Yves T’Sjoen: Lijnenspel in beeld en taal

 

Het multimediale project la pose voilée van de fotograaf Malou Swinnen en Door de handen van Amor van een adem voorzien van de dichter Inge Braeckman doet mij bij een eerste aanblik en lezing denken aan een gedicht van Antjie Krog. In Kleur kom nooit alleen nie verwijst de titel ‘The Particularity of Nakedness’ naar het gelijknamige schilderij van Marlene Dumas. Op het doek is een achterover liggende man te zien, naakt en kwetsbaar. Krog schreef een tekst, een sonnet,  waarin met lichamelijke metaforen het visuele beeld adem wordt gegeven. Ik citeer de slotstrofe: “maar jy lê so sag en weerloos uitgestrek / dat ek vir die eerste keer in jare / kan asemhaal in die bloute van jou nek”. In de vertaling van Robert Dorsman: “maar je ligt zo zacht en weerloos uitgestrekt / dat ik voor het eerst sinds jaren / kan ademhalen in het blauwe van je nek”.

In elf titelloze en genummerde gedichten van Braeckman, gecomponeerd bij de fotoreeks la pose voilée, worden beelden van vrouwelijke naakten en bloemen beademd. De combinatie van diptieken en triptieken – twee naakten en een bloem, twee bloemen en een naakt of de afwisseling van bloem en gevoileerde vrouw – wordt telkens geflankeerd door een gedicht. De eerste gedichten zijn nog klassiek gecomponeerd– drie kwatrijnen respectievelijk vier disticha. Daarna wijkt de dichter af van die vaste versstructuur. De klassieke vorm – kwatrijnen, terzinen, disticha – wordt vanaf gedicht 3 verstoord door een slotregel die helemaal geïsoleerd staat, uit de mal schiet. De ademhaling is niet gelijkmatig; het ritme en de beweging die in de beelden te zien zijn, bepalen de deining van de ademhaling.

Over de fotografie van Malou Swinnen merkt kunsthistorica Ruth Hommelen aan het eind van haar inleidende beschouwing op: “de geportretteerde vrouwen en bloemen [horen samen], […] ze [vullen elkaar aan] en versterken [elkaar]”. En verder: “Malou Swinnen combineerde op basis van een gelijkaardige pose of vorm, textuur of motief, lijnenspel of compositie. Het spanningsveld dat hierdoor ontstaat roept vragen op rond vrouwelijkheid en sensualiteit”. In de coproductie met de hoofdtitel la pose voilée horen naast naakten en bloemen, in een dwingende relatie, ook de gedichten van Braeckman. Ze versterken de fotografische beelden, ze geven zoals gezegd adem. In geen geval zijn de teksten ekfrastische of dus beschrijvende teksten van het beeldmateriaal. Ik heb de reeks gelezen als ritmisch-pulserende monoloog van een ik-verteller die zelf buiten beeld blijft, niet wordt genoemd. Een jij-figuur wordt aangesproken: de geportretteerde vrouw, het beeld van de gesluierde vrouw, de taal zelf. In een sensitief idioom, muzikaal en ritmisch, soms een opeenstapeling van metaforen, worden de foto’s bewasemd, asem gegeven.

Het openingsgedicht is veelzeggend:

 

Naaktheid behoeft geen achtergrond, en geen verklaring.

Hoe anders spreekt het lichaam zonder de verleiding van

het gelaat. Door de handen van Amor van een adem

voorzien – zoals zijn pijlen altijd raak. De muze is om

 

te begeren, in wit- en grijstinten gespannen. De kreet

in het masker gesmoord creëert een pose doorheen

eeuwen. De lijnen van het lichaam als geheugen van

het geleden leven. De fotografische blik schept het

 

naar haar eigen ogen. Venushaar als mededogen

voor wat het innerlijk niet tonen wil. Vruchtpluis

om over de werkelijkheid uit te blazen – de wereld

te bedekken met een wollige laag, even teder als je huid.

 

Ruth Hommelen stelt dat “[d]e afgebeelde vrouwen [van Malou Swinnen] versmelten […] met het portret van een bloem, die de exploratie van vrouwelijkheid verderzetten. Er is in wezen geen verschil in de manier waarop bloemen en vrouwen weergegeven worden”. Vanuit cross-mediaal standpunt gezien, de relatie tussen woord en beeld, doen de gedichten iets soortgelijks: ze verkennen in taal vrouwelijkheid. De lichaamshouding – frontaal, zijaanzicht, voorover of achterover gebogen – krijgt in de vormgeving van de gedichten een pendant. De gedichten laten zich niet in een vormelijk keurslijf dwingen, maar deinen en buigen mee met de fotografische beelden. De geportretteerde vrouwen staan daarenboven afgebeeld tegen een “neutrale achtergrond”: daarbij moet ik denken aan dat ontbrekende ik in de gedichten, de zegging waarin het ik niet zozeer of expliciet particuliere gevoelens portretteert, maar de ander als focus heeft. Zoals Cupido, of dus Amor, in het Romeins mythologische verhaal met de pijlen gericht op de ander.

