K. Michel. Vertaling in Afrikaans

 

Versindaba kompetisie vir vertaalde gedigte (39)

 

K. Michel. Vertaling van Nederlands in Afrikaans. Vert. deur Charl-Pierre Naudé.

 

In die koepelsaal

 

As papierlatern?

Delftblou servies?

 

As hedendaagse boekrak?

Teerpad? Cornervlag?

 

Nee! Aangetrek as ʼn aandenking

het ek opgedaag by die kongres van die dinge.

Om kennis te versamel

en om blad te skud.

 

Die nag was soel,

kamferfoelie en krieke in die lug

Sterre waar jy kyk.

 

Ek loop deur die saal

Ek knik na links, na regs.

ʼn Kroonluster. ʼn Reënboog.

ʼn Trofee. ʼn Sonsambreel. ʼn Vrugtebak.

En daar sowaar ʼn seilboot.

 

Ek haal asem,

ek geniet hier en daar van die koue buffet

en ek raak in gesprek.

Verskyningsvorme is die wese

van dinge en dis eenmalig.

So sê sy.

 

Die name is amptenare.

Hulle pak ons in leêrs weg,

in diep laaie.

 

Die name is doeane.

Hulle ondersoek herkomste

en sluikware.

Daarna gee hulle dit ʼn stempel.

 

Ja maar, opper ek

Die name is ook blou,

asem en swaeltjies.

Hulle maak die wêreld oop.

 

Nee! Die name is noorderwind.

Hulle blaas ons krom

soos waaibome,

soos fietsryers, soos riete.

Veral in die ouderdom.

 

Dit sê sý,

ʼn seringblompot op kaal voetjies.

 

U as aandenking behoort dit te weet,

u is immers die simbool

van die stand van dinge in hierdie tyd,

u het die wind in die hart,

nie waar nie?

 

Met één haal sny die dansorkes

die gesprek oop soos die skeermes van occam.

 

Ooo! Die woorde in die lug.

Die hare deurmekaar.

Die nag stralend, sprakeloos.

Rokke, glase, sonsambreel.

Vensters, die blompot, die lampe.

 

Alles lewe, alles baljaar, alles raas.

 

Yebo!

Lewe verby die name

Yebo!

Liefde wat dans

Yebo!

Duisend miljoen seringe

 

***

 

In de koepelzaal

K. Michel

 

Als tuinlampion?

Delfsblaauw servies?

 

Als moderne boekenkast?

Wegdek? Cornervlag?

 

Nee! Verkleed als souvenir

ging ik naar het congres der dingen.

Om kennis te verzamelen

en handen te schudden.

 

De nacht was warm

Kamperfoelie en krekels in de lucht

Sterren overal.

 

Ik liep door de zaal

Ik knikte naar links, naar rechts.

Een kroonluchter. Een regenboog.

Een trofee. Een parasol. Een fruitschaal.

En daar sowaar een zeilboot.

 

Ik haalde adem

Ik at een en ander van het koud buffet

En ik kwam in gesprek.

De verschijning is het wezen

en die is uniek.

Dat zei se.

 

De namen zijn ambtenaren.

Ze stoppen ons in ordners,

in grote laden.

De namen zijn douane.

Ze controleren op herkomst

op contrabande.

Daarna geven ze een stempel.

 

Ja maar, bracht ik naar voren

De namen zijn ook blaauw

adem en zwaluwen.

Ze leggen de wereld open.

 

Nee! De namen zijn noordenwind.

Ze blazen ons krom

als waaibomen

fietsers, het riet.

Vooral als ze koud zijn.

 

Dat zei ze

een seringvaas op blote voetjes.

 

U als souvenir moet dat weten

U bent immers het embleem

van de status der dingen in deze tyd

U hebt de wind in het hart,

N’est-ce-pas.

 

Met één haal sneed het dansorkest

als een scheermes van occam het gesprek open.

 

Ooo! De woorden in de lucht

Het haar in de war

De nacht stralend, sprakeloos.

 

Jurken, glazen, parasol.

Vensters, de vaas, de lampen.

 

Alles leeft, alles springt, alles is luid.

 

Yaaa!

Het leven voorbij het namen

Yaaah!

De liefde die danst

Yaaa!

Duizend miljoen seringen

 

Bronverwysing:

Michel, K. 1989. Uit: Ja! Naakt als de stenen. Meulenhof.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.