Posts Tagged ‘Willem M. Roggeman gedig’

Willem M. Roggeman. Najaar aan de Noordzee

Wednesday, August 25th, 2021

 

NAJAAR AAN DE NOORDZEE

 

Iemand kijkt naar al dat water

dat nooit stilstaat en dom joelt.

De wind is zijn medeplichtige.

 

Meeuwen krijsen een raar verhaal.

Iemand kijkt door een verrekijker

en draait dan de zee plots dichterbij.

 

Ergens is een raam blijven openstaan.

Voetstappen knarsen door het grint.

Wolkjes vormen een kudde schapen.

 

In de keuken stopt een vrouw

twee sneetjes in de broodrooster.

Hij herkent de golfslag in haar ogen.

 

Zijn gedachten klimmen een ladder op.

Een schilderij verfraait de werkelijkheid,

wijzigt dit stilleven met fellere kleuren.

 

De wind snijdt de ademhaling van de zee.

Een parkeerplein staat verlaten in de regen.

Vallende bladeren schreeuwen hun angst.

 

© Willem M. Roggeman, 2021.

 

Willem M. Roggeman. Naturalisme

Monday, July 19th, 2021

 

NATURALISME

 

De lucht staat vol met vogels.

In de weiden bewegen koeien.

Elk uitzicht werkt verblindend

 

en lijkt bovendien ook een beetje op

het kennis maken met de werkelijkheid

waarna alles stilaan betekenis krijgt

en in taal kan vastgelegd worden.

 

Toch laat deze man alle waarnemingen

voor wat ze zijn: Luchtspiegelingen

van woorden die nog niet geschreven zijn.

 

De landmeter meet rustig de lengte

maar ook de breedte van elke akker

en hij doet dit in lengte van dagen,

al blijft hij hierbij steeds wereldvreemd.

 

De tijd is geduldig, denkt hij

en proeft even aan het ogenblik.

 

© Willem M. Roggeman, 2021

 

Willem M. Roggeman. Exegese

Sunday, June 20th, 2021

 

EXEGESE

 

Het gedicht heeft nu ook al zijn woorden

wit gekleurd, doorzichtig, en onleesbaar

gemaakt dank zij hemelse misverstanden,

ten slotte onder rododendrons verborgen.

 

De lezer als historische bezienswaardigheid

door eigen ogen in verlegenheid gebracht

is vragend ontsnapt aan elk mensenwerk en

zwijgt in de hem ontglippende verbeelding.

 

Want de poëzie begint vandaag hier en nu

op de uitgewiste grens van het herkenbare.

Zij beweegt in een nacht nog voorwereldlijk

steeds voorafgaand aan elk denkvermogen.

 

© Willem M. Roggeman, 2021

 

Willem M. Roggeman. Stenen tijdperk

Monday, May 10th, 2021

 

STENEN TIJDPERK

Voor Hella S. Haasse

 

De tijd had hem uiteindelijk ingehaald.

De monsters in de tuinen van Bomarzo

gunden hem slechts een versteende blik.

En met een lange nasleep van gedachten

zocht hij de vergeten weg naar het noorden.

 

Hij die heilige spreuken in wijwater stak

bleef voortaan toch ononderbroken kijken

naar de bevlogen klokkentorens van Beiëren.

 

In het gekke kasteel van Neuschwanstein

werd hij teruggebracht tot een schaduw,

onhoorbaar stilstaand achter een vitrage,

in verrukking kijkend naar de woonkamer

met taferelen en de zwaan van Lohengrin.

 

Zijn hond dacht aan Wolfram von Eschenbach.

Meteen verschenen ridders van Koning Arthur

en daar was natuurlijk Parsifal en zijn eigen lier.

 

Richard Wagner bracht hen allen samen.

En in een geestdriftige bui riep hij uit:

Laat ons nu zalig zwemmen in de Rijn,

naar de overzijde met die wonderlijke tuin

die door afgedankte goden al lang geleden

toch maar alleen voor ons werd ontworpen.

