Els Moors – Liederen van een kapseizend paard
Julio Iglesias. Het is op zijn minst opvallend om de naam van deze – wereldwijd misschien wel meest bekende – Spaanse zanger van zwoele liefdesliederen tegen te komen in een heel ander ‘liedboek’: de nieuwste dichtbundel van Els Moors, Liederen van een kapseizend paard. Want anders dan Iglesias is Moors geen romanticus die liefde bij kaarslicht bezingt. ‘groot en rond zijn de woorden/ maar liever niet als de maan/ die ijle braakbal van elke dichter’.
De Vlaamse Moors debuteerde zes jaar geleden veelbelovend met er hangt een hoge lucht boven ons. Ze kreeg er de Herman de Coninck debuutprijs voor en een nominatie voor de Buddingh’-prijs. Toch bleef een vervolg lang uit, Moors schreef proza in tussentijd.
Het debuut opende met een ‘tuinman met een alibi en een paars skipak’. Dat soort kleurrijke regels zijn typerend voor haar gedichten, die het vooral van hun – nogal eens absurde – beelden moeten hebben. In dat opzicht is Moors duidelijk een exponent van de Rietveld opleiding Beeld& Taal, die recent ook dichters als Bernke Klein Zandvoort voortbracht, en die vaak poëzie oplevert waarbij het beeld prevaleert boven de veelal vrije vorm.
Moors’ nieuwste liederen zijn geen breuk met wat voorafging. Ze ogen minder vrijblijvend, maar ze volgen opnieuw een grillig spoor waarin beelden caleidoscopisch uitwaaieren en bijeenkomen. Met een paar terugkerende elementen, waar Julio Iglesias er één van is:
toen ik een kind was en mijn ouders
op zaterdag nog sliepen of neukten
luisterde ik naar the best of julio iglesias
Net als duikboten en paarden. Ze spelen alle een rol in de wereld die wordt opgetrokken, één waarop moeilijk grip te krijgen is, omdat alles voortdurend beweegt en verandert. Eigenlijk de goddeloze wereld van nu, waarin internet bepalend is in het sociale verkeer, ‘de overzetboten richting lampedusa’ vol zitten, en mensen aan de rand van de stad ‘onder karton’ slapen’. Het kapseizende paard uit de titel zou maar zo de hedendaagse mens kunnen zijn, wereldburger reizend van hot naar her, onhandig zoekend naar liefde en identiteit:
ik val steeds van de wereld af
als ik stilsta om zomaar om me heen te kijken
verlies ik neus ogen en glimlach in de ramen
waar ik aan voorbij kom
overdag
Maar Moors is geen koele observator die een wankele werkelijkheid en persoonlijke herinneringen vangt in snel opeenvolgende beelden. Haar scènes en observaties zijn scherp maar ook barmhartig uitgelicht. Ze baden in zonlicht ‘dat de voortgang van de seizoenen volgt’, of staan in onontkoombaar kunstlicht dat het lot van de dakloze bijvoorbeeld, nog eens extra benadrukt.
Moors registreert niet alleen wat er zoal in de wereld veraf en dichtbij gebeurt, ze laat nu en dan ook een felle boosheid zien. Het maakt Liederen van een kapseizend paard tot eigengereide poëzie tegen de onverschilligheid.
ik val steeds van de wereld af
als ik stilsta om zomaar om me heen te kijken
verlies ik neus ogen en glimlach in de ramen
waar ik aan voorbij kom
overdag
de perfecte samenleving vereist de
perfecte onverschilligheid dus ik gebruik
straten en pleinen zoals ik de metro neem
ik wacht stap in en klamp me vast
aan een lederen lus
en ik maak me zorgen
moet de stervende vandaag of morgen
sterven?
jij slaat diep aan beide
zijden van het bed zodat je je
steeds naar het midden kan draaien
om me te zien
je bent een gier en je ruikt
mijn zieltogend vlees
je ziet me doodgaan
en geniet
Els Moors – Liederen van een kapseizend paard. Nieuw Amsterdam/het balanseer, 68 pagina’s, 16,50 euro, isbn 9789046815830
Deze recensie verscheen eerder in Trouw.
Zie verder: NRC Handelsblad, deReactor.org, Cobra.be

