Astrid Lampe. Gemodificeerd bloemlezen

 

Notabene

Notabene

bloggie blog u heeft al een tijdje niets meer van me vernomen het is allemaal de schuld van de big bang de oersoep de dood en ons dna niet precies in die volgorde maar ik praat u graag  bij rouwverwerking met diertjes is de werktitel van mijn nieuwe bundel nu deze zo goed als af is kan ik verwerking beter weglaten rouw met diertjes is bloter de dood radicaal en zo eek dat enkel diertjes met hun gekwispel mij poëtisch konden troosten dood is dood nooit eerder werd ik daar zo met mijn snufferd opgedrukt louter door het dieren abc het Nose-Eyes-Ears van mijn geliefde dogwhisperer erop los te laten weet ik nu dat nieuwsgierigheid heel alpha is van de big he naar de big bang is het dan nog maar een klein sprongetje misschien draaf ik wat door met die onthechting terwijl rondom mij verschrikkelijk in ego en sterrenstatus geinvesteerd blijft worden krijg ik haverklap is een fijn woord broodnuchter visioen op visioen van hoe de big bang ook doorwerkt tot in ons poëtisch dna bijvoorbeeld en ook van het potentieel dat met iedere dood vrijkomt vanzelf stijgt de behoefte weer de poëzie met een hoofdletter los te tornen van de piepeltjes de poëzie die deels ruimtelijk is soort van rondom zeg maar te bevrijden uit de klem claim van onze vaak zo armzalige bloggerspoetica of at least te onttrekken aan de dictatuur van de canon natuurlijk is het berekening puur vrouwelijk raffinement  in een flirt met de grote gelijkmaker me radicaal aan het bloemlezen te zetten zo werk ik nu ineens aan drie versies tegelijk een nederlandse een franse en een amerikaanse ik durf notabene weer te kwispelen na die baksteenlanding en geef werktitels en beloof u lezers o ik zal knippen en plakken transparant en aanschouwelijk om u deelgenoot of liever nog u bloggie blog medeplichtig te maken aan hoe ik hartstochtelijk cultiverend op genniveau ingrijp:

 

een schamel doorlopen ruimte

Waar je je goed voelt

Want die rustieke burcht was van mijn hartstocht het toneel

Je denkt dat je je die kunt voorstellen

O, oude hellevrijster opgedoemd uit een of ander sprookje

dienares van bezorgden, altijd een lamp in de hand.

…De vloer was dus van marmer in de donkere

GEDICHTEN UIT: WATERLAND

 

Mijn cijfers zijn niet vervalst

De nacht dringt niet door je heen

De nacht duikt de kamer in:

En de lucht die de donkere gravures

Schoonveegt

Zonder dat hij de klap zag aankomen

doet de op handen zijnde zin stokken en vertrapt ze

De zeegolf die slechts een ogenblik leeft en schittert, slaapt

hij is er al.            Even grof als een steenslag…

als al die plots opduikende wegen…

En in mijn knieën snijdt het ruige vlies van de klippen

Je moet oppassen voor de woorden. Ze zijn altijd te mooi,

Om de kamer waarover je beschikt te ontdekken

maar ook zonder die ene die me eigen leek, want – en hier

stopt.

Eindigt haar elegantie

(uit: Bloemlezen; de Franse versie; Astrid Lampe)

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •