Posts Tagged ‘Nuwe stemme in digkuns’

Yves T’Sjoen. Vrouwentongen. Nieuwe stemmen van het nieuwe millennium in Afrikaans en Nederlands

Sunday, October 2nd, 2016

cats

 

Vrouwentongen. Nieuwe stemmen van het nieuwe millennium in Afrikaans en Nederlands

Feminiseringsgolf in de Afrikaanse poëzie?

De stem van de vrouwelijke auteur in het Afrikaans heeft de afgelopen decennia zonder meer aan belang gewonnen. Ze biedt de afgelopen decennia een tegengewicht voor een overwegend door heren geproduceerde literatuur. In Afrikanerkringen is gedurende vele jaren, sinds de eerste generatie van Afrikaanstalige schrijvers, de mannenstem overheersend. Vanuit genderperspectief leverde dit een vrijwel eenzijdig masculien vertelperspectief op. De schrijfster is in de hedendaagse literatuur van het Afrikaans prominent aanwezig. Het hoeft hier geen betoog dat auteurs als Antjie Krog, Wilma Stockenström, Marlene van Niekerk en Ingrid Winterbach een centrale positie innemen in het Afrikaanse literaire landschap van Zuid-Afrika. Hun werk wordt gunstig besproken in de literatuurkritiek, romans en dichtbundels worden bekroond met prijzen en hun teksten worden in mindere of meerdere mate vertaald naar het Nederlands. Na het publieke optreden van Elisabeth Eybers, Jeanne Goosen, Ingrid Jonker, Elsa Joubert, Ina Rousseau en enkele anderen treedt de schrijfster vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw duidelijker op het voorplan. Belangrijke dichtersstemmen in het Afrikaans zijn naast de vermelde namen onder vele anderen Sheila Cussons, Joan Hambidge, Marlise Joubert, Petra Müller en Lina Spies. Dit zijn auteurs die inmiddels een oeuvre op hun naam hebben.

nog afr digters

Vandaag moeten vele namen van vrouwelijke dichters worden genoemd. Indien ik me beperk tot schrijfsters die hun debuut maakten in de eenentwintigste eeuw, ongeacht de leeftijd, kan ik naast Ronelda Kamfer, die dankzij vertalingen van Alfred Schaffer enige bekendheid geniet in het Nederlandse taalgebied, vermelden: Emma Bekker, Nini Bennett, René Bohnen, Martjie Bosman, Heilna du Plooy, Karen Kuhn, Juanita Louw, Susan Smith, Hilda Smits, Carina Stander, Ilse van Staden enzovoorts. Ik noteer in chronologische volgorde van bundelpublicaties onder meer Watervlerk (2003) van Ilse van Staden, die vloedbos sal weer vlieg (2006) van Carina Stander, Noudat slapende honde (2008) van Ronelda Kamfer, Kodeks (2011) van Nini Bennett, Ingeboek (2012) van Karen Kuhn, In die afwesigheid van sin (2012) van Susan Smith en Skryn (2015) van Emma Bekker. Voor volgende maand is het debuut van de averechtse Bibi Slippers aangekondigd. Samen met Charl-Pierre Naudé stelt zij trouwens de bloemlezing Nuwe stemme 6 samen. Sommige van de hier vermelde auteurs maakten recent hun debuut, anderen hebben twee of drie bundels op hun conto. Met nieuwe stemmen doel ik kortom op de literaire leeftijd van deze auteurs, die het jongste anderhalve decennium in het Afrikaans nieuwe geluiden produceren en hun stempel drukken op de hedendaagse poëzie. Indien ik ook schrijfsters meetel die al langer actief zijn en de afgelopen decennia debuteerden, met intussen een oeuvre van vijf tot tien dichtbundels op hun naam, dan kan ik stellen dat de stem van de vrouwelijke auteur in het Afrikaans vandaag prominentie heeft. Deze schrijfsters krijgen wellicht niet de kritische aandacht die gevestigde waarden en nieuwe stemmen (via performances, interviews, debuutprijzen) te beurt vallen.

De vraag of er zich in de Afrikaanse poëzie een feminiseringsgolf doorzet, is kortom een open deur. Of deze schrijvers een ander geluid laten horen en bijgevolg een gender-gerelateerde dimensie wordt toegevoegd aan een literatuur die lange tijd sterk door mannen is gedomineerd, moet nader worden bestudeerd. Is het een genderverschuiving die zich ook in andere taalgebieden voltrekt? Laat mij een korte vergelijking maken met het zustertaalgebied van het Afrikaans, de Nederlandstalige poëzie.

Feminiseringsgolf in de Nederlandstalige poëzie

Het afgelopen decennium, sinds pakweg 2004 en dus na het debuut van onder anderen Maria Barnas en Marije Langelaar, maakten opmerkelijk veel interessante vrouwelijke dichters hun opwachting in het Nederlands. Vele debuten zijn genomineerd voor belangwekkende en in de media meestal als gerenommeerd of toch belangwekkend voorgestelde onderscheidingen, zoals de C. Buddingh’-prijs, de Debuutprijs Het Liegend Konijn en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Het werk van andere schrijfsters, meestal met enkele bundels, is bekroond met een prestigieuze onderscheiding zoals bijvoorbeeld de Hugues C. Pernathprijs, de Turing Gedichtenwedstrijd en de Prijs van de provincies Oost- en West-Vlaanderen.

