Posts Tagged ‘Zover’

Janita Monna. Een dreigende vulkaan

Friday, April 4th, 2014

 

Froukje van der Ploeg – Zover

 

Dan ben je zo eind dertig. Het leven in overzichtelijk vaarwater. Er is een man (of vrouw), een baan en een nieuwbouwhuis. En dan ineens slaat de schrik toe, ‘een vervaarlijk gapen’ zoals Judith Herzberg het ooit omschreef. Dan dringt het besef door dat de tijd van grote dromen, van ongeremd leven voorbij lijkt.

 

De negentienjarigen in hun ondergoed

de wodka de sluitingstijden de zonsopkomsten.

Ze zijn uitgeleefd.

 

In dergelijke, opzettelijk kalme bewoordingen verpakt dichter Froukje van der Ploeg die onrust in haar nieuwe bundel Zover. Ze debuteerde zes jaar geleden met Kater, nadat ze al een aanmoedigingsprijs van het literaire tijdschrift Hollands Maandblad op zak had.

In Zover wordt de balans van een leven van zo’n eind dertiger opgemaakt. Van een jong stel dat toe is aan het kopen van een nieuwbouwwoning. Maar het beton is nog niet in het weiland geplaatst, op de ‘koeienstront’, of de eerste haarscheuren in de relatie worden zichtbaar. Aan de buitenkant is alles nog vredig en kalm, maar de vrouw – haar man bekijkend – heeft de scheiding al doordacht: ‘Ze lacht als altijd,/ zoekt vast de ruzies op in haar hoofd./ Gumt zijn naam van de verjaardagskalender.’

De taferelen in Van der Ploegs gedichten zijn uiterst herkenbaar. De weemoed om de eerste zoen, vriendjes van ooit die nu via sociale media vriendschapsverzoeken doen; ‘kaken met baard compenseren de geweken haarlijn’.

Van der Ploegs onrust is een vulkaan. De dichter kiest voor de beheerste formulering, met veel trage klanken om die dreigende vulkaan te beteugelen.

Toch is het is geen poëzie die ongemakkelijk maakt. Eerder zijn de gedichten een bevestiging dat individuele onvrede, het gevoel vast te zitten in een leven, universeel blijkt. Sommige gedichten in deze bundel zijn tamelijk vlak, een enkel gedicht is wat zoet. Maar gelukkig geeft Van der Ploeg haar regels nu en dan met een treffend beeld een verrassende draai: ‘Binnen verliest oma de dagen van de week/ de zon van negen decennia zee is op haar huid/ achtergebleven’.

De vulkaan komt uiteindelijk toch tot uitbarsting. Het nieuwbouwhuis, de verlangens naar de tijd waarin ook andere levens mogelijk waren, het zijn uiteindelijk vooral rituele voorbereidingen op de geboorte van een kind. En zelfs die emotionele, lichamelijke uitbarsting weet Van der Ploeg zakelijk te houden: ‘Iemand probeert me uit elkaar te schroeven/ van binnenuit, geen plattegrond/ waar de uitgang op staat’.

Zover besluit met een gedicht in briefvorm (er staan nog enkele in de bundel). De vrouw schetst een vriendin haar nieuwe leven: man en vrouw vredig uiteen, het kind de vervulling van een lang gekoesterd verlangen. Eind goed al goed, maar uiteindelijk misschien beter dan, om met Van der Ploeg te spreken, langer bij iemand te wonen dan je gevoelens voor diegene hebt.


Uit

 

Ze vraagt zich af hoe het is

om weer alleen te zijn.

 

De man met wie ze woont staat nietsvermoedend

te werken in haar tuin. Zij haalt de sleutels

van zijn bos.

 

Bedenkt hoe ze vrienden familie het nieuws

zal brengen. De tafel weer voor het raam

de kast terug in de oude kleur.

 

Merkt hij al iets? Hij plant tulpenbollen

voor het voorjaar. Ze lacht als altijd,

zoekt vast de ruzies op in haar hoofd.

Gumt zijn naam van de verjaardagskalender.

 

Froukje van der Ploeg – zover. Nieuw Amsterdam, 17,50 euro, 56 pagina’s, isbn 9789046815281

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.



  •