Chris Coolsma. De onmogelijke verzoening

Naarmate de bezetting van Nederland door de Nazi’s langer geleden is, wordt het geluid van vergeving en verzoening steeds sterker.

Het gaat dan niet om vergeving van de misdaden van opgewekte misdadigers, maar om diegenen die verkeerde keuzen hebben gemaakt. Zoals altijd in morele kwesties, gaat het om een zeephelling. Waar ligt de grens van wel of niet vergeven? Een verzetsstrijdster maakt na 66 jaren bekend dat zij op grond van foute informatie een onschuldige heeft vermoord. Een soldaat heeft in het wildst van de strijd een ongewapende Nazi doodgeschoten – hij dacht dat de ander een wapen trok, maar het was een witte zakdoek geweest. Een ander heeft tijdens de zogenaamde politionele acties in Indonesië een ongewapende burger doodgeschoten, omdat hij verdacht werd van verzetsdaden.  In een concentratiekamp heeft een gevangene de houten kleppers van een ander gestolen, want die was toch al dodelijk ziek. Hij overleefde door die kleppers, de ander stierf inderdaad. Een jongen van 18 is, uit overtuiging dat het goed zou zijn voor zijn land, vrijwillig bij de moordenaarsbende van de SS gegaan, om tegen de Russen te vechten, niet wetend waar hij aan begonnen was. Hij heeft spijt betuigd toen hij merkte waar hij in verzeild was. Hij was moordenaar geworden, maar kon niet terug. Hij sneuvelde.

Tijdens de herdenking van de oorlogsslachtoffers van 40-45 wordt een gedicht van een scholier voorgelezen. Een comité heeft het gedicht uitgekozen van de achterneef van die jongen van 18 die bij de SS ging. Wie het wil lezen kan het gemakkelijk op internet vinden. Er ontstaat commotie, meer dan discussie, waar uit blijkt dat het hier om een morele kwestie van groot belang gaat. Het gedicht wordt niet voorgelezen. De oudoom is geen oorlogsslachtoffer, maar een dader, ook al was het uiteindelijk tegen wil en dank. Hij is slachtoffer van zijn eigen verkeerde keuze geworden.  Hoewel we allen feilbaar zijn en vrijwel niemand nooit verkeerde keuzen maakt, is dat geen reden om aan hem te denken op 4 mei. Dat is de dag waarop we denken aan onschuldige slachtoffers en degenen die gestorven zijn doordat ze tegen het ultieme kwaad kozen. De zeephelling van de ethiek gaat door een grijs landschap tussen wit en zwart. Het individuele drama van die oudoom behoort echter niet tot het gebied van collectieve rouw. Ik kan om zijn lot en dat van zijn familie treuren, maar daar houdt het mee op.

Nee, op 4 mei denken we maar beter aan degenen die geleden hebben buiten hun schuld en degenen die hun rug rechten wisten te houden, ook al dreigde de dood elk moment. Een voorbeeld van beide zag ik in een documentaire van het soort waar je eigenlijk liever niet naar kijkt, of alleen door geloken ogen, met afgewend gelaat.  Het soort dat je niet wilt zien en ook niet navertellen. De in Nederland bekende opinieonderzoeker Maurice de Hond zien we, met zijn zoon, een nauwelijks te verdragen bezoek brengenaan een van die afdelingen van de diepste hel, waar de Nazi’s zulke begeesterde ontwerpers van waren. In een barak in kamp Auschwitz zijn honderden joodse vrouwen onderworpen aan experimenten in het zo efficiënt mogelijk steriliseren. De moeder van Maurice was een van hen. Een familielid van haar was daar ook en blijkt nog te leven. Ze kan Maurice nog bijzonderheden vertellen uit die tijd – zo’n tijd waar niemand ooit nog over wil spreken. Hoe de vrouwen elkaar ontdekten, en hoe ze elkaar vanaf dat moment niet meer loslieten. Hoe ze samen met de anderen onbeschrijfelijke pijnen doorstonden en overleefden (nee, dit vertelt ze nauwelijks). Misschien ook wel, omdat deze vrouw op verzoek van de anderen in de beslotenheid van de slaapzaal Amerikaanse liedjes zong.

Dit is mijn gedicht dat haar herdenkt, met die andere vrouwen. Ik heb het voor de zeggingskracht vertaald in het Afrikaans, met de onmisbare hulp van Louis Esterhuizen.

Block 10

 

Die krete van pyn het in die mure getrek

‘n afbeelding van bloedrooi en rouswart deur waansinniges

bedwelm en beveel deur die kladskilder H.,

 

waansinniges in wit jasse, Herren Dr. Dr.,

– as daar ‘n god is wat bestaan weier hy hulle siele

maar daardie siele is al weggesny onder volksverdowing –

 

en tussen hierdie bespatte mure

 het die vroue saamgehok, hulle hande in angs verbonde,

terwyl hulle siele stukkend gesny is sonder verdowing,

 

en een van hulle het nogtans Amerikaanse liedjies gesing

oor die terugkeer na ‘n sonnige huis, waar die ongebore kinders

skoppelmaai in die skaduwee van bloedrooi struike

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •