Zuurkool, moeder, God
Ik ben langzaam aan het stikken in zuurkool
In een polyvalente zaal terwijl een dirigent met een walrussnor
Mij valse beleggingen aansmeert, ik word wakker en trek donkere kleren aan
Om naar de begrafenis van de gepensioneerde stierenvechter te gaan
Hij heeft zijn hoofd gestoten tegen een raamkozijn en is toen gestorven
Aan een fabelachtige bloedvergiftiging, en dit gebeurde in Turijn.
Maar het was een droom, want daar loopt de gepensioneerde stierenvechter
Kwiek en verend, met een boodschappentas vol sardines en coca cola
Op zijn schouder zit een fret met een geringschattende blik
Ik spreek de gepensioneerde stierenvechter niet aan
Het is te vroeg om mijn klaaglijke stem te moeten aanhoren, te vroeg voor hem en te vroeg voor mij.
Toen ik nog niet leefde was mijn moeder een klein eigengereid baldadig kind
Ze was bevriend met bietebauwen en vliegen
Een Bretonse waarzegster vertelde haar dat ze later moeder zou worden van een pyromaan
En dat de bevalling episch en afschuwelijk zou zijn
Mijn moeder trachtte zelfmoord te plegen met prikkeldraad, maar een kreeftenkok hield haar tegen.
Al heel haar leven wordt mijn moeder gered door kreeftenkoks
En trompettisten, zwarte en witte
Al heel mijn leven haalt mijn moeder de kastanjes uit het vuur
Mijn moeder is op haar mooist wanneer ze brood scheurt
Soms steelt ze orgels en verkeerspalen, niemand neemt het haar kwalijk.
Ik keer terug naar huis en trek mijn rouwkleren uit
Naakt vraag ik aan God waarom ik er niet in slaag om onafhankelijk te zijn
Maar God vindt dat ik net te onafhankelijk ben
Hij zegt: ‘Trek feestkleren aan en aanbid mij op luidruchtige wijze, ik heb je aanbidding nodig.
Vooral vandaag.’
© Delphine Lecompte 2018