Zowel beeld als tekst verhaalt over de schoonheid van het vrouwenlichaam, met aandacht voor huid en textuur: “krachtig”, “zelfbewust” en “ongenaakbaar”, naakte vrouwen met de hoofden gesluierd, in bepaalde gevallen zelfs helemaal onherkenbaar. Het “universeel vrouwelijke” wordt uitgedrukt, “das Ewig-Weibliche”. Tegelijk spreekt natuurlijk en zelfs nadrukkelijk een ik in de gedichten (het geïmpliceerde ik), precies zoals de fotograaf met naakten en bloemen een hoogstpersoonlijk verhaal vertelt. Hommelen zegt hierover: “Bij elke foto wordt de toeschouwer deelgenoot van het moment waarop de persoonlijkheid van de kunstenares [mijn onderstreping], het universeel vrouwelijke en de eigenheid van het model samenvalt in één beeld”. Iets vergelijkbaars kan ik opmerken over de gedichten in deze uitgave.

Over vormgeving is wel nog wat méér te zeggen. De foto’s worden miniaturen genoemd, “9 op 9 cm, vergelijkbaar met de afmetingen van een polaroid”. Ik heb de gedichten van Inge Braeckman ook zo gelezen: symmetrische structuren (strofen van vier, drie en twee regels) – hoekig, afgemeten, strak. Zoals de foto’s in de omkadering groeien de teksten uit hun rigide gebonden structuur. De teksten zijn van wisselende lengte met een slotregel die de beperking systematisch doorbreekt. En dus voor adem zorgt.

De “epiloog” van la pose voilée – een titel die verwijst naar de reeks De Pose (2002) van Malou Swinnen en thematisch in verband staat met Personae (1995), de kiem waaruit haar fotografisch levenswerk is gegroeid – [de epiloog] heeft de titel Antichambre. Le mouvement figé. Uit de toelichting bij deze reeks van vijf foto’s – vier naakten en één bloem – leid ik af dat dit project er éérst was. la pose voilée is uit deze fotoreeks ontstaan. Le mouvement figé is een reeks met bewegingssequenties (“deelsequenties van een beweging”), een beeldenreeks van bevroren of statische beelden. Klaarblijkelijk refereren de verzamelde momentopnames aan een aquarel van Auguste Rodin: Femme nue aux longs cheveux, renversée en arrière. Het statische van ieder beeld benadrukt de kracht en de spanning van het lichaam dat geportretteerd is. Bij deze reeks Antichambre schreef Braeckman één gedicht: het elfde waarmee een numeriek afgeronde reeks van tien gedichten wordt doorbroken. Niet alleen micro-structureel, op het niveau van het afzonderlijke gedicht, maar ook bundel-compositorisch wordt de regelmaat verstoord en spanning opgewekt.

 

De tekst heeft een toegevoegde waarde voor het gepresenteerde beeldmateriaal, hij voegt een dimensie toe aan de krachtige beeldenconstellatie. In taal zijn sensuele miniaturen gecreëerd, taalmuzikale en ritmische adems. De gedichten hoor je hardop te lezen teneinde cadans en ritme lijfelijk te ervaren. Ze voegen zonder meer een dimensie toe aan la pose voilée en Le mouvement figé.

 

Tekst en beeld. Ik denk in de Nederlandstalige poëzie bijvoorbeeld aan Hugo Claus’ bundel Oktober ’43 (en foto’s van Rik Selleslags) of Eva Gerlachs bundel Wat zoekraakt, met zwart-wit foto’s van de Franse fotograaf Willy Ronis. Of aan de vele bundels waarin tekst en beeld gecombineerd voorkomen en voor een intensief spanningsveld zorgen. Beeldlyriek – je hebt ze in vele soorten en maten. De foto-expositie van Malou Swinnen presenteert kleine afdrukken die van de toeschouwer een intense blik veronderstellen, een scherpe focus. Bij elke lectuur van de beelden ontstaat een nieuw verhaal. De blik van de toeschouwer is fundamenteel. Zoals de lezer van de gedichten stem en dus telkens weer “asem” moet geven aan de beeldentaal door haar telkens opnieuw, in het leesproces, tot leven te brengen. Tekst en beeld gaan een bijzonder verbond aan in deze bijzondere uitgave.

 

Toespraak tijdens de boekvoorstelling in Casa Argentaurum (Gent) op zondag 22 december 2019.

 

Malou Swinnen & Inge Braeckman, la pose voilée. Uitgeverij P, Leuven, 2019, 95 p. ISBN 978-94-92339-79-9

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •