
Mazisi Kunene
Foto: https://www.durbanroutes.co.za/mazisi-kunene-foundation/
“Ik ben een lezer met de buien van geestdrift en verontwaardiging van een lezer; ik ben geen voorlichter, en ik zou het niet willen zijn.” – du Perron
Versindaba publiceert onregelmatig het ‘Cahier van een lezer’. Op de letterkundige brug tussen Zuid-Afrika en de Lage Landen deel ik parafernalia in de geest van de gelijknamige kleinschalige boekprojecten van de Nederlandse schrijver E. du Perron. Het Cahier, waarvan later een boekpublicatie verschijnt bij Naledi, is een neerslag van leeservaringen op het gebied van Nederlandse en Zuid-Afrikaanse letteren.
#13
Mazisi Kunene in Nederland
Sinds 1970 wordt in Rotterdam Poetry International georganiseerd. Ook op andere plaatsen in Nederland en België hadden manifestaties plaats die door de Stichting Poetry International en andere culturele verenigingen op het getouw zijn gezet. Recent schreef ik over de optredens van Breyten Breytenbach, onder meer over de bijeenkomst Protest in Poëzie (1972). Onder anderen Mazisi Kunene, Mahmud Darwish, Wole Soyinka, Stephen Spender en de Griekse actrice Aspassia Pappathanassiou namen deel aan de literaire protestbijeenkomst. Jaren later, in 1996, had een workshop plaats onder de leiding van Robert Dorsman en Georges Lory over poëzievertaling (https://voertaal.nu/breytenbach-notitie11-ampie-coetzee-schrijft-breyten-breytenbach/). Breytenbach maakte voor die gelegenheid een selectie uit zijn lyriek. De teksten die Breytenbach tijdens zijn optredens in Rotterdam voor het publiek bracht, zijn opgenomen in de jaarboeken van het festival. Het zijn maar twee publieke gelegenheden die ik hier naar voren haal. Er is een monografie samen te stellen over Breytenbachs actieve betrokkenheid bij Poetry International.
In het Poëziecentrum (Gent) worden de brochures of dus de festivaluitgaven van Poetry International bewaard. Mijn speurtocht leverde behalve de vermelding van Breytenbach tal van gegevens op betreffende passages van Zuid-Afrikaanse dichters in Nederland. In mijn bijdrage op Voertaal, waarvan hier een referentie is opgenomen, worden de namen van de deelnemers opgesomd. Een van de participanten was Mazisi Kunene (1930-2006), de schrijver van Anthem of the Decades. A Zulu Epic (1981). In opvolging van Kunene, aangesteld in 2005 (anderhalf jaar voor zijn overlijden), is Keorapetse Kgositsile (1938-2018) in 2006 benoemd als poet laureate van Zuid-Afrika. Over de minzame en vastberaden anti-apartheidsmilitant ‘Bra Willie’ lees ik beklijvende bladzijden in Om het hart terug te brengen. Een memoir (2021) van Annemarié van Niekerk. Ook Marlies Taljard tekent bij wijze van commentaar bij een hommagestuk op Kwintessens van het Humanistisch Verbond over Kgositsile een warme getuigenis op.
‘De funktie van een dichter ligt het dichtst bij die van een kroniekschrijver’
In een uitgave van Poetry International zijn gegevens verzameld over Mazisi Kunene, anti-apartheid-strijder en als balling in Londen leider van het Africa United Front. In mijn boek Kwintet. Literaire dialogen tussen Afrikaans en Nederlands teken ik het volgende op over Kunene: “In 1975 was Kunene aangesteld als professor Afrika-literatuur aan de Universiteit van Californië (Los Angeles). Later, in het begin van de jaren negentig na zijn terugkeer naar Zuid-Afrika, is hij door UNESCO benoemd als Afrika-poet laureate, iets later was hij de eerste Zuid-Afrikaanse poet laureate”. Deze aantekening komt voor in een hoofdstuk over een uitzending van het Nederlandse radioprogramma BABEL (Hilversum 2) op 25 februari 1975. Adriaan van Dis was de samensteller van de uitzending en nam twee interviews op met Zuid-Afrikaanse schrijvers in ballingschap: Breytenbach en Kunene. In de programmabrochure BABEL/publiek staat dit te lezen over Kunene: “Hij is zwart; hij schrijft zijn gedichten in een Zoeloe-taal en een selektie daaruit heeft hij vertaald in het Engels. Ook hij leeft in ballingschap en woont in Londen. Hoewel hij een fellere lading politiek in zijn werk stopt dan Breytenbach, kiest Kunene steeds de authentieke dichtvormen van de Zoeloe’s. De taal daarin is konventioneel, of liever gezegd steeds konkreet-funktioneel, want de funktie van een dichter ligt het dichtst bij die van een kroniekschrijver. Daarnaast is de Zoeloe-literatuur eigenlijk een orale literatuur”.
