Sluitingstijd
De kastelein grinnikt als de laatste klant
de deur uit wankelt. Zelfs nu nog, zijn ogen
zien er uit als pisgaatjes in de sneeuw, is
diens huig droog van welhaast besmettelijke
onwetendheid. Eigenlijk zou hij graag uit
openslaande ramen willen schreeuwen,
maar hij spoelt braaf glazen. Eigenlijk zou
hij zich graag een boot kopen. Liefst met
koperen relingen. En op verre reizen willen.
De modelbouwer doet het licht uit
Aan de overkant zie ik in dit Märklinstadje
dagelijks een man bezig met het nabouwen,
op de tafel in zijn woonkamer, van een schip.
Aanschouw hem. Zie hem perspectief verkleinen
tot kanonnetjes van nagellengte, masten zo
hoog als een laars. Mooi vormbehoud. Hij wil
eigenlijk de punt van zijn kwastje nog de boeg
op draaien, maar die trilt omdat hij geeuwt.
Hij zwaait vriendelijk als hij de gordijnen sluit.
De dichter peinst
Hij voelt een handvol woorden in zich zieden
in de avondstond. Wie heeft er nooit gezondigd
tegen zonlicht? Hij weet: hier was ik eerder.
Er wordt een nieuw straatnaambordje op
een lantaarnpaal geschroefd. Een man passeert
met een kruiwagen. Een vrouw laadt boodschappen
in. Een kind sabbelt aan een ijsje. Het huis dat
gebouwd wordt zal over acht jaar en drie maanden
worden verkocht. Hij weet het. Hij verlaat de tijd.
© Bert Bevers
uit de cyclus in wording Gedichten uit een stadje in de heuvels
