God kan mijn verjaardag niet onthouden
In een steegje koop ik een banjo van een blinde dokter die ik kan vertrouwen
Maar eigenlijk heb ik geen banjo nodig
Eigenlijk heb ik een gazellebeeld gevuld met opium nodig
Dus geef ik de banjo weg aan een slome chrysantenkweker
En koop ik in een duikboot een gazellebeeld gevuld met opium van een onbetrouwbare pelsjager.
Op de drempel van de sinistere goudvissenwinkel van Patricia Eenoog
Denk ik aan de talrijke keren dat ik mezelf belachelijk heb gemaakt, vaak in turnzalen
De ezeldrijver komt naast me zitten en zegt
Dat de wereld gisteren moest vergaan, maar er geen zin in had
Dus heeft hij zijn ezels ‘voor niets’ afgeslacht, ‘voor niets’.
Ik leg mijn hand op het schroomvallige scrotum van de ezeldrijver en denk aan de zeldzame keren
Dat God tot mij sprak, altijd in struisvogelkwekerijen
Hij zei eens: ‘Omdat je jarig bent vandaag zal ik straks de bliksem op het huis van je buurvrouw doen Terechtkomen, en verder zullen er drie makrelen en vier slagroomtaarten op je tafel staan!’
Maar ik was niet jarig, waarom zou ik geloven in een god
Die mijn verjaardag niet kan onthouden, dan kan ik zowel mijn pap koelen met mijn ouders.
Maar de bliksem dan? En het woord voor bliksem!!
Om nog maar te zwijgen van de makrelen en de slagroomtaarten
Die ik heb gedeeld met een norse lamaverzorger
Die toevallig genoeg jarig was, maar dan echt
Nu sta ik op en wandel ik naar mijn huis.
Ik breek het gazellebeeld, het is gevuld met bloemsuiker
Ik nies en denk aan de vier keren dat ik in een reuzenrad zat
Twee keer met mijn moeder, twee keer met haar gynaecoloog
Ik moest telkens iets opbiechten, maar helemaal boven had het geen belang.
© Delphine Lecompte 2018