Boycot Outspan Aktiecomité in Leiden
Niet alleen op Poetry International 1972 of in de radio-uitzending van BABEL (1975) maakte Kunene in Nederland zijn opwachting. In de binnenkort te verschijnen opstellenbundel Kwintet noteer ik over een avondmeeting in Leiden waar de antiapartheidsgroep Boycot Outspan Aktiecomité in december 1979 dichters samenbracht: “Een van de bijdragen is het gedicht ‘Steve Biko’ van Schierbeek. Deze bijeenkomst is zonder meer een exponent van het literaire verzet in Nederland tegen apartheid. Onder de deelnemers aan de manifestatie in De Waag zijn te noteren Louis Ferron, Huub Oosterhuis, Bert Schierbeek en Simon Vinkenoog. Ook de Antilliaanse auteur Frank Martinus Arion (Curaçao) en de Zuid-Afrikaanse ballingen Vernie February en Mazisi Kunene namen deel aan het optreden”. Of ook nog in 1976, ter gelegenheid van de een andere anti-apartheid manifestatie en de uitgave van de brochure zwart op wit. “De anthologiebundel maakt deel uit van een verzameling met gestencilde teksten van toespraken, persoonlijke aantekeningen, programmabrochures en tijdschriftafleveringen die culturele boycotacties in Nederland tegen de apartheidsregering van Zuid-Afrika documenteren. Aanleiding voor de publicatie is de conferentie ‘Kunst tegen Apartheid / Art contra Apartheid’. In maart 1976, kort voor de gewelddadige onderdrukking van de opstand in Soweto (16 juni), organiseerde het politiek-cultureel centrum De Populier de bijeenkomst in Amsterdam. Het zogeheten Werkcongres Zuidafrikaanse [sic] Kunstenaars, georganiseerd door de literatuurwetenschapper Mineke Schipper, groepeerde Zuid-Afrikaanse kunstenaars in ballingschap en bracht ze op het podium voor een Nederlands publiek. De uitgave zwart op wit bundelt teksten van medewerkers van de Anti-Apartheid Beweging Nederland (Jacques Meersman en Jan Schipper) en van Alan Boesak. Naast verhalen, onder anderen van de zwarte verzetsschrijver Alex de Guma (geboren in het Kaapse District Six en overleden in Cuba), is poëzie opgenomen van de hand van Breytenbach, enkele maanden eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf, en verder van Dennis Brutus, Keorapetse Kgositsile, Mazisi Kunene, Wally Serote en Adam Small. Op twee vertalingen van Adriaan van Dis na (teksten van Breytenbach en Small) zorgde Schipper voor de redactie en het overige Nederlandse vertaalwerk. Uit het dankwoord blijkt dat Van Dis van dichtbij betrokken was bij de totstandkoming van de gelegenheidsuitgave” (Kwintet, blz. 324).
Over de publieke verschijning van Kunene in Nederland, in de context van de culturele boycot-manifestaties van de Anti Apartheid Beweging Nederland, is veel (tekst)materiaal te verzamelen.
Mazisi Kunene en Poetry International
Ook op de website van PI vindt de lezer personalia (https://www.poetryinternational.com/en/poets-poems/poets/poet/102-11277_Kunene) en teksten in Engels en Zoeloe: https://www.poetryinternational.com/en/poets-poems/poets/poet/102-11277_Kunene. Op de site staat voorts genoteerd: “Mazisi Kunene has over the last five decades given South Africa such extraordinary work that major writers such as JM Coetzee, Ezekiel Mphahlele, André Brink and Ngugi wa Thiong’o have designated him as ‘a great poet”.
