Jaap Goedegebuure. God zij dank dat stenen slechts stenen zijn

In Karel Schoemans onvolprezen roman ’n Ander land is een belangrijke rol weggelegd voor de predikant Scheffler. In een opmerkelijke passage spreekt hij zich uit tegenover hoofdpersoon Versluis, een Nederlander die aan het einde van de negentiende eeuw in Bloemfontein genezing voor zijn tuberculose komt zoeken. Scheffler bekent dat hij zich na een langdurig studieverblijf in Duitsland, waar zijn familie oorspronkelijk vandaan komt, eigenlijk nergens meer thuis voelt. Het Afrika waar hij is geboren en groot geworden, wordt naar zijn gevoel met de komst van elke nieuwe blanke steeds minder zichzelf. Over de oorspronkelijke, authentieke werkelijkheid schuift een vreemde en vijandige realiteit, vol verval en vervreemding. Er is maar één manier om te ontkomen aan het psychisch ongemak dat met deze ervaring samen gaat: je moet jezelf onvoorwaardelijk overleveren aan het lege en weidse land dat zich schier eindeloos buiten de bebouwde kom van Bloemfontein uitstrekt. De meeste Europeanen zijn daartoe niet bij machte.

‘Hulle deins terug; hulle is bang: die land bedreig hulle met sy leegte en stilte, dit slaan geen ag op hulle nie, dit stel geen belang in wat hulle hier probeer uitrig nie. Ek kan dit verstaan, gedurende die eerste dae van hierdie reis het ek dieselfde angs gevoel wanneer ons in die verlatenheid kamp opslaan en die nag ons oorval. Maar jy moet volhard in jou gawe, dan gaan die angs geleidelik oor. Die land bly afsydig, dit het ons nie nodig nie en stel geen belang in ons nie; maar juist dáárom sal dit ons ook geen kwaad aandoen nie. Op dié manier kan ons hier verder leef, in hierdie stilte, soos die woestynplante wat in die skeure van die klippe groei en met hulle wortels daar indring om aan die lewe te bly, die blommetjies wat so klein is dat mens hulle skaars kan sien tussen die sand en die gruis waarin hulle groei. Daar is niks nie, heeltemal niks; maar mens kan so lewe.’

Schefflers kijk op ‘die wye en droewe land’ doet denken aan het lange gedicht ‘De hoeder van de kudden’ van Albert Caeiro, een van de alter ego’s van de Portugese auteur Fernando Pessoa. Ik citeer twee karakteristieke fragmenten in de vertaling van Teresa Sobral Cunha. 

Thank God stones are only stones,

And rivers are nothing but rivers,

And flowers are just flowers. 

Me, I write the prose of my poems

And I’m at peace,

Because I know I comprehend Nature on the outside;

And I don’t comprehend Nature on the inside

Because Nature doesn’t have an inside;

If she did she wouldn’t be Nature.

 

I saw that there is no Nature,

That Nature doesn’t exist,

That there are hills, valleys, plains,

That there are trees, flowers, weeds,

That there are rivers and stones,

But there is not a whole these belong to,

That a real and true wholeness

Is a sickness of our ideas. 

De visie van Scheffler en Caeiro is niet alleen gespeend van elke illusie, ze getuigt ook van het inzicht dat wij geneigd zijn iets of iemand, een geestelijke tegenwoordigheid, een of andere bezieling, wie weet wel een of meer goden of die ene God, in de natuur projecteren. Op zijn best dient de natuur ons tot een spiegel. En voor we het weten dichten we dat wat onbezield is spirituele of metafysische kwaliteiten toe. Dat Karel Schoeman juist een predikant dit mechanisme laat doorzien, is uiterst betekenisvol.

Bookmark and Share

3 Kommentare op “Jaap Goedegebuure. God zij dank dat stenen slechts stenen zijn”

  1. Jaap, baie dankie vir die manier waarop jy Schoeman en Pessoa in gesprek laat tree. Ek hou van die spanning tussen die verpersoonliking van die natuur en ‘n meer sinies-materialistiese weergawe. Op die punt van predikante se (soms gebrek aan) insig, vind ek nogal aanklank by die letterkundige en teoloog Wesley Kort se werk oor die ruimtelikheid van die natuur en hoe ‘n mens daarmee in gesprek tree. Kort praat eerder van omvattende (encompassing) ruimte as hy na die natuur verwys, aangesien menslike interaksie met die natuur dit verander. Daar’s m.a.w. minder van ‘n onderskeid tussen mens en natuur.

  2. Emma Huismans :

    Wat ‘n interessante koppeling en blootlê… vele sal jou stenig hiervoor. Ek klap hande. Volgende keer sit ek rustiger op die rotse.

  3. Jaap Goedegebuure :

    Dank jullie, Andries en Emma! Caeiro geeft wat je noemt stenen voor brood.

  •