Posts Tagged ‘Wat gezegd moet worden’

Louis Esterhuizen. Günter Grass se poëtiese aanval op Israeliese regering

Wednesday, April 11th, 2012

Vroeër vandeesweek het die bekende Duitse skrywer en Nobelpryswenner, Günter Grass (foto), ‘n erg betogende gedig in die Süddeutsche Zeitung gepubliseer wat sedertdien in omstredenheid gehul is vanweë die feit dat dit ‘n onverkwiklikke aanval op die Israeliese regering is. So moes Grass in ‘n opvolgverklaring na aanleiding van die kontroversie verduidelik dat die gedig, “Was gesagt werden muss“, hoegenaamd nie gemik is teen die Israeliese staat nie, maar teen die huidige regering en meer spesifiek hul aggressiewe beleid jeens Iran. ‘n Verdere komplikasie is uiteraard dat Grass ‘n eertydse lid van die gewraakte SS was; tot en met hul ontbinding in 1945.

Nietemin, die volledige debat, met die bydraes deur verskillende rolspelers is vir die gerief van hul lesers deur die Süddeutsche Zeitung byeengebring en kan hier gelees word.

Intussen is dié gedig van Grass binne enkele ure na dit verskyn het, deur Tom Ordelman in Nederlands vertaal en is dit op De Contrabas geplaas, met die volgende regverdiging deur Chrétien Breukers, redakteur van De Contrabas: “Tom Ordelman, bekend van de Facebookvertaalgroep, heeft het gedicht in het Nederlands vertaald. Omdat er copyright op rust, is een publicatie niet toegestaan zonder Grass om toestemming te vragen; we hebben deze regel deze keer omzeild, omdat het origineel overal al opduikt én omdat het gedicht een maatschappelijk geraas en getier op gang bracht en daarom ook interessant is voor Nederlandstalige lezers.”

Of dit ‘n goeie vers is? Mmm, getrou aan die aard van betogende verse is dit ernstig te betwyfel. Maar nou ja, indien daar op bliktromme geslaan word, bestaan daar teen die irritasie helaas geen verweer nie. Of wat praat ek nou?

Vir jou leesgerief plaas ek die gedig hieronder soos dit in Nederlands vertaal is deur Tom Ordelman. Oordeel maar self …

***

Wat gezegd moet worden

Waarom zwijg, verzwijg ik te lang, 
wat voor de hand ligt en in simulaties
geoefend werd, waarbij wij als overlevende
ten slotte op zijn best voetnoten zijn.

Het is het vermeende recht op de eerste aanval,
dat het door een schreeuwlelijk onderworpen
en tot georganiseerde jubel aangestichte
Iraanse volk zou kunnen wegvagen,
omdat in diens machtsbereik de bouw
van een atoombom vermoed wordt.

Maar waarom sta ik mijzelf niet toe
dat andere land bij naam te noemen,
waar al sinds jaren – hoewel geheimgehouden –
een groeiend nucleair arsenaal beschikbaar is,
maar uit de hand loopt omdat het voor 
geen enkele controle toegankelijk is?

Het algemeen verzwijgen van deze feiten, waaraan
zich mijn zwijgen ondergeschikt gemaakt heeft,
ervaar ik als belastende leugen
en dwang die straf in het vooruitzicht stelt
zodra ze genegeerd wordt;
het verwijt “antisemitisme” ligt voor de hand.

Maar nu, omdat men vanuit mijn land,
dat door oereigen misdaden,
die huns gelijke niet kennen, keer op keer 
wordt ingehaald en ter verantwoording geroepen,
wederom en op puur zakelijke gronden, zij het ook
met veel poeha tot restitutie bestempeld,
nòg een duikboot aan Israël
wil leveren, welks specialiteit 
het is allesvernietigende kernkoppen
daarheen te kunnen sturen, waar het bestaan 
van een enkele atoombom niet bewezen is, 
maar waarvoor de angst als bewijskracht moet dienen, 
zeg ik, wat gezegd moet worden.

Maar waarom heb ik tot nu toe gezwegen? 
Omdat ik van mening was dat mijn afkomst, 
waaraan nooit te verontschuldigen blaam kleeft, 
het mij verbood, het land Israël, waarmee ik verbonden
ben en wil blijven, als uitgesproken waarheid 
van dit feit te betichten.

Waarom zeg ik nu pas, 
oud geworden en met laatste inkt: 
De atoommacht Israël is een gevaar 
voor de toch al wankele wereldvrede? 
Omdat gezegd moet worden, 
waarvoor het morgen al te laat zou kunnen zijn; 
ook omdat wij – als Duitsers al genoeg belast – 
toeleveranciers zouden kunnen worden van een misdaad, 
die voorzien kan worden, zodat onze medeplichtigheid 
door geen van de gebruikelijke uitvluchten 
te verontschuldigen zou zijn.

En toegegeven: ik zwijg niet meer, 
omdat ik de hypocrisie van het westen 
zat ben; het is bovendien te hopen, 
dat velen zich van het zwijgen bevrijden, 
de veroorzakers van het herkenbare gevaar 
oproepen om af te zien van geweld en
tevens eisen,
dat een ongehinderde en permanente controle
van het Israëlische nucleaire arsenaal
en van de Iraanse atoominrichtingen
door een internationale instantie
wordt toegestaan door de regeringen van beide landen.

Alleen zo kunnen Israëlieten en Palestijnen,
ja, alle mensen die in deze
door waanzin geregeerde regio
dicht bijeen in vijandschap leven,
en uiteindelijk ook wijzelf worden geholpen.

© Günter Grass in die Süddeutsche Zeitung van 4 April 2012.
(Vertaling: Tom Ordelman, 7 April 2012)

 

  •