Wanneer zowel de naam van de schrijfster Loeki Zvonik als de titel van haar debuut in 1975 ‘Hoe heette de hoedenmaker?’ in 1976 bekroond met de Debuutprijs van de Vereniging van de Bevordering van het Vlaamse Boekwezen, je nieuwsgierigheid hebben gewekt rest er niets anders dan het boek aan te schaffen en het te lezen. Zo verging het mij althans en ik heb er geen moment spijt van gehad.
Loekie Zvonik is het pseudoniem van Hermine Marie Louise Zvonicek, dochter van een Belgisch- Limburgse moeder en een Tsjechische vader. Geboren op zeventien januari 1935 in het Gentse Bijloke en gestorven in Hasselt op tien augustus 2000. Tussen 1971 en 1972 verbleef zij tien maanden in de Kaapprovincie waar een eerste aanzet werd geschreven van wat later haar debuut zou worden. De protagonisten – Hermine (de schrijfster) en Didier (Dirk de Witte) – ontmoetten elkaar als eerstejaars in de collegezaal van de Gentse universiteit waar zij colleges Germaanse filologie lopen bij de Kafka-kenner Herman Uyttersprot. Ook uit die tijd dateren de eerste toen nog oppervlakkige contacten met de getroebleerde maar absoluut niet van talent verstoken Dirk de Witte. Het boek leest als een fragmentarische autobiografie tot het moment van publicatie. Alles draait om de doodsdrift van Didier en hoe Hermine deze tevergeefs probeert te keren. Hij zal uiteindelijk, zesendertig jaar oud, de knoop doorhakken en zich zelf van het leven beroven. Een bizar detail is dat zijn vrouw Anna enige maanden later op exact de zelfde wijze haar man volgt. De Witte vergaste zich in zijn garage gelegen op de achterbank van zijn auto tezamen met zijn hond, zijn vrouw met haar kat.
Na een stilte van twaalf jaren worden beiden uitgenodigd deel te nemen aan een tiendaags congres in Wenen. Hier begint alles opnieuw maar intenser. Didiers doodsdrift uit zich in citaten die hij onderstreept in ‘Leven als ambacht’ van Cecare Pavese en zijn – Didiers – verwijzingen naar andere schrijvers die zelfmoord pleegden, Stig Lagerman, Georg Trakl, Gérard de Nerval en de suicide à deux van Heinrich von Kleist. Tijdens hun verblijf in Wenen dwalen en verdwalen ze in de stad en maken uitstapjes met andere congresleden naar buitenplaatsen en tal van bezienswaardigheden in de omgeving. Met een plattegrond van Wenen voor zich zou de lezer zo mee kunnen wandelen.
Na hun thuiskomst wordt het contact hoofdzakelijk telefonisch onderhouden. Hij noemt haar vogel of zusje. Vogel als verwijzing naar Henriette Vogel, de geliefde van Heinrich von Kleist en zusje als een toespeling op de incestueuze verhouding die Georg Trakl met zijn zus Grete wordt toegedicht.
Na haar succes van ‘Hoe heette de hoedenmaker?’ schreef Zvonik nog twee sterk getinte autobiografisch romans die echter het succes van haar eersteling niet evenaarden, een aantal korte verhalen en een gedicht. Ondanks haar succes en de prijzen die haar ten deel vielen trok zij zich na 1984 terug uit de publiciteit en dreigde vergeten te raken. Met de herdruk van 2018 uitgegeven door Cossee en voorzien van een uitgebreid voor- en nawoord is zij weer terug.
© Gerard Scharn, 2023

Altijd welkom, beste Bernard. We zullen jou graag weer ontvangen in Gent. Boekhandels bij de vleet in onze stad.
Ek sien uit daarna om weer ‘n colloquium daar by UGent te kan bywoon!
Dit klink na ‘n boek wat ek vir my sal wil aanskaf as ek weer die voorreg het om in die Lae Lande te kan wees.