Posts Tagged ‘Wiel Kusters’

Louis Esterhuizen. Daai groen gedierte op jou skouer …

Wednesday, July 11th, 2012

Dat Gerrit Komrij as uitgesproke en ietwat kontroversiële literêre figuur nie in al die kamers van die Huis der Letteren as geliefde gas verwelkom is nie, is sekerlik ‘n gegewe. Maar dat iemand sonder enige provokasie besluit om die vele verwysings na Komrij se statuur as ‘groot digter’ op die dag waartydens sy dood aangekondig is, af te kam in ietwat onvriendelike taal, getuig myns insiens gewoon van swak styl.

So beland ek gister via ‘n skakel by De Contrabas op Wiel Kusters (foto) se weblog waar dié emeritus professor dit nodig geag het om onder andere die Koningin van Nederland se verwysing na Komrij as synde ‘n ‘groot digter’ tydens haar huldeblyk te kritiseer. Chrétien Breukers, hoofindoena van De Contrabas, se blikvanger op hul webblad is eweneens met gepaste vitrioel gegeur: “Het heeft prof. dr. Wiel Kusters, ondanks zijn drukke werkzaamheden die hem na zijn emeritaat teisteren, behaagd een correctie uit te voeren op een paar hinderlijke en zelfs ronduit verkeerde opmerkingen over Gerrit Komrij, door onnadenkende vlerken (die zich journalist of publicist noemen) en de Koningin der Nederlanden gedaan in couranten, tijdschriften, op internet of middels een telegram.”

Vervolgens dan die heer Kusters se gewraakte opmerkings: “Is iemand een groot dichter wanneer hij als poezieschrijver door zijn excentrieke stem en optreden in de media een bekende Nederlander is geworden? Of wanneer hij zich in Hollands literaire vijver naar boven heeft gewatertrappeld dankzij een bij haar verschijnen omstreden bloemlezing en de publieke rel die daar destijds (1979) op volgde? […] Zelf kan ik in de meeste verzen die Komrij publiceerde, ook als Dichter des Vaderlands, niet veel meer dan curiosa zien. Zijn reputatie als literatuurcriticus is niet gebaseerd op wat de voormalige stukjesschrijver Ronald Plasterk vandaag  ‘mooi, precies en helder’ opgeschreven oordelen heeft genoemd, maar juist op karikaturale vertekeningen van het besproken werk, beledigingen, vernederingen en vele soorten van poepbruine, blufmatig onverschrokken ongein over andere auteurs, dikwijls veruit zijn meerderen. De polemische Komrij had de lelijke trekken van een populist.”

Sjoe. Dit is net jammer dat Kusters dit nie nodig geag het om konteks óf substansie te verskaf ten opsigte van sy opmerkings nie. Daarsonder laat hierdie uitsprake my te veel dink aan iets wat jy op die vliegtuig in ‘n bruin papierkardoes doen wanneer die naarheid jou oorval.

Nietemin, by wyse van illustrasie van die ‘mooi, precies en helder opgeschreven oordelen’ wat Kusters klaarblyklik as persoonlike maatstaf voorhou, plaas ek hieronder een van sy gedigte wat op die internet te vinde is. Daarvolgens blyk dit duidelik dat Komrij en Kusters inderdaad weinig meer as die eerste letter van hul vanne in gemeen het.

 

***

Langzame Wals

Wij dansten, moeder, door de keuken
je had mij lachend opgetild

vier jaar was ik ‘daar bij die molen
die mooie molen’ van de radio

geboren, losgeschild
je kleine vrucht, een zoet bestaan

een appel die zo rood moest glimmen
dat je ogen ervan glansden

opgenomen in een wals
tussen tafel stoelen pannen

dat het kleine wandkleed moeder
dat je in de keuken hing

geborduurd met wolken schaapjes
bomen en een molentje
plus een boertje met een pet

dat dat helder linnen kleedje
met zijn spichtige figuurtjes
draaiend mij voor ogen bleef
in de warmte van de keuken
langs de wanden van mijn geest

zozeer dat ik het ging zingen
en mijn ogen moest bedwingen
toen je stierf en ik je zag

jij mij zag ik wilde tillen
wat er van ons overbleef
op een stoel en in een bed

en wij zwierden en wij walsten
tot je grond verzonken was

 

© Wiel Kusters (Uit: Zielverstand, 2007)

 

 

Teenstrydige generasies

Thursday, April 14th, 2011
Omslag

Omslag

By die Nederlandse uitgewery Meulenhoff het daar onlangs ‘n besonder belangrike bloemlesing, De tegenstrijdige generatie, onder redakteurskap van Yves T’Sjoen verskyn. Wat dié boek interessant maak, is dat T’Sjoen die versplinterde groeperings wat sedert die 1970s in bykans alle digkunste ter wêreld geld, ignoreer en terugval op die haas uitgediende generasie-groepering; sonder om tematiese en stilistiese verskeidenheid in berekening te bring: “In De tegenstrijdige generatie zijn belangrijke Nederlandstalige dichters bijeengebracht die debuteerden in de jaren zeventig. Deze dichters, geboren tussen 1944 en 1954, zijn inmiddels gevestigde namen. Maar voor oeuvrebouwers en geleidelijk tot wasdom gekomen stemmen in het hedendaagse poëzielandschap, bestaat steeds minder kritische (en volgehouden) aandacht. Met deze bloemlezing krijgen deze dichters de plek die ze toekomt.” 

