brievenuitgave meedeint op een enthousiaste golf van welwillende aandacht, met onder meer luisterrijke gedenkplaten en exquise bloemlezingen, zelfs een cd met bewerkte gedichten van Vasalis. Er is daarenboven een Vasalis-website online met voor elke dag een ander gedicht: http://www.mvasalis.nl/. Gezien de beperkte omvang van het dichterlijke oeuvre wordt het zonder meer een kort jaar.

Kortom, de uitgave van de brieven Vasalis/Van Oorschot past in een marketingstrategie die de studie van het literaire werk van Vasalis een nieuw elan bezorgt. Vermeldenswaard is ook het boek van Léon Hanssen dat onder de titel Een misverstand om in te geloven. De poëzie van M. Vasalis (2006) is verschenen.

Het is bekend dat Vasalis de auteur is van drie dichtbundels die tijdens haar leven door Van Oorschot zijn uitgegeven: Parken en woestijnen (1940), De vogel Phoenix (1947) en Vergezichten en gezichten (1954). Gezien de periode waarin de brieven zijn geschreven, vanaf 1951, vernemen we niets over de totstandkoming van de eerste twee bundels. En ook over Vergezichten en gezichten komen we in het tekstencorpus weinig te weten. Een jaar voor haar overlijden bundelde haar uitgever de drie bundels (1997). Vijf jaar later is – uiteindelijk, door toedoen van Vasalis’ drie kinderen en geautoriseerd door de dichteres – een vierde bundel aan het poëtische oeuvre toegevoegd: De oude kustlijn (2002). Na Vergezichten en gezichten zijn in ruim vier decennia (tot Vasalis’ overlijden) welgeteld nog zes gedichten in literaire periodieken opgenomen. De oude kustlijn heeft veel weg van de bundel die Van Oorschot tijdens die vele jaren van correspondentie altijd heeft willen uitgeven maar waarin hij na vermetele pogingen nooit is geslaagd.

We kunnen die historie over de nimmer verschenen vierde bundel nalezen in de thans beschikbare correspondentie. Vasalis wilde wel, dan weer niet, bracht wijzigingen aan in gedichten die uiteindelijk of in de prullenmand zijn verdwenen of tot haar dood in een lade. Vasalis is tijdens haar leven vooral bekend geworden als de auteur van klassiek geworden, en vaak gebloemleesde gedichten als ‘De idioot in het bad’, ‘Tijd’ en ‘Het ezeltje’ (uit Parken en woestijnen) en ‘Sotto Voce’ (uit Vergezichten en gezichten).  Al even berucht is haar terughoudendheid, zo niet de pertinente weigering, deel te nemen aan de literaire debat of het culturele leven van haar tijd. De regel bovenaan deze bijdrage is een citaat uit Vasalis’ dankrede ter gelegenheid van de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs in 1974, en typerend voor haar ‘publicatievrees’ (Rob Schouten, in Trouw, 29 augustus 2009).

Ook het ruime publiekbereik – Vasalis’ poëzie blijft bijzonder populair in ons taalgebied – en tegelijk het langdurige gebrek aan ernstige kritische aandacht voort haar literaire productie, of de reticentie van haar poëzie door de hemelbestormers van Vijftig, zijn aspecten die al voldoende aandacht hebben gekregen. Dit is het vastgeroeste beeld dat we vandaag van Vasalis hebben. Hiermee, en dat toont deze briefwisseling met Van Oorschot scherp aan,  is dus duidelijk het laatste woord over het door raadsels en mysteries omgeven schrijverschap niet gesproken.

Met de publicatie van M. Vasalis/Geert van Oorschot Briefwisseling 1951-1987 wordt dus niet enkel de literaire erfenis van Van Oorschot weer wat meer geopenbaard. Het (beperkte) Vasalis-onderzoek  krijgt met deze editie een boost. Een eerste adem. Tekstbezorgers Nop Maas en biografe Maaike Meijer presenteren een documentaire schatkamer waaruit de innige verbondenheid en de tegenstrijdige karaktertrekken van beide protagonisten blijken.  Vasalis, kinderpsychiater en teruggetrokken dichteres, door Van Oorschot amicaal als Kiki aangesproken, komt in de kattebelletjes en langere epistels naar voren als een toegewijde en bijzonder autokritische auteur die alleen vrede nam met literaire scheppingen haar konden blijven bekoren. Het overige bleek bestemd voor de vergetelheid. Dat de brieven überhaupt konden worden uitgeven, bleek ook al geen evidentie. Beide correspondenten waren zinnens alle brieven aan de vraatzucht van ‘de aasgieren der filologie’ te onttrekken, zoals Maurice Gilliams tekstbezorgers wel eens vilein placht te typeren. De brieven zijn duidelijk niet geconcipieerd voor de ogen van de hedendaagse lezer. Dichter en uitgever onderhielden een vriendschapsband, zodat je je als lezer af en toe in de gênante rol van voyeur voelt gedrongen. Sinds ‘the narcissistic turn’ van de jaren zeventig is die morele bedenking volkomen irrelevant geworden. De mens achter de kunstenaar wordt steeds scherper in het licht gezet, soms zelfs helemaal ten koste van het literaire werk dat deze schrijver heeft voortgebracht.

 Niet zozeer zakelijke of boekhoudkundige kwesties inzake nieuwe uitgaven passeren de revue. Ook persoonlijke affaires, talrijke gezondheidsperikelen, particuliere overpeinzingen vormen het onderwerp van de in totaal 232 brieven.

Het brievenboek presenteert een rijke verzameling notities die literatuurhistorische waarde hebben. De meest relevante bijdrage die het brievenboek de lezer van vandaag biedt, is wat al eerder een nieuwe visie op, of ‘een revisie’ van het canonieke beeld van Vasalis’ literaire persoonlijkheid is genoemd. Het is – kortom – uitkijken naar de lang verwachte biografie van Maaike Meijer en afwachten hoe nog niet eerder ontgonnen archivalia onze kijk op die eigenwijze gedistantieerde maar tegelijk zeer sensitieve schrijfster zal bijsturen.

M. Vasalis/Geert van Oorschot, Briefwisseling 1951-1987. Ed. N. Maas en M. Meijer. G.A. van Oorschot, Amsterdam 2009.

  •