Louis Esterhuizen. Oor wasmasjiene en ander huishoudelike gebruike

‘n Digteres wat in 2009 nogal ‘n ligte gefladder in die Arabiese hoenderhok  veroorsaak het, is die Joodse digter Tuvit Shlomi (1980). Sy het naamlik onder die skuilnaam Wallada bint-al Mustafi ingeskryf vir die El Hizra Literatuurprys, een van die mees gesogte literêre pryse in die Arabiese lettere, en sodoende meer as ‘n gesonde kwota verleentheid veroorsaak toe sy as een van die wenners aangewys is.

Pas het haar debuutbundel, Avond Maal, in Nederlandse vertaling verskyn by Uitgeverij Prometheus en Sander de Vaan het vir Meander ‘n onderhoud met haar gevoer.

In reaksie op sy eerste vraag, uiteraard oor die debakel rondom haar inskrywing vir die El Hizra-prys, het sy soos volg geantwoord: “De El Hizjra is een gerespecteerde prijs. Daarom wilde ik meedoen. De wedstrijd is open voor iedereen. Maar ik wilde dat mijn werk beoordeeld zou worden om wat het is, niet om wie of wat ik ben. Ik ben Joods en half Israëlisch en ik schrijf poëzie. Ik wilde dat mensen mijn werk zouden lezen met open ogen, niet door een lens van door onszelf gecreëerde hokjes of wereldnieuws […] Ik heb genoeg discriminatie vanuit Marokkaanse en Turkse hoek meegemaakt om te begrijpen dat wat daar gebeurde helaas niet vanzelfsprekend is.”

En oor die kwessie van ‘digterlike vryheid’: “Vrijheid. Ik zit met een gedachte, klank, of beeld. En die wil ik begrijpen, ermee vechten, worstelen. Ik kan veel dingen niet begrijpen maar ik kan ze wel in hun nekvel grijpen, ze eens goed van onderaf bekijken en ze voorzichtig en respectvol naar alle kanten draaien totdat ik in ieder geval beter zie waar de kop, staart en achterpoten zitten. Totdat de nieuwsgierigheid leefbaar wordt. Totdat ik het zelf kan voelen. En niemand gaat mij vertellen wat ik moet doen of hoe ik moet denken. Of ik een punt of komma neer wil zetten gaat niemand wat aan. Als ik geen hoofdletters wil gebruiken dan doe ik dat niet. In poëzie bestaan voor mij geen dogma’s. […]Vrijheid betekent bijvoorbeeld niet dat je dus de vrijheid hebt om zoals het je uitkomt mensen te beledigen of te kwetsen, aan te zetten tot geweld, of laster te verspreiden. Kunst is voor mij elk onderwerp kritisch beschouwen, alles naar buiten brengen waar je mee worstelt.”

Gaan lees gerus die volledige onderhoud op Meander; veral die latere gedeeltes oor die kwessie van kos, eet en die reeks spyskaartgedigte in haar bundel is iets vir die meer hongeriges, myns insiens. Daar is ook heelwat van haar gedigte wat jy op jou leesbord kan skep …

Hieronder volg twee voorbeelde; die eerste is ‘n gedig wat sy self tydens die onderhoud uitsonder, met die tweede wat ek plaas as kopknik na ‘n bundel oor wasmasjiene en ander huishoudelike gebruiksapparate waarna ek persoonlik sommer baie uitsien en wat glo iewers in die komende jaar op die rakke gaan wees.

***

Winter weer

Ik dacht dat het dit jaar twee keer zomer worden zou
Maar het werd twee keer winter

Een keer van buiten en een keer van binnen
Dat laatste wist ik zeker want de klok
Sloeg veertig graden en het kwik in de wekker
rees tot half zes ’s ochtends

Als het alarm af ging om op te staan
En een droom opging in werkelijkheid
En een lamp aanging in de blauwe hemel

Net als de eerste winter die grauw was
Zonder einde in een zee van eindeloze slaap
En aan de einder ononderbroken schijnsels van de maan
Weer winter

Weer een trui met lange mouwen
Tegen de koude: eerst van buiten, dan van binnen

 

*

Wasmachine

De wasmachine
draaide over
uren over
cycli en seizoenen

Om met wat poeder
met wat poeder
telkens weer opnieuw
gemaakte vlekken
weg te boenen

Maar wasmachine wasmachine
zul jij het nooit
van je leven leren?

De echte vuiligheid zit in
de mens zit in de mens
niet in zijn kleren

 

© Tovit Shlomi (Uit: Avond Malen, 2013: Prometheus)

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •