Joris Cornelissen. Stef Bos, ambassadeur van het Afrikaans

“De flexibele pionierstaal Afrikaans biedt een prachtige kijk op het Nederlands” en, ten aanzien van Zuid-Afrika: “Het concept van de regenboognatie is achterhaald, we moeten onze verschillen koesteren”  Het zijn twee uitspraken die de rode draad vormen van het vraaggesprek met gevierd zanger en tekstschrijver Stef Bos. Vanwege zijn langdurige band met Zuid-Afrika kan Stef Bos een eigen visie geven op het land en op de Afrikaanse taal. Hij spaart daarbij zijn eigen, aanvankelijk bevooroordeelde kijk op Zuid-Afrika en de apartheidstaal Afrikaans allerminst.

Het onderwerp Afrikaans leidt tot een gepassioneerd drie uur durend gesprek op het terras van restaurant Zuiderterras in Antwerpen met direct uitzicht op de Schelde.

 

Van Veenendaal tot aan die Kaap

Stef Bos verruilt als vroege twintiger Nederland voor Vlaanderen en strijkt neer in Antwerpen.

Hij studeert daar aan de Kleinkunstacademie en kan de Vlaamse zangers Raymond van het Groenewoud en Johan Verminnen tot zijn leraren rekenen. Zowel in Nederland als in Vlaanderen is Stef Bos al snel een gevestigde naam in de muziekwereld en hoewel veel mensen hem nog vooral kennen van de vroege hit Papa, is zijn muzikale ontwikkeling sindsdien verder gegaan. Hij zingt in het Nederlands, de taal die hem zo dierbaar is. Maar eind negentiger jaren verblijft hij, ook uit muzikale nieuwsgierigheid, geruime tijd in Afrika; aanvankelijk in West-Afrika, later vooral in Zuid-Afrika. Hij valt als een blok voor het land aan de verre zuidpunt en raakt gefascineerd door het Afrikaans. Beide zullen zijn leven merkbaar verrijken en veranderen. Cd’s zoals Van Mpumalanga tot die Kaap, met voor een deel Afrikaanstalige teksten,  verschijnen als bijna vanzelfsprekend gevolg hiervan op de Nederlandstalige markt. Momenteel pendelt  Bos regelmatig tussen de drie landen waar hij zo gehecht aan is: Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika.

 

Weer verliefd op je eigen vrouw

Stef Bos’ eerste kennismaking met het Afrikaans was naar zijn eigen zeggen overweldigend. Twee twee Afrikaanstalige muzikale nummers zijn daarvoor verantwoordelijk: Hillbrow van zijn goede, inmiddels overleden vriend Johannes Kerkorrel en Onder in my whiskyglas van Koos Kombuis. Over het nummer Hillbrow zegt hij: “Je wordt gegrepen op een niveau waartegen je geen weerstand hebt. Later kun je rationaliseren waarom het je beetgreep, maar op het moment zelf gebéurt het gewoon.” Bos over Kerkorrel: ‘ het wonderlijke aan hem was dat het een echte Afrikaanse jongen was die over de gewone dingen des levens zingt en als het politiek geladen was ging het altijd over meer dan alleen het politieke denken. Dit confronteert je direct met je eigen vooroordelen over Zuid-Afrika en het Afrikaans. Bovendien, vanuit het Nederlands als moedertaal versta en voel je zijn nummers direct.” Over het Afrikaans zegt hij verder: “Afrikaans is zo mooi. Het is jong, plooibaar en anarchistisch: de fontanellen van de hersenpan staan nog volledig open. Het is een pionierstaal met weinig regels en wetten, een taal bovendien die zich nog steeds ontwikkelt.”

Gepassioneerd vertelt Stef Bos met zijn nog altijd herkenbare Utrechtse tongval over zijn liefde voor taal, over het Nederlands met zijn mooie (regionale) varianten, de taal waarin hij zich zo persoonlijk en met zoveel gevoel kan uitdrukken. Voor Bos is het Afrikaans een ware spiegel voor zijn eigen Nederlands, “Een kans om je eigen taal tegen het licht te houden, het aan te vullen met nieuwe woorden en uitdrukkingen. Het is net alsof je weer verliefd wordt op je eigen vrouw en je jezelf weer realiseert hoe leuk zij eigenlijk is.”

 

In kader plaatsen:

Ongeveer 6 miljoen van de 48 miljoen Zuid-Afrikanen hebben het Afrikaans als moedertaal. Van hen is grofweg de helft kleurling, de helft blank en een klein deel zwart. Veel Zuid-Afrikanen, waaronder veel zwarten, gebruiken het Afrikaans nog steeds als tweede of derde taal. In het westelijk deel van het land is het Afrikaans de meerderheidstaal (de provincies Westkaap, Noordkaap, het westelijk deel van de Oostkaap).

 

Afrikaans terug naar zijn natuurlijke plaats

Stef Bos. (Foto door Nick Legrand)

Stef Bos. (Foto door Nick Legrand)

Hoewel het Afrikaans hem erg aan het hart gaat, vindt Bos dat het Afrikaans lang op te grote voet heeft geleefd: “In de jaren van de Apartheid was de taal toonaangevend in Zuid-Afrika, maar dat was een onnatuurlijke en daarmee ongewenste situatie. Het Afrikaans moet weer terug naar een bescheidenere plaats, die meer strookt met het aantal moedertaalsprekers van het Afrikaans.”. Ondanks zijn liefde voor het Afrikaans ziet Bos het Engels als de logische contacttaal in Zuid-Afrika, maar het Afrikaans moet daarbij wel als een maatschappelijk relevante taal gehandhaafd blijven. “Daar hoort zeker een Afrikaanstalige universiteit bij”.

 

Koester de verschillen

Afrikaans en Zuid-Afrika zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en al snel gaat het gesprek over het land Zuid-Afrika: “Het concept van de regenboognatie is achterhaald, we moeten onze verschillen koesteren”; Deze uitspraak van de zwarte Zuid-Afrikaanse gitarist Ray Phiri, die op de CD Graceland van Paul Simon speelt, heeft Stef Bos destijds helemaal anders naar Zuid-Afrika laten kijken. Phiri’s woorden leidden tot een confrontatie met zijn eigen Nederlandse vooroordelen over Zuid-Afrika en zorgden voor een heel andere kijk op het land en op het omgaan met culturele en taalkundige verschillen binnen het land. Bos ziet nu veel duidelijker de noodzaak van verbintenis tussen taal, cultuur en identiteit: “Het zijn onmisbare schakels in de sociale structuur van de subgemeenschappen in Zuid-Afrika. Sterke sociale, onderling verschillende, gemeenschappen zullen Zuid-Afrika er weer bovenop helpen, niet de smeltkroes van de regenboognatie. Veel Zuid-Afrikaanse culturen zijn bovendien veel te oud, veel te rijk, veel te gevestigd om volledig op te gaan in het groter geheel, al is verbinding tussen alle gemeenschappen natuurlijk ook belangrijk.”

 

Kleurlingen tussen wal en schip

Eén van de subculturen is die van de overwegend Afrikaanstalige kleurlingen, hoewel van een  homogene gemeenschap geen sprake is. Er zijn verschillende groepen en vooral die van de Kaapse Maleiers staat volgens Bos bekend om zijn sterke identiteit, maar ook om zijn moslimgeloof, zijn sterke verbondenheid met het Afrikaans, en om zijn muzikaliteit en humor. Bos enthousiast: “De Kaapse Maleiers zingen eeuwenoude Hollandse liederen, zoals dat van Piet Heyn, maar dan wel op geheel eigen wijze en met een soort ondeugende ondertoon. Geweldig! Dát zouden Nederlanders ‘s moeten horen.”

