Yves T’Sjoen. Beelden van Zuid-Afrika in Nederlandstalige poëzie

Beelden van Zuid-Afrika in Nederlandstalige poëzie

 

Over de literaire verwevenheid van Afrikaans en Nederlands is veel te zeggen. Samen met Ronel Foster van het Departement Afrikaans en Nederlands (Universiteit Stellenbosch) had ik het genoegen twee omvangrijke bundels te redigeren die de focus richten op interculturele en transnationale relaties en die bijgevolg met een comparatief perspectief werken. Over grenzen/Oor grense (Acco, 2009) presenteert gevalstudies die zijn ontleend aan de naoorlogse poëzie van Zuid-Afrika en de Lage Landen. Toenadering (Acco, 2012) vertrekt vanuit een breder spectrum en handelt over intertekstuele relaties, interculturele netwerken en vertalingen in de twintigste-eeuwse literatuur van het Afrikaans en het Nederlands (proza, poëzie en theater). Sinds vorig jaar staat een derde deel in de steigers. In de reeks Lage Landen Studies (Academia Press, 2015) wordt de kritische ontvangst van Nederlandse en Vlaamse dichters in het Afrikaanstalige literaire systeem onderzocht. Naast receptieonderzoek zal het boek ingaan op vertalingen, adaptaties en allerlei vormen van literair grensverkeer. Via vertaalwerk maar dus ook met performances, adaptaties, met behulp van netwerken en instituties zoals uitgeverijen en tijdschriften wordt aan beeldproductie gedaan.

Ook in de omgekeerde richting kan worden gewerkt. Ik doel dan niet zozeer op de receptie van Afrikaanssprekende auteurs in Nederland en België. In Zuid-Afrikaanse wetenschappelijke periodieken zoals Tydskrif vir Afrikaans en Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans heb ik casussen uitgewerkt over Sheila Cussons, Ingrid Jonker, Ronelda Kamfer, Antjie Krog en Wilma Stockenström. Elders zijn artistieke samenwerkingsprojecten (Charl-Pierre Naudé, Peter Holvoet-Hanssen en E-POS), actuele gelegenheidspoëzie (Breyten Breytenbach in de poëzie van Rutger Kopland en Roland Jooris), “littérature engagée” en de “digital turn” (Afrikaanse en Nederlandse hedendaagse poëzie) én de rol van culturele bemiddelaars (Karel Jonckheere, Herman de Coninck) ter sprake gebracht.

Waar ik wel op doel zijn de beeldconstructies in de Nederlandstalige poëzie van Zuid-Afrika zoals gerepresenteerd in plaatsen, teksten en auteurs. Beelden zijn niet waardenvrij en precies het discours dat in en door die beelden spreekt vergt een onderzoek. Finaal zou deze verkenning een nieuwe oefening in interculturele casuïstiek kunnen opleveren. Ik denk dan met name aan Zuid-Afrika poëzie van Benno Barnard, Arjen Duinker, Stefan Hertmans, Gerrit Komrij e.v.a. Inzichten en concepten van het imagologische onderzoek kunnen daarbij helpen. Een inzicht dat ik in elk geval meeneem is van Daniel-Henri Pageaux: “L’image est […] l’expression, littéraire ou non, d’un écart significatif entre deux ordres de réalité culturelle. Ainsi conçue, l’image “littéraire” est un ensemble d’“idées” et de sentiments sur l’étranger prises dans un processus de littérisation mais aussi de socialisation”. Beeldconstructies die een brug slaan tussen twee verschillende taal- en cultuurgebieden en literaire systemen (“deux ordres de réalité culturelle”) halen het vreemde binnen (“l’étranger”). Hierbij spelen esthetisch-literaire, poëticale maar dus ook ideologische en discursieve gegevens een bepalende rol.

Aan de hand van particiliere teksten die zijn ontleend aan de moderne poëzie van Nederland en Vlaanderen onderneem ik een poging om die representaties of dus beeldconstructies onder de loep te nemen.

Op versindaba wil ik de volgende weken en maanden alvast enkele voorlopige verkenningen presenteren. Alle reacties zullen ten zeerste welkom zijn, ook suggesties voor teksten die me nu nog ontgaan, omdat ze bijdragen tot een verdere uitdieping van mijn beschouwingen.

Daniel –Henri Pageaux, ‘De l’image à l’imaginaire’. In : Colloquium Helveticum. Cahiers suisses de littérature générale et comparée. Berne/Frankfurt am Main/ New York/Paris : Peter Lang 1988.

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •