Louis Esterhuizen. Hans Tentije se vertalings van e.e. cummings-gedigte

 

Hans Tentije is ‘n begaafde digter uit wie se pen daar reeds nege digbundels verskyn het. Maar hy is ook die skrywer van jeugromans en etlike literêre essays. En dan blyk dit nou ook dat hy hom as vertaler kan onderskei.  So het Raster as deel van die program waarvolgens hulle bepaalde bydraes tot vorige uitgawes op die internet beskikbaar stel, pas Hans Tentije se vertalings van gedigte deur die enigmatiese e.e. cummings (foto)  geplaas; ‘n digter by wie Tentije volgens onderstaande aanhalings uit ‘n artikel deur Cyrille Offermans besondere aanklank behoort te gevind het:

“Tentije is misschien niet een van de productiefste dichters van het Nederlandse taalgebied, ook niet een van de meest in het oog springende, maar wel een van de belangrijkste, en dat al vele jaren. Zijn poëzie heeft niets programmatisch – dat kan een verklaring zijn voor zijn relatieve onbekendheid. Ze zet zich niet aftegen en zoekt evenmin aansluiting bij de een of andere stroming, ze heeft zich ontdaan van alle opsmuk en aanstellerij, als het woord niet de verkeerde, autistische, associaties zou oproepen zou ik zeggen: hij schrijft pure poëzie.”

“Want in den beginne was de waarneming. En Tentije is een begenadigd waarnemer, ik gaf daar in het begin van dit stuk al een paar voorbeelden van. Hij is een meester in het discrete analytische kijken, in het tastbaar maken van bijna onwaarneembare veranderingen en bewegingen in complexe verschijnselen.”

En van hierdie “begenadigde waarneming” getuig Tentije se vertalings ook soos onderstaande vers van kan getuig. Maar, gaan loer gerus in by Raster. Daar is nog drie ander ook om te geniet. Indien dit egter Cummings is wat jou interesseer, kan jy gerus hier en hier gaan kyk na vorige stukke oor dié reus onder reuse.

***

 zij komen
anders en hetzelfde
met ieder is het anders en is het hetzelfde
met ieder is het ontbreken van liefde anders
met ieder is het ontbreken van liefde hetzelfde

voor haar de vredige daad
de bedreven poriën het goeiige geslacht
het niet te lange wachten het niet al te lange berouw het gemis
in dienst van wat er is
die paar hemelsblauwe vodden in het hoofd de vastgelopen
delen van het hart
heel de verlate genade van een regenbui die ophoudt
bij het invallen
van een augustusnacht

voor haar leeg
hij vol
liefde

goed goed er is een land
waar de vergetelheid waar de vergetelheid zacht
op de naamloze werelden rust
daar verzwijg je je hoofdje hoofd is sprakeloos
en je weet nee je weet niets
het gezang van de dode monden sterft weg
over de zandige oever het heeft de tocht volbracht
er valt niets te betreuren

mijn eenzaamheid ken ik kom die ken ik slecht
ik heb de tijd zeg ik bij mezelf ik heb de tijd
maar wat voor tijd uitgehongerd gebeente de hondse tijd
de tijd van de onophoudelijk verblekende hemel mijn greintje hemel
van de lichtstraal die oogvormig gevlekt omhoogschiet trillend
van de mikrons van de duistere jaren

jullie willen dat ik van A naar B ga ik kan het niet
ik kan er niet uit ik ben in een land zonder sporen
ja ja dat is me iets moois wat je daar hebt iets heel moois
wat is dat stel me geen vragen meer
spiraal stof van ogenblikken wat is dat hetzelfde
de stilte de liefde de haat de stilte de stilte

 

© Hans Tentije (Raster #25, 1983)

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •