Posts Tagged ‘Willem M. Roggeman gedig’

Willem M. Roggeman. De eik van Dodona

Thursday, November 12th, 2020

 

De eik van Dodona

 

De ruisende bladeren zitten vol

verhalen. Het orakel luistert ernaar

en vertaalt al wat nog moet komen.

 

Zoals altijd blijft zij druk bezig

met ademhalen, want zuurstof blijft

nog altijd een onbegrepen deel

 

van de onzichtbare lucht.

Natuurlijk zegt zij natuurlijk

zijn alle dingen met elkaar verbonden.

 

Gedeeltelijk blijft een mens over

allerlei gebeurtenissen nadenken.

En zij denkt: De tijd is voortvluchtig.

 

Of nog: Elk ogenblik is een voltreffer.

Zij kijkt verbaasd naar haar linkerhand.

Het spiegelbeeld van haar rechterhand.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

Willem M. Roggeman. Palimpsest

Monday, September 28th, 2020

 

Palimpsest

 

Hij spreekt met doorgestreepte woorden.

Hij schept ander leven uit een sterfputje.

De grenzen van de nacht knipt hij weg.

Zo merkt hij hoe de nieuwe dag wijkt,

verbluft, verwonderd en onachtzaam

voor de uren die overal heen rennen.

 

Dan valt ergens een lijk uit een kast.

Bleek geworden levert de ambtenaar

gul zijn niets verklarend commentaar.

Zijn gezicht is een open boek,

een gesloten systeem, een valkuil

voor een zeventigjarige minister,

tuk op tegenstellingen, kauwend

op zijn binnensmonds gemompel

want van spreken is voortaan

geen sprake meer.

 

Met één pennentrek schrapt hij dit alles

waardoor het de schijn aanneemt

van iets anders.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

Willem M. Roggeman. Melancholisch als Willem Bilderdijk

Thursday, July 9th, 2020

 

Melancholisch als Willem Bilderdijk

 

Waarom had je toch zo veel vijanden?

Omdat je beter schreef en ook veel meer

dan wat al die anderen konden verzinnen.

Je rookte opium om hen te kunnen vergeten

 

en dat is je uiteindelijk toch ook nog gelukt

want niemand van hen heeft nu een naam.

Rustig bouwde je aan windstille gedichten,

jij die levenslang in de nacht hebt gewoond.

 

Elke morgen kraaide je van donker plezier

om het zachte zwijgen van de eerste regen.

Geduldig wette je het mes van de grondwet

en stak het dan zoals een advocaat zou doen

 

tot aan het heft in de aarde en zo ontdekte

je het tiendelig stelsel met al je vingers.

En terwijl je naderhand aan je pijp lurkte

schreef je gauw honderdtachtig versregels

 

waarin de romantiek vernieuwend doorbrak.

Dan keek je door het raam naar de Grote Kerk,

je zag de schim van Frans Hals voorbijstappen

en je voelde Haarlem rillen onder de zeewind.

 

  © Willem M. Roggeman, 2020

 

Willem M. Roggeman. Materiaal voor een gedicht

Wednesday, June 24th, 2020

 

Materiaal voor een gedicht

 

Luidruchtige echte padden springen plots op

in de denkbeeldige tuin van Marianne Moore.

 

Zij zet haar leesbril af en kijkt bijziend uit

een bestaand raam naar verzonnen struiken.

 

Dan schrijft zij heel eenvoudige woorden op,

bescheiden materiaal in nog ruwe toestand,

 

dat verrassend en op onverklaarbare wijze

bijna overeenkomt met de werkelijkheid.

 

Zij zet haar hoed op en verdwijnt verstrooid

in de witte tussenregels van haar gedicht.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

Willem M. Roggeman. De luchtbellen van Poseidon

Thursday, April 30th, 2020

 

De luchtbellen van Poseidon

 

De zeegod die ons toespreekt erkent dit.

Wij hebben niets aan zijn voorspellingen.

En hij laat zijn ziel weer in ons verhuizen

terwijl zijn handschrift beeft op het water.

 

Hier zwemt nog ergens de witte walvis

die alleen het plankton van de literatuur eet

maar wie door de realiteit snorkelt, schrikt op

want oorlog woekert in de tuin van Oekraïne.

 

En wij wachten op het reutelen van de avond,

dan hebben wij recht op een stukje van de zee,

een schelp, een zeester, een hoopje droge algen

of een aangespoelde drietand die heel oud lijkt.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

 

Willem M. Roggeman. Een ongenaakbare curiositeit

Saturday, April 18th, 2020

 

De boot van Charon vertrekt zonder ons.

Een albatros verkiest een ander gezelschap.

 

Een gauwdief zet de broodletters naar zijn hand

en de dagen vormen plotseling de maand maart.

 

Dan slaat hij zijn voedingsbodem in, gebaart,

scheurt het manuscript van zijn eerste liefde.

 

Hij verbrast het licht, raakt het even aan

met zijn ongeschonden nachtelijke handen.

 

Een bloem wordt tot symbool gereduceerd

en overvloedig besprenkeld met retoriek.

 

Langzaam wringt hij een parabel in de zomer

terwijl grootspraak zijn mond doet zwellen.

 

Zijn schaduw is op drift geslagen en beukt

telkens weer tegen de krijtkust van Dover.

 

 

© Willem M. Roggeman 2020

 

 

  •