Posts Tagged ‘Willem M. Roggeman gedigte’

Willem M. Roggeman. Afstandelijk

Tuesday, March 24th, 2020

 

AFSTANDELIJK

 

Zoiets verzin je niet. Je maakt het

met woorden toch gauw al te bont.

Zij eet volmondig, beaamt het daglicht,

bedriegt de morgen met een nieuw uur.

 

 

Heimelijk laat zij de zwaartekracht los

en zweeft nu, weeft nu een zweetdoek

voor Veronica. Om haar heen blijken

de omstaanders al lang uitgestorven.

 

 

Dan weerklinkt, zoals was aangekondigd,

een schampschot, een schimpscheut.

Met het openvouwen van de plattegrond

ontdekt iemand vol ongeloof El Dorado.

 

 

In een berghut wordt hij op de hoogte

gebracht. Ondergedompelde woelwater

moet hij snel kiezen tussen kant en wal.

De tijd graaft hem naar de grafsteen toe.

 

 

Een hand wandelt binnen, behoedzaam

op lang uitgesponnen broze vingertoppen.

Hij spitst een ezelsoor, breekt er zijn stem

maar houdt de verte nog graag op afstand.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

Willem M. Roggeman. Jan Moritoen herleest een gedicht

Wednesday, March 30th, 2016

Jan Moritoen herleest een gedicht

 

Met zeewier vervlochten zijn deze herinneringen.
Want Brugge ligt weer aan de zee en pruilt
terwijl motregen schaamteloos de dagen kwelt.
Maar wie heeft hier weer met de tijd gespeeld?
Dit ouder worden was stilzwijgend inbegrepen
bij de berekening van deze jarenlange reis.

Mergrite, je bedelt om een zonsverduistering.
Je lijkt geritsel van een vogel tussen bladeren.
De zee is het grijze graf van onbekende vissen.
Opnieuw verzamel ik haar ontvreemde organen.
Zij bespeelt het orgel van mijn verbeelding
en ziet hoe het kwik onder de zeespiegel
zoekt naar haar verdwenen spiegelbeeld.

Haar donkere mond proeft aan mijn dorst,
mijn oerwetenschap, dit blinde weten van
een verlangen dat weer middeleeuws klinkt,
mi lanct na di, maar de kamer van onze smart
is leeg, op deze lege stoel na, zo oud zo koud.
De liefde ontsluit de archipel van haar ogen,
beschrijft dan omstandig mijn aardrijkskunde.

Mijn vriend, zijn houten longen versplinterd,
zijn huid gescheurd door dromen vol doornen,
groeit hij tot een sterrenbeeld aan mijn firmament.
Ik tel de letters in de vraag Waer bestu bleven?
In zijn vuist woekert de tijd, nog onvoltooid.

 

© Willem M. Roggeman / 2016

Willem M. Roggeman. Gerrit Kouwenaar, vanzelfsprekend

Saturday, March 26th, 2016

Gerrit Kouwenaar, vanzelfsprekend

Dus nu is er ook nog het witte vers
van Gefundenes Fressen. Een gedicht
dat je volledig kan opeten, verslinden

als een prachtige vrouw met de ogen.
Dit is onvoorwaardelijke verbeelding.

Je raakt verslingerd aan iets van haar.
Iets is altijd een echo van iets anders.
Het afwezige roept deze spanning op.

Niemand heeft haar ooit uitgesproken.
En het ogenblik ligt er vertrappeld bij.

Zij telt in het huis de onzichtbare gasten.
Op de tafel ligt gisteren nu aan scherven.
Haar leven is voortaan een stilleven.

Dan breekt iemand het welsprekende ijs
van haar handen die hij laat verdwijnen.

Zijn stem klimt hijgend de trap op
en stopt op de derde verdieping.

De schaduw van Gerrit Kouwenaar zit
in een lege witte kamer te kauwen op taal.

Hij droomt vaak van mensen zonder namen,
zoals een dove man droomt van een gesprek.

Zijn verzen drijven op zijn ademhaling,
lijken sporen van voetstappen op water.

Het wit toont alles wat verdwenen is
en het niets krijgt een duidelijke vorm.

Het verleden verstopt zich in de herinnering.
Dan proef je een woord in andermans mond.

De dichter schrijft zich ten einde,
raakt zichzelf kwijt in de spiegel.

Dit leven stopt zonder een vervolg.
Het ik verdwijnt achteloos in de tijd.

Wat rest zijn wat gebruikte woorden.

© Willem M. Roggeman / 2016

  •