Grasduinend in de festivaluitgaven tref ik een beklijvende notitie aan over Mazisi Kunene van de hand van Stephanie Urdang (San Francisco Poetry Forum), in het Nederlands gepubliceerd. Bij wijze van eerbetoon citeer ik de tekst uit 1972, toen Mazisi Kunene optrad in Rotterdam in aanwezigheid – misschien wel op voorspraak – van Breytenbach.
‘Mazisi Kunene is in 1934 geboren in de stad Durban. Het gezin verhuisde kort daarop naar een woning dertig kilometer buiten de stad omdat, zoals zijn vader het uitdrukte: het belachelijk zou zijn kinderen op te voeden in een omgeving waar geen cultuur, geen menselijkheid is. Dit besluit is van zeer grote invloed geweest op Kunene’s ontwikkeling tot dichter. Zijn vader, lid van een der oudste koningshuizen in Afrika, stimuleerde het prille geschrijf van de jonge Kunene in sterke mate, daar hij er “de prachtige uitdrukking van onze familie” in zag.
Het feit dat hij deel uitmaakt van de familie Kunene (wat eenvoudig betekent: van het grote huis van de koninklijke Diamini clan), drukt een zwaar stempel op leven en werk van Kunene. Op de hem eigen luchtige wijze zegt hij: “Dat geeft me een gevoel van eeuwigheid. Het gevoel dat ik me niet hoef te haasten. Alles is er en was er al voor ons. Dat klinkt misschien niet erg diepzinnig of orgineel, maar waar het om gaat is dat je op die wijze kunt leven, altijd, en je toch scherp bewust blijven van de actieve kracht van alles wat er gebeurt. Anders zou het niet meer zijn dan een filosofie van overgave die voorbij gaat aan het feit dat je als mens staande kunt blijven in de storm, zonder in paniek te raken”.
Mazisi Kunene schrijft al vanaf zijn twaalfde jaar poëzie. Hij heeft talloze bundels Zoeloe-poëzie geschreven: vijfentwintig toneelstukken, twee heldendichten van resp. 14000 en 18000 regels.
Kunene heeft ook een aantal essays geschreven over Afrikaanse literatuur, de Afrikaanse wijze van geloven, het Afrikaanse denken. Deze zuijn verschenen in diverse tijdschriften, in diverse talen, van Engels tot Japans toe. Kunene schrijft uitsluitend in Zoeloetaal, met uitzondering van zijn essays.
Al zijn werk staat in Zuid-Afrika op de zwarte lijst, hetgeen vrijwel letterlijk betekent dat hij schrijft “voor de volgende generatie”.
Gelukkig is hij bezweken voor de aandrang van een vriend en literair bewonderaar en vertaalde een bloemlezing van zijn gedichten in het Engels, die verscheen bij Andre Deutsch, Londen.
Uit deze bundel zal [hij] een aantal gedichten lezen op Poetry International 1972.
Er is ook werk van hem opgenomen in de Penguin uitgave Modern African Poetry. Op het ogenblik is hij bezig aan een vertaling van zijn heldendicht.
Kunene heeft er een hekel aan over zichzelf te praten en noemt dit “een vorm van behaagzucht die veel voorkomt onder elitaire literatoren en dergelijke types”.’

Dank voor de lectuur, Alwyn, ook voor de woorden van waardering. Naar aanleiding van de jongste uitgaven van “I wish I’d said” en precies over de kwestie die jij in je commentaar aankaart, publiceerde ik een tijd geleden een Antjie Krog-notitie op Voertaal: https://voertaal.nu/over-de-witte-canon-van-de-nederlandstalige-literatuur-in-zuid-afrika/.
‘n Goeie essay wat die Afrikanse poësieleser voorstel aan die werk van Mazisi Kunene. Ek staan skuldig daaraan dat ek baie maal slegs lees wat in Afrikaans in Suid-Afrika verskyn. Die gevolg is dat mens jouself isoleer van die stemme wat in ander tale verskyn. Daarom is die vertaalwerk wat Avbob doen met hulle “I Wish I’d said”-projek van groot belang, asook die werk van SALA, wat die werk van Suid-Afrikaanse skrywers saam op een platform bring. Dankie hiervoor, Yves.