Geert Buelens – Thuis
Het is niet ondenkbeeldig dat u dit stukje thuis leest. Aan de keukentafel van uw eigen huis, of op de bank in uw knusse woonkamer. ‘Thuis’, het suggereert vertrouwdheid en veiligheid, maar het is een behoorlijk ingewikkeld en daarmee ook veelzijdig begrip. Niet voor niets legt dichter Geert Buelens het onder het vergrootglas in zijn nieuwste dichtbundel Thuis. Buelens, Vlaming van origine, woonde, aldus het uitgeversschrijven dat de bundel begeleidt, de afgelopen jaren in vijf verschillende steden en in drie verschillende landen. Maar deze bundel – opvolger van Verzeker u (2005) – is meer dan alleen een persoonlijke zoektocht. Thuis raakt aan de actualiteit, zoals Buelens, tevens hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht, ook in zijn scherpe essays altijd het grensvlak tussen literatuur en maatschappij verkent.
Vrijwel direct wordt met woorden als ‘gelukzoeken’ en ‘ID’ een beladen politieke werkelijkheid de poëzie ingetrokken, die van volkeren op drift. En zonder daar al te veel woorden aan vuil te maken – Buelens is van de geconcentreerde taal – wordt meteen maar even duidelijk gemaakt dat home niet alleen is ‘waar het hart is’. Want wie meent dat ‘thuis’ vooral verband houdt met kleine dingen ‘als van dons, teddy en/ wat afgebiesd kan’, die gaat voorbij
aan stempels en papieren
bootjes die kapseizen
De bundel ontleedt het thuis van vroeger, een ouderlijk huis, levend gehouden door herinneringen die op gang gebracht kunnen worden door het zien van een oude video. Zonder overigens melancholiek te worden.
Ook toont een gedicht als ‘Sneeuwdoos’ de verschillende connotaties van het begrip: waar voor de één thuis een knusse woonkamer in de winter is, is het voor de ander niet meer dan een kartonnen onderkomen:
O u kan niet tegen knus
het maakt u wee en naar
Dat u dat dan uitlegt aan die man in de straat
zijn gerei is ook vandaag weer van karton
Buelens’ poëzie is meerstemmig, met een dragende rol voor de meest uiteenlopende soorten muziek. Zeker in de laatste afdeling van de bundel, in de ‘Nieuwe economische liedjes’, waar ontheemde economische systemen bezongen wordt. Met een ‘Vastenavondblues’ over geld op de bank, dat als kolderiek refrein heeft ‘rommelen/ rommelen/ in de pot’; waar ‘de munt’ wordt opgevoerd als ‘spookplek’ en waar het ineengevallen communistische Oostblok een treurige aanblik biedt: ‘Alles wat van het vijfjarenplan kwam/ ligt hier verloren’.
Maar ondanks die muzikaliteit is Thuis geen makkelijke bundel. Buelens is een denker en zijn gedichten zijn vooral kleine poëtische essays, associatieve benaderingen van een begrip.Het is geen poëzie die een warme deken legt om de schouders van ontheemden. Eerder laten zijn regels de lezer die ontheemding ervaren.
Heel lang al speelt dit alles
door mijn hoofd
ik laat het eruit nu
en loop naar huis
De weg ligt open
—
SNEEUWDOOS (WINDOW DRESSING)
Elke winter die valt is als een huis dat smelt
wat we moeten vasthouden in iedere vorm van spel
Gelaarsd en gepakt gaan we de boer op
spreken we van nestwarmte en een nieuwe dracht
Koperen onderleggers, smaragden vazen
elke kast heeft recht op haar uitzet
O u kan niet tegen knus
het maakt u wee en naar
Dat u dat dan uitlegt aan die man in de straat
zijn gerei is ook vandaag weer van karton
Zomers zijn makkelijk, dan waait het aan als niets
knapper is het door te bijten als een been.
Geert Buelens – Thuis. Ambo Anthos, 64 pagina’s, 17,95 euro, isbn 9789026327407
Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

