Yves T’Sjoen. Perspectieven voor de Nederlandstalige poëzie in Brno

 

Perspectieven voor de Nederlandstalige poëzie in Brno (Tsjechië)

Het is al vaker opgemerkt: de neerlandistiek buiten het Nederlandse taalgebied biedt een aanzienlijke meerwaarde voor de zogenaamde intramurale neerlandistiek. De studie van de Nederlandse taal en literatuur aan buitenlandse universiteiten vertoont een interessante dynamiek. Onderzoekers met een andere culturele achtergrond dan de Nederlandse en de Vlaamse kunnen een verrassend licht werpen op de Nederlandstalige literatuur. De Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, met het peer reviewed tijdschrift IN, en de Nederlandse Taalunie leveren al lang inspanningen om het onderzoek en het onderwijs op het gebied van de taal en de cultuur van de Lage Landen buiten de grenzen van het taalgebied te ondersteunen en te promoten. Erasmus-, Mundus- en andere interuniversitaire akkoorden, particuliere institutionele samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse en Belgische universiteiten én zusterinstellingen elders stellen studenten en docenten in staat zich te verdiepen in het literaire leven van verschillende cultuur- en taalgebieden.

Een van de kleinere departementen in Midden-Europa waarmee de Universiteit Gent sinds enkele jaren een uitwisselingsakkoord heeft, is gevestigd in Brno in het oosten van Tsjechië. Hoewel de personeelsomkadering beperkt is, leveren de collega’s er uitstekend werk. Ze brengen Tsjechische studenten Nederlandse taalvaardigheid en kennis van de Nederlandstalige literatuur bij. Het onderzoeksteam drijft op enthousiasme en leidt al even enthousiaste studenten op. Geregeld worden schrijvers en docenten uitgenodigd om er te spreken over hun literaire productie en hun expertise te delen.

Dezer dagen verblijf ik in Brno voor gastcolleges over tendensen in het Nederlandstalige poëzielandschap. Het is niet alleen prettig te kunnen spreken over dichters en hun werk voor belangstellende anderstalige studenten. Daarenboven is het een uitdaging de band tussen de Nederlandse en de Vlaamse poëzie én de Tsjechische cultuur  toe te lichten. Beide literaturen vertonen velerlei raakvlakken zodat een verkenning van de transnationale ruimte waarin de Nederlandse literatuur zich ontwikkelt revelerend kan zijn voor beide taalgebieden.

 

Miriam Van hee

 Zo kan het interessant zijn de verwijzingen naar Kafka en andere vertegenwoordigers van het High Modernism in de ontwikkeling van de experimentele literatuur van de jaren zeventig in Nederland toe te lichten. De betekenis van Kafka voor de Nederlandse literatuur is bestudeerd. Een college over thematiek en poëtica van Miriam Van hee bevat dan weer een referentie aan de Tsjechische arts en schrijver Miroslav Holub. Samen met Milan Kundera redigeerde deze dissident ten tijde van de Praagse opstand (1968) een tijdschrift voor poëzie. Poëzie is volgens Holub, en daarin gevolgd door Van hee, een oefening in reflectie en existentiële diepgang. Vanuit die optiek kan je de literatuur van de Vlaamse dichter breder internationaal en filosofisch benaderen. Van hee schreef in de jaren zeventig inderdaad méér dan ‘neoromantische’ gedichten. Ook het fenomeen van de maatschappijkritische poëzie van de jaren zestig en zeventig kan in een internationale context worden gelezen. De inval van de Russen in het toenmalige Tsjechoslowakije en het gewelddadig onderdrukken van de Praagse lente hebben niet alleen aanleiding gegeven tot Praag schrijven, een (taal)experimenteel boek van Daniël Robberechts, maar ook tot Vlaamse poëzie die door Stefaan van den Bremt “agitprop” (agitatie en propaganda) is genoemd.

 

Miroslav Holub

 Gastcolleges in de internationale neerlandistiek zijn prikkelende aanleidingen om soortgelijke kruisverbanden en interacties tussen literaturen, schrijvers en méér actoren te bespreken met anderstalige studenten en hun docenten. Literatuur wordt geproduceerd en functioneert in een transnationale ruimte. In dit geval zijn het niet de vertalingen of essays over buitenlandse literatuur die een bemiddelende rol spelen. De broncultuurteksten, of beter de primaire literatuur die we tot de Nederlandstalige poëzie rekenen, worden door anderstaligen (non-native speakers van het Nederlands) gerecipieerd en bestudeerd. Interessant zijn de visies van deze lezers die onze literatuur vanuit een ander perspectief en met aandacht voor de eigen culturele achtergrond in de teksten van schrijvers van de Lage Landen en elders projecteren.

 

(© Yves T'Sjoen)
Bookmark and Share

Comments are closed.

  •