Yves T'Sjoen

Yves T

In totaal word 16 uiteenlopende digters in hierdie bloemlesing byeengebring, te wete: Robert Anker, Benno Barnard, Huub Beurskens, Frans Budé, Eva Gerlach, Jacob Groot, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Hester Knibbe, Frank Koenegracht, Anton Korteweg, Wiel Kusters, Leonard Nolens, Willem Jan Otten, Hans Tentije, Miriam Van hee en Ad Zuiderent. 

Volgens die berig by De Contrabas het Yves T’Sjoen hom soos volg hieroor uitgelaat: “[Er was] de vraag onder welke vlag de expositie moest worden gepresenteerd. Er werd eerst gedacht aan ‘Een bescheiden generatie’, maar dat klonk nogal geringschattend, want de dichters die tussen 1968 en 1984 hun eerste stappen op het poëzieforum zetten, zijn allerminst bescheiden te noemen. Ze zijn dan wel geen ‘omroepers van oproer’, hun dichterschap kan beslist niet als low profile worden omschreven. ‘De tegenstrijdige generatie’ leek beter te passen. (…) De gemeenschappelijke karakteristiek die deze dichters verbindt, is dat ze met zijn allen weigeren een generatie te vormen. Het is mijns inziens het begrip ‘generatie’ zelf dat in deze titel geproblematiseerd wordt.”

En waarskynlik is dit die voorlaaste sin hierbo, “(d)e gemeenschappelijke karakteristiek die deze dichters verbindt, is dat ze met zijn allen weigeren een generatie te vormen”, wat ook die problematiek van ons eie groepie tagtigers onderstreep, aangesien hulle hulself ook nog nooit as “groep” beskou of aangebied het nie, en na alle waarskynlikheid as gevolg daarvan ook nie juis prominent in ons eie literêre geskiedskrywing gereflekteer word nie.

Nietemin, ter wille van volledigheid: Yves T’Sjoen se De tegenstrijdige generatie staan tans natuurlik ook in die spervuur vanweë die name wat volgens se benadering wél kwalifiseer, maar nogtans onbreek; digters soos Gerrit Komrij (gebore 1944, debuteer 1968) en Rob Schouten (gebore 1954,  debuteer 1978) word veral voorgehou as beduidende afwesiges.

Vir ‘n omvattende bespreking en beskouing van die digters wat hierin opgeneem is, kan jy gerus Chrétien Breukers se artikel gaan lees. As leestoegif plaas ek graag Luuk Gruwez se gedig “God skryf ‘n brief“, soos dit deur Hennie van Coller in Afrikaans vertaal is, hieronder.

***

Sedert gister het Marlies Taljard ‘n gedig van haar eie geplaas, terwyl Andries Bezuidenhout ‘n stuk oor Paul Celan en sy ikoniese gedig Todesfuge gelewer het.

Hê pret daarmee.

Mooi bly.

LE

 

God skryf ‘n brief

 

Ek het dit nie gedoen nie. Dit was iemand anders.

Ek was toe net besig met die miervreter, kopererts,

en al die visse

in die Atlantiese oseaan.

Dit was tog sekerlik nie ek nie.

 

Ek was nie daar nie, watter dag!

Pas het ek Saturnus en Uranus se mane klaar,

of sowaar, ek moes tyd en taal versin

en titels vir die meeste van my handewerk.

 

Ek was pootuit, vind nêrens rus,

want slaap was nog nie geskape nie.

My oeuvre het in omvang toegeneem.

Veral die vrou het vreeslik sorg geverg.

Sy moes nog skouers kry en ‘n kapsel,

verliefdheid, mymeringe, moederskap.

En erogene sones waarvan ek weinig weet.

 

Ek het geen tyd gehad, watter dag!

Daar’s van my verwag deur hulle wat toe nog nie was

dat daar ‘n oerknal sou wees in die heelal.

En dan die regte volgorde, ja dit veral:

die proefbuisbaba en die tandestokkie,

die boorplatform en ook ekself.

 

Eintlik wou ek net sê, liewe vriend:

dit was beslis iemand van ‘n ander oorde,

‘n konkurrent met meer talent,

wat iets so salig en sagaardigs

geskep het soos die dood.

 

© Luuk Gruwez (vertaling: HP van Coller, Bandelose gedigte, 2007: Praag Uitgewers)

 

 

  •