Bert Bevers. De grote rokade

De grote rokade

 

‘s Mans meest lijvige boeken heten Ontwerpsystemen: een inleiding tot de ontwerptheorie en Building Knowledge in Architecture, respectievelijk in 1973 en 2010 verschenen. De auteur: Richard Karel Valère Foqué (° 1943). Die studeerde architectuur, en was een van de oprichters van het architectenbureau FDA, een bureau gespecialiseerd in complexe ontwerpopdrachten. Ook was hij hoogleraar in de architectuur- en ontwerpwetenschappen aan het Hoger Instituut voor Architectuurwetenschappen Henry van de Velde in Antwerpen, alsmede gastprofessor aan diverse buitenlandse universiteiten. Voordien was Richard Foqué echter eerst en vooral dichter. In 1967 verscheen van hem Alleen kringen (bij De Bladen voor de Poëzie in Lier). Twee jaar later verscheen bij dezelfde uitgever De dieren komen, waarna de Gentse uitgeverij Yang in 1972 nog Drie millivolt van oneindig op de markt bracht. Dat was het, tot dan toe. Zijn otium bleek hij namelijk al rap te benutten voor het teruggrijpen naar zijn eerste passie, de poëzie. Vorig jaren verschenen (bij Uitgeverij Kleinood & Grootzeer te Bergen op Zoom) Te laat het landschap en Equinox. Twéé bundels in één jaar tijd. Alsof hij als dichter nooit weg was geweest.

Over Te laat het landschap schreef ik onder meer: ‘Foqué gaat uitermate economisch met de taal om. Zijn poëzie is verstoken van onnodige tierelantijntjes, en gaat in strakke bewoordingen recht op haar doel af. Dat was al zo in zijn vroege werk, dat is nog steeds het geval in zijn jongste. Wel is er een verschil in benadering. Was Foqué aanvankeljk een naar binnen turende buitenstaander, nu is hij de ingewijde die juist naar buiten kijkt. Zijn werk neigt eerder naar het hermetische, maar is open genoeg om je binnen de kortste keren naar binnen te trekken. Het is aardig om te constateren dat hij nooit zijn andere passie, de architectuur, weg heeft gestopt. Al in zijn debuut duiken allerhande elementen op die zijn latere werk doen vermoeden: groet de deuren van mijn huis; deze zetel zal onze kamer zijn; dit is waar / deze raaklijn bestaat; mijn deur is getekend. Te laat het landschap lijkt op bepaalde momenten haast organisch op de oude bundels aan te sluiten. De dichter tekent zijn taal nog steeds als een architect (Ik teken een landschap / een landing langs de banen), en ziet nog steeds kaders en lijnen alom (Maar kwetsbaar de lijn / die het beeld verdeelt bijvoorbeeld, en Wat rest is een schilderij / het raam zorgvuldig ingelijst / in een landschap getekend). Foque’s gedichten hebben een merkwaardige ondertoon van een onloochenbare vanzelfsprekendheid. Deze poëzie met pregnante zegging is onmiskenbaar van de hand van iemand die zich bewust is van het feit dat wij hier niet alles zijn, dat er eerder mensen sporen nalieten, dat er generaties zullen volgen: Verdwijn in het landschap / kras een dier in de rots.’

Dat besef blijkt ook uit het onlangs verschenen De grote rokade, alwéér een dichtbundel van zijn hand. Daarmee is de stand pro- en post-architectuur 3-3! Bij de presentatie van het boek zei inleider Guy Commerman, bezieler van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift: “De grote rokade is tegelijk rationeel opgebouwd en emotioneel in balans. Foqué wil ons wijzen op een mogelijke teloorgang. Maar het gevaar omschrijven en onderscheiden is al een bescheiden begin in de richting van een eventuele kans om deze teloorgang te ontlopen of te vermijden. Als architect ziet hij rondom zich het menselijke bouwwerk langzaamaan in elkaar storten. Alleen een kakelende toren van babel houdt zich overeind. De architect verzamelt de brokstukken, hij werpt ze niet op een willekeurige hoop, maar kiest zorgzaam de meest waardevolle en gave stenen uit en plant al een nieuw bouwwerk, dat alle vorige zal overtreffen. Hij houdt ons geweten wakker, hij houdt ons alert, hij wil niet beleren en beweert nooit dat poëzie de wereld zal kunnen redden.” Daarmee kan ik het alleen maar eens zijn.

Foqué’s nieuwe bundel omvat 4 cycli: De dingen die komen, Wrakhout, De grote rokade en De nadagen. Stilistisch blijft hij consistent. Zijn verzen meanderen ritmisch, en staan vol beklijvende beelden. Geheugens moeten leren / dat niet alles blijven kan / dat waar je gaat / de voetstap blijft. Op dergelijke strofen kan ik lang kauwen. De fascinatie voor de vergankelijkheid aller dingen is nooit veraf: Het is de tijd die verschuift schrijft hij hier, en Dwalend door de tijd daar. Het woord tijd duikt sowieso geregeld op in deze bundel. Nou is vergankelijkheid een thema waarmee wel meer dichters zich bezighouden, maar Foqué gaat het op een geheel eigen manier te lijf. Enerzijds vanuit een persoonlijke beleving (Mezelf zal ik niet herschrijven / geen woorden zijn aan mij besteed / uit het landschap weggesneden / ben ik van mezelf vervreemd), anderzijds vanuit een eerder afstandelijke, die regelmatig filosofische pareltjes oplevert als De wereld kan niet zijn / waar niemand is / zijn er geen vragen. en Wat niet kan zijn / komt nooit terug / het is machteloos. De grote rokade is een sterke bundel zonder zwakke momenten. Krachtige, vitale poëzie!

  

De grote rokade, Richard Foqué, Uitgeverij P, Leuven, 2012, ISBN 978 94 91455 04 9

Bookmark and Share

Comments are closed.