Ik ben een Mexicaanse dode
‘Ik voel mij alsof ik tien dagen lang heb meegelopen
In een Mexicaanse dodenstoet zonder te eten, zonder te slapen.’
Zeg ik aan boerin Margriet die tegenover mij zit
Ze begrijpt mij niet, haar witte hond begrijpt mij wel
Maar aan zijn begrip heb ik niets, ik leg nog een stuk preskop op mijn bord.
Boerin Margriet vraagt of het normaal is dat het poesje
Van haar tienjarige kleindochter reeds uitpuilt als een aangebroken haggis
Maar ik heb nog nooit haggis gegeten
En toen ik zelf tien was was ik glad en nauw als een slakkenhuis
Ik neem nog een slok notenlikeur, en ik zeg: ‘Toen ik tien was was ik ruw en wijd als een marktplein.’
Een marktplein met restjes spons en smout en pitten en pulp en worstenbrood
Een marktplein met mannen die hees riepen: ‘Ik kan je niet genezen,
Maar ik kan je weer naar binnen duwen, zodat je vader zijn oogappel
Straks niet aanziet voor wat ze werkelijk is, een gore slet
Die copuleert om zichzelf te leren haten, of om gratis sponzen en smout te krijgen..’
Boerin Margriet vraagt of ik haar witte hond wil adopteren
Hij heeft haar gebeten, het vertrouwen is kapot
Een hondenfluisteraar kwam eergisteren langs en probeerde het vertrouwen te herstellen
Hij werd ook gebeten, hij had een ringbaardje en een sardonische lach in zijn ogen
Hij droeg een groene trui en een gouden gourmetarmband met een datum erop gegraveerd.
De datum was toekomstig, de datum was vandaag
Vandaag adopteer ik de witte hond van boerin Margriet
Ik kots opzettelijk op het erf
De eerste maaltijd van de witte hond valt in goede aarde.
© Delphine Lecompte / 2016

Digkuns nonsens op sy beste!