Mijn zondagse squaw en de goddelijke brak
Mijn zondagse squaw heet Catharina De Keersmaeker
Maar in mijn hoofd is ze steeds Serene Grizzlybeer
Ik zou een ganse nacht in haar oksel kunnen liggen
Veilig zou ik mij voelen, de geuren zouden dakpan en boleet zijn
Helaas kan ik haar enkel zondag aan het werk zien.
Vandaag is het zondag, Serene Grizzlybeer richt mijn hond af
Ik zou een ganse dag in haar keuken kunnen schrijven
Gelukzalig zou ik mij voelen, de geluiden zouden bas en knaagdiernagel zijn
Spijtig genoeg heeft ze een gezin; ze is getrouwd met een Zuid-Afrikaanse petomaan
Hij lijkt op Robert Mitchum, maar hij is slechts Karel du Plessis, dus verdient hij haar niet.
Wanneer Serene Grizzlybeer klaar is met de africhting van mijn hond is het nog vroeg
Ik kruip in bed met mijn afgerichte hond en ik zing overtuigend:
‘Don’t sit under the apple tree with anyone else but me…’
Het enige liedje ter wereld waar ik niet vrolijk van word
Ik huil en eet twintig clementines om mezelf te troosten, waarom hebben ze een stomme Naam? Waarom troosten ze mij niet?
Ik eet dertig correct genaamde komkommers
En ga naar buiten zonder hond; ik wil niet dat de hond ooggetuige is
Van: 2 moorden, 4 winkeldiefstallen, 8 brandstichtingen, en 9 vette leugens
De moorden heb ik in mijn hoofd uitgevoerd, de winkeldiefstallen heb ik geaborteerd,
De brandstichtingen heb ik verprutst, maar de 9 vette leugens heb ik tot een goed einde
Gebracht.
Ondertussen zit Serene Grizzlybeer in haar knusse hobbykamer
Ze legt de laatste hand aan een Taj Mahal gemaakt uit wasknijpers
Een goddelijke brak droomt van zijn verstikking in een zalmgraat
Hij schiet wakker en Serene Grizzlybeer schopt zijn adjectief uit de weg.
© Delphine Lecompte / 2016
