
Patricia De Martelaere (1957 – 2009)
Foto: Wikipedia
Patricia De Martelaere (Zottegem, 16 april 1957 – Wezemaal, 4 maart 2009), was een Belgische filosofe, hoogleraar, auteur en essayist.
Intelligent en zelfverzekerd ten opzichte van werk. In 1984 gepromoveerd op – ‘Hume, de wetenschap en het gewone denken’.
De veelzijdigheid van de Martelaere is in een kort bestek, zoals dit, moeilijk samen te vatten maar loont zeker de moeite om haar de plaats te geven in de canon van de Nederlandse literatuur die zij zonder meer verdient. Toen in 2006 bij uitgeverij Bert Bakker Amsterdam het door Hugo Brems geschreven ‘Altijd weer vogels die nesten beginnen’ – Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur 1945 – 2005 uitkwam viel het op dat De Martelaere compleet ontbrak. Op de vraag waarom antwoordde hij dat hij haar was vergeten, maar in een herdruk zou hij het goed maken. Een doorzichtige smoes indien je iets meer weet over de achtergrond van deze bewuste omissie. Brems en De Martelaere zouden elkaar na een relatiebreuk via hun teksten elkaar wederzijds in de haren gevlogen hebben. In de vijfde herdruk uit 2016 wordt zij wel genoemd, maar een zelfstandig lemma ontbreekt. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat alle betrokkenen bij de eerste uitgave behoorlijk hebben zitten suffen. Op dbnl.nl kunt u via de zoekterm Brems het aangehaalde werk nalezen.
In 1993 verscheen ‘Een verlangen naar ontroostbaarheid’ waarin twaalf filosofische essays over wezenlijke onderwerpen met betrekking tot leven, kunst, religie en dood zijn gebundeld, waaronder ‘De levenskunstenaar. Naar een esthetica van de zelfmoord’ een prominente plaats inneemt. Op haar drieëntwintigste trouwt De Martelaere met Rudi Smets, een beroepsmilitair die ze in haar tienerjaren heeft leren kennen. Ze krijgen twee kinderen. In 1995, tijdens een boottocht naar Engeland, is hij opeens verdwenen. Was hij overboord geslagen of gesprongen, een antwoord wordt niet gegeven, ook niet door haar. In het essay onderzoekt zij op de haar zo kenmerkende eloquentie de veronderstelde band tussen kunstenaarschap en de zelf gekozen dood, maar wacht zich voor een al te rigide conclusie, want uiteindelijk kent ook deze vorm van levensbeëindiging talloze varianten. Varianten die alle binnen de interessesfeer de Martelaere lijken te vallen.
In 2006 verschijnt bij AMBO de eerste druk van ‘TAOÏSME – De weg om niet te volgen’ het resultaat van haar kennismaking met oosterse filosofieën als tegenstelling met de westerse. Onwillekeurig gaan mijn gedachten uit naar het motto in André Brinks ‘‘n vurk in die pad’ van Yogi Berra ‘When you come to a fork in the road, take it.’ Sommige lezers vonden het teveel naar New Age hellen en haakten af – de Boeddha als tuinkabouter, waarmee haar schromelijk te kort wordt gedaan. Het is een doorwrochte studie waarin op tal van tegenstellingen de Tao eigen wordt ingegaan.
Ondanks de vele prijzen die haar werden toegekend verbleef zij het liefst in de schaduw. In de archieven van de Groene Amsterdammer en NRC-Handelsblad vond ik een schat aan informatie over haar als persoon, als schrijfster en als recensente. Zij gaf zelden interviews en liet nooit het achterste van haar tong zien. Men zou haar kunnen verwijten haar eigen mythe te hebben gecreëerd, maar dat zou afbreuk doen aan haar persoonlijkheid.
© Gerard Scharn, 2023