Tijdens regelmatige bezoeken aan de Kaap wordt hij nogal eens herinnerd aan de historische banden tussen de kleurling Afrikaners en de Nederlanders: “Ons is familie van mekaar” en “Jy is van Holland. Ek hoor dit. Jy praat ‘n biekie snaaks [raar]”, klinkt het dan. Bos gaat verder “Het Kaapse kleurlingaccent lijkt verbluffend veel op het accent van veel Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders. Dat kan geen toeval zijn.” De Kaaps Afrikaanse uitspraak lijkt ook dichter bij het Nederlands te liggen dan die van het standaard Afrikaans. Wat Bos nog steeds boos kan maken is dat het Apartheidsregime de Afrikaanssprekende kleurlingen destijds niet als Afrikaners wilde zien, terwijl juist zíj volgens hem de bakermat van het Afrikanerdom vormen.

 

Boeren en Soutepiele

Bos stoort zich nogal eens aan mensen, niet zelden Nederlanders, die een stellige mening hebben over Zuid-Afrika, maar zich niet wensen te verdiepen in de complexiteit van het land en zijn historie. Hij praat dan ook over vaak onderbelichte zaken als de enorme impact die de Tweede Boerenooorlog (1899-1902) tussen de Engelsen en de blanke Afrikaanstalige Boeren had op de psyche van de Boer. Het kleine Boerenleger, vechtend voor onafhankelijkheid en behoud van de eigen taal en cultuur, streed daarin tegen het machtige en massaal uitgerukte Engelse leger. Na de uiteindelijke en overmijdelijke overgave van de Boeren kwamen naar schatting 25.000 Boeren, vooral vrouwen en kinderen, onder erbarmelijke omstandigheden om in Engelse concentratiekampen. Bos hierover: “Die oorlog heeft uiteindelijk de voedingsbodem gelegd voor het latere foute Apartheidsregime.”

Minder bekend volgens de zanger is ook, dat veel zwarte Zuid-Afrikanen doorgaans meer respect voor de ‘autochtone’ blanke Boeren lijken te hebben dan voor de Engelstalige blanken, waarvan de immigratie van later datum was. De Afrikaanse taal is daardoor in Zuid-Afrika zelf veel minder omstreden en veel meer een gewone taal dan veel mensen denken. Bos vervolgt: “Veel zwarten zien dat de Afrikaners door de eeuwen heen vochten voor hun bestaan, het behoud van hun taal en identiteit, ze hielpen mee het land op te bouwen en hebben zich door de eeuwen heen veel meer vermengd met de inheemse bevolking dan de op Engeland gerichte Engelstalige blanken, die vooral in de steden wonen. Deze laatsten hebben door hun trouw aan Engeland de weinig flatteuze bijnaam soutepiele gekregen. Het verhaal wil dat de ‘Engelsen’ vaak met één been in Afrika staan en het andere in Engeland (de piel…het geslachtsdeel hangt dan in de zoute zee ertussen) om bij enig onraad de zee over te vluchten naar het moederland.”

 

Psychologische band als garantie voor de toekomst

Stef Bos is positief over de toekomst van het Afrikaans. Hij baseert zijn optimisme op het groeiende succes van het geschreven Afrikaanse woord (literatuur, poëzie, media), het flexibele karakter van de pionierstaal Afrikaans, maar vooral op zijn overtuiging dat veel Afrikaanstaligen psychologisch sterk verbonden zijn met het Afrikaans. Dat laatste is volgens hem de beste garantie voor het voortbestaan van het Afrikaans, ook al is hij niet blind voor de toenemende dominantie van het Engels in veel publieke domeinen als politiek en onderwijs. Uiteindelijk zal het Afrikaans zijn rechtmatige en natuurlijke plaats in Zuid-Afrika temidden van andere talen behouden. De Zuid-Afrikanen zullen hun (taalkundige) verschillen uiteindelijk koesteren,  zo lijkt Bos te willen zeggen.

 Joris Cornelissen

[Die essay het verskyn in die Vlaamse-Nederlandse kulturele tydskrif ‘ Neerlandia’, 2010]

Bookmark and Share

Comments are closed.