Posts Tagged ‘In het westen’

Janita Monna. ‘Genoeg, dit hoge spreken troost niet meer de mensen’

Sunday, June 10th, 2012

Robert Anker – In het westen, de laatste trans

 

In het westen, het laatste trans

In het westen, het laatste trans

Je zou het ergens in Haagse Schilderswijk gehoord kunnen hebben: ‘Allemaal nep jullie dichtâhrs, zogenaamd gevoeliguh typus, tieft toch/ op! Hôd ik een ûh ondâhr me knètâhr, jank ik net zau lekkâhr.’ Toch is het poëzie, dit onvervalste platte Haags, het staat althans in de nieuwe bundel van Robert Anker In het westen, de laatste trans. Deze opvolger van het ontluisterende Gemraadt Slasser d.d.t., is een aanklacht tegen de huidige Nederlandse samenleving.
Anker zet klassieke literaire middelen in om zich onverholen uit te laten over de stand van het land, en de westerse beschaving. Zijn kritiek heeft de vorm van een samenspraak tussen twee personages met de profetische namen ‘Jarvaï’ en ‘Mensoorah’. Verschanst op ‘de laatste trans’ nemen zij de wereld in ogenschouw: ‘Zichtbaar is het springtij van het verwilde westen’. Een trans is zoveel als een hooggelegen plaats, hier een soort opgedroogde Olympus. Het beeld dat opklinkt uit de monden van Mensoorah en Jarvaï, als de laatste het heeft over ‘Zwervende commando’s van de eigenrichting’ lijkt op Nederland waar de stem van het volk regeert. De stem zoals die van de stripfiguur ‘Haagse Harry’, die kunst maar grote onzin vindt en dichters uitvreters, die teren op de zak van de maatschappij: reaguurderstaal krijgt bij Anker een plek in poëzie.
Jarvaï klimt op de bres voor de elite: ‘Voor in je woedende banier ELITE als een geuzennaam/ Breng het muitende volk in zijn maaiveld tot staan.’
In het westen, de laatste trans toont het failliet maar tegelijk ook de hoop van de Westerse beschaving. Want deze gedichten zijn gebouwd op Shakespeare, Lucebert, J.C. Bloem, Bob Dylan en welke kunstenaars niet nog meer. Anker citeert, absorbeert vorm, idee, taal. Hij zet beschaving in om zich teweer te stellen tegen verloedering. Een andere mogelijkheid is er eigenlijk niet. Al horen we bij monde van Mensoorah dat de haast ouderwets galmende toneeltaal die zij en de andere personages spreken, zijn functie heeft verloren: ‘Genoeg, dit hoge spreken troost niet meer de mensen’.
Het is in de poëzie als met de globalisering: grenzen en scheidslijnen doen er niet langer toe. Want waarom dit politieke pamflet poëzie noemen, als het even zoveel drama is, of essay? En is In het westen, de laatste trans, niet vooral preken voor eigen parochie? Want ‘de elite’, of de kunstliefhebbers of de linksen, zullen niet anders dan ‘ja’ knikken bij het lezen van Ankers regels. Terwijl politiek Den Haag vooral op de centen let, en Haagse Harry waarschijnlijk net zo lief een ui onder z’n kneiter stopt, want die begrijpt toch niks van die ‘kânkâhrvèhrsies’.

Over de grens

‘Bijna ongemerkt maar zelden onbezonnen – eindelijk
Zijn wij en eindelijk ben jij op die wijze hier gekomen
Jarvaï, bij de laatste trans op de laatste grens
Alleen laag onder westerluchten ligt nog koud en leeg
Het licht, beneden ruist de brede stem van het einde
Wijl in het oosterveld het nieuwe leven morgent –
Genoeg, dit hoge spreken troost niet meer de mensen
Laat staan de larven dezer tijd, horizontaal maar zonder
Horizon, genoeg, wij spreken van een ander tijdsgestel
Al was het wel het kraambed van het huidige – schuld?
Wij worden wel gedaan maar wij doen het zelf, schuld
Is nergens te verhalen dan bij ons eigenste verhaal
Vertel het jouwe, Jarvaï.’

(…)

Robert Anker – In het westen, de laatste trans. Querido, 36 pagina’s, 17,95 euro, ISBN 978 90 214 41 41 2.
Deze recensie verscheen eerder in Trouw.