DE MEERWAARDE VAN DE VERBEELDING
Telkens hij in een spiegel kijkt, wordt het
moeilijker zichzelf te herkennen. Daarom
stelt hij voorwaarden aan zijn herinneringen,
maakt een grote bocht om enkele jaren heen.
Hij verzamelt regenachtige zomerdagen
waarin het wemelt van de opmerkingen,
raakt van streek door literaire verwijzingen
en