 

© Willem M. Roggeman, 2021

 

Willem M. Roggeman. Sokrates drinkt

Friday, January 29th, 2021

 

 

Ik kan niet één aanvaardbare reden bedenken

waarom ik deze versierde beker zou weigeren.

Deze drank smaakt trouwens als een bezwering

en het was een wijs besluit, want genomen door

de wijzen van de stad, zo genadig in hun verraad.

 

Misschien was ik wel het bedreigende onkruid.

In een wit kleed gehuld werd ik schor en zwart.

De vaders lezen sterrenbeelden en zien hun zonen

met redeneringen spelen en denken. Zij betreuren

dit als een gehavende tijd waarin de twijfel groeit.

 

Ik weet dat ik heel zacht zingend zal wegglijden

in een eindeloze slaap die mij uiteindelijk iets zal

leren, het kinderlijke woord dat niemand kent.

Hun verbeelding schiet tekort. Nooit zullen zij

mijn schaduw ontwaren in deze denkbeeldige tuin.

 

© Willem M. Roggeman, 2021

 

Willem M. Roggeman. Zoals Durrell in Alexandrië

Wednesday, December 30th, 2020

 

 

 

ZOALS DURRELL IN ALEXANDRIË

 

Deze stad ligt verborgen in een boomgaard

waar dolende kinderen worden gevonden

en hun schaduwen te grote ogen hebben.

 

Zwaluwen rusten uit op de kabels

van het elektriciteitsnet en vormen er

de eerste noten van een oosters lied.

 

Hier worden de dagen moeilijk wakker.

Zij worden opgesteld als in een week

van ononderbroken droogte, zonder

een wolk, maar met vrouwen die donker

lachen en toch niet willen ontsnappen

aan hun trouweloze bewaker bij de knoop.

 

En na elke overwinning denkt hij:

Haar lichaam is een tuin, een lustprieel,

een warme serre waar vreemd fruit

in stilte rijpt en steeds zachter wordt

als haar borsten die zo heerlijk zingen

onder zijn waakzame houten handen.

 

Is hij dan de beruchte stedenverdelger?

 

Nee. Dat is hij.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

 

Willem M. Roggeman. De eik van Dodona

Thursday, November 12th, 2020

 

De eik van Dodona

 

De ruisende bladeren zitten vol

verhalen. Het orakel luistert ernaar

en vertaalt al wat nog moet komen.

 

Zoals altijd blijft zij druk bezig

met ademhalen, want zuurstof blijft

nog altijd een onbegrepen deel

 

van de onzichtbare lucht.

Natuurlijk zegt zij natuurlijk

zijn alle dingen met elkaar verbonden.

 

Gedeeltelijk blijft een mens over

allerlei gebeurtenissen nadenken.

En zij denkt: De tijd is voortvluchtig.

 

Of nog: Elk ogenblik is een voltreffer.

Zij kijkt verbaasd naar haar linkerhand.

Het spiegelbeeld van haar rechterhand.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

Willem M. Roggeman. Palimpsest

Monday, September 28th, 2020

 

Palimpsest

 

Hij spreekt met doorgestreepte woorden.

Hij schept ander leven uit een sterfputje.

De grenzen van de nacht knipt hij weg.

Zo merkt hij hoe de nieuwe dag wijkt,

verbluft, verwonderd en onachtzaam

voor de uren die overal heen rennen.

 

Dan valt ergens een lijk uit een kast.

Bleek geworden levert de ambtenaar

gul zijn niets verklarend commentaar.

Zijn gezicht is een open boek,

een gesloten systeem, een valkuil

voor een zeventigjarige minister,

tuk op tegenstellingen, kauwend

op zijn binnensmonds gemompel

want van spreken is voortaan

geen sprake meer.

 

Met één pennentrek schrapt hij dit alles

waardoor het de schijn aanneemt

van iets anders.

 

© Willem M. Roggeman, 2020