Jaap Goedegebuure. Welke oogst dan ook

 

 

Op 30 mei mocht romancier A.F.Th. van der Heijden de P.C. Hooftprijs, Nederlands hoogste literaire onderscheiding, in ontvangst nemen. Vooraf had hij aangekondigd dat hij deze gebeurtenis zou aangrijpen om na drie jaar van isolement weer in de openbaarheid te treden. Dat isolement had hij zichzelf opgelegd toen op 23 mei 2010 zijn zoon Tonio dodelijk verongelukte. Als een van de weinige tekenen van leven tijdens zijn rouwperiode stuurde Van der Heijden een Tonio geheten boek de wereld in waarin hij verslag deed van zijn verblijf in de hel van het verdriet. Het aantal verkochte exemplaren nadert inmiddels de 200.000.

Nadat hij de prijs in ontvangst had genomen, sprak Van der Heijden een dankwoord uit dat hij afsloot met een recent geschreven strofe van de dichteres en romanschrijfster Anna Enquist, door hem aangekondigd als ‘collega en lotgenote’. In 2001 kwam Enquists dochter Margit om toen ze, net als Tonio, al fietsend door Amsterdam werd aangereden door een auto. De geciteerde strofe luidt als volgt:

’Als zijn kind sterft, wordt de man moeder,’ zegt de schrijver.
Gekromd om een kostbare leegte, uitgeput door het herinneren,
blind voor winst en verlies. Buiten regent het medailles,
binnen gloeit de ruimte tussen twee armen.

Het is niet de enige keer dat Enquist in geschrifte stilstaat bij Margits dood. Ze deed dat al eerder in haar dichtbundels De tussentijd en Nieuws van Nergens en de roman Contrapunt. Ook in Een kooi van klank, kort geleden verschenen ter gelegenheid van gedichtendag 2013, is Margit nadrukkelijk aanwezig. Telkens wanneer ze over haar spreekt, zo beseft Enquist, voegt ze zich in een koor van rouwende achterblijvers.

Ze zijn met velen, zijn alleen. Vang
je ze onverhoeds, raak je getroffen
door hun ongeloof, de weigering

hun dode kind te laten gaan. Ze schuiven
in de schaduw langs de huizen want
ze zijn melaats, mismaakt. Ze hebben niets

gemeen. Er is geen dirigent die hen kan
opstellen in een veelkoppig koor, die
schreeuwers, zwijgers, mompelaars te samen

brengt en klinken laat, die hen geloven
doet, zoals de landman met zijn volle
schoven ooit, in welke oogst dan ook.

‘Welke oogst dan ook’: een rake omschrijving voor poëzie als minimale, schrale troost, maar toch troost, hoe dan ook.

Bookmark and Share

4 Kommentare op “Jaap Goedegebuure. Welke oogst dan ook”

  1. Ivan Mocke :

    ‘n Aangrypende stuk, Jaap. Baie dankie. Anna Enquist se gedig het my veral ontroer. Is daar dalk ‘n spesifieke bundel wat jy sou aanbeveel? Sy het so BAIE geskryf.

  2. Jaap Goedegebuure :

    Dank je, Ivan. Enquists poëzie tot 2005 is bijeengebracht in Alle Gedichten (Soldatenliederen, Jachtscènes, Een nieuw afscheid, Klaarlichte dag, De tweede helft en De tussentijd). Haar eerste twee bundels zijn de beste, denk ik.

  3. Ivan Mocke :

    Louis, het julle dalk kopieë van Anna Enquist se bundels daar in jou winkel?

  4. Louis Esterhuizen :

    Inderdaad het ons, Ivan. Ons het “Alle gedichten” waarna Jaap verwys (hardeband, R359.50), asook “De gedichten: 1991 – 2000” (slapband, R299.50) en dan ‘n enkelkopie van “De tussentijd” waarna Jaap ook verwys het. (Slapband, 223.30).

  •