ndl

Indien ik mij beperk tot een twintigtal vrouwelijke debuten tussen 2004 en 2014 kan melding worden gemaakt van onder vele anderen Inge Braeckman (Beeltenissen, 2009), Floor Buschenhenke (Eiland op sterk water, 2009), Ellen Deckwitz (De steen vreest mij, 2011), Saskia de Jong (vaas, 2004), Annemarie Estor (De oksels van de bok, 2012), Kila&Babsie (Stereo, 2009), Bernke Klein Zandvoort (Uitzicht is een afstand die zich omkeert, 2013), Liesbeth Lagemaat (Een grimwoud in mijn keel, 2005), Ruth Lasters (Vouwplannen, 2007), Delphine Lecompte (De dieren in mij, 2009), Sylvie Marie (Zonder, 2009), Lieke Marsman (Wat ik mijzelf graag voorhoud, 2010), Els Moors (er hangt een hoge lucht boven ons, 2006), Ester Naomi Perquin (Servetten halfstok, 2007), Saskia Stehouwer (Wachtkamers, 2014), Runa Svetlikova (Deze zachte witte kamer, 2014), Elisabeth Tonnard (De wereld is er, 2007), Hanneke van Eijken (Papieren veulens, 2013), Lies van Gasse (Hetzelfde gedicht steeds weer, 2008), Maud Vanhauwaert (Ik ben mogelijk, 2011) en Sofie Verdoodt (Doodwater, 2014). En dan vergeet ik Laura van der Haar, Vrouwkje Tuinman, Herlinda Vekemans cum suis. EAan het begin van de door mij afgebakende periode (2000-2016) moet bijvoorbeeld ook het debuut van de Vlaamse auteur Eva Cox worden gesitueerd. In de recent verschenen opstellenbundel Dichters van het nieuwe millennium (J. Dera, S. Posman en K. van der Starre (red.), Vantilt, Nijmegen, 2016) heb ik een bijdrage gewijd aan intermedialiteit en de poëzie van deze auteur.

Relevanter dan het genderperspectief – “de feminiseringsgolf” in de poëzie van Nederland en Vlaanderen zet zich inderdaad verder door (Vandevoorde 2006) – is dat deze auteurs in de loop van het voorbije decennium een interessant parcours hebben afgelegd of een opgemerkte bundel afleverden. Niet alleen literaire prijzen wijzen overigens op het belang van deze vrouwelijke stemmen.

Relevantie van het genderperspectief

Gender hoeft in de literatuurbeschouwing vanzelfsprekend geen rol te spelen. Het is nog maar de vraag of een vrouwelijke dan wel een mannelijke auteur een literatuur voortbrengt die per definitie door gender is bepaald. Het is inderdaad interessanter literaire trajecten te volgen en niet te peilen naar seksuele voorkeuren, ideologische posities of een door gender gedetermineerde literaire identiteit. Uiteraard is het een vaststelling dat in de Nederlandse en Afrikaanse literatuur vrouwelijke auteurs meer aanwezig zijn, méér dan in de twintigste eeuw, en gunstiger worden gerecipieerd. Vanuit genderachtergrond bekeken zouden zij nieuwe perspectieven toevoegen. Zoals gezegd moet dit met behulp van tools die genderstudies aanreiken, vanuit comparatief oogpunt, nader worden onderzocht. Het lijkt me voer voor een interessant promotieonderzoek. Ik lever hier alleen summiere aanzetten voor dat onderzoek.

Vanuit dat vergelijkende perspectief kan het revelerend zijn de tendens die ik hier veronderstel in verschillende literaturen te onderzoeken. Naast de vaststelling kan vervolgens de relevantie van het genderperspectief verder worden bestudeerd. Relevante onderzoeksvragen zijn dan bijvoorbeeld: voegt het vrouwelijke standpunt zoals dat blijkt uit de literatuur van vandaag een perspectief toe aan het literaire tekstencorpus? Welk perspectief, ten opzichte van welk dominant discours in de actuele literatuur? En vooral: kan er überhaupt in dergelijke veralgemeningen worden geclassificeerd? Is het relevant een bijdrage te leveren over de mannen- en vrouwenstemmen in de hedendaagse poëzie van de Lage Landen en Zuid-Afrika? De presuppositie waarop deze verkennende beschouwing is gebaseerd, is vanuit de genderbepaalde invalshoek van ondergetekende aan de orde gesteld. Daarom lijkt het mij interessant enkele premissen en vragen die ik aankaart of als veronderstelling formuleer voor te leggen aan enkele vrouwelijkste stemmen in de hedendaagse Nederlandse en Afrikaanse poëzie. Aan schrijfsters die binnen mijn afgebakende periode passen en een nieuw geluid zouden voortbrengen. Misschien is wat ik hier te berde breng zelfs helemaal geen issue. Mannelijke auteurs wordt toch ook niet gevraagd naar hun masculiene perspectief bij het concipiëren van gedichten. Indien deze status quaestionis al iets oplevert, dan zijn het de statements en de bespiegelingen over dit thema die ik opvraag bij enkele schrijfsters in Zuid-Afrika, Nederland en Vlaanderen. Dit is een uitnodiging om over deze kwestie te reflecteren en enkele particuliere notities te verzamelen over de zogeheten “feminiseringsgolf” die zich verder doorzet en de implicaties daarvan voor de hedendaagse poëzieproductie in Afrikaans en Nederlands. De volgende weken hoop ik enkele van die dialogen te kunnen voeren.

(Yves T'Sjoen, Oktober, 2016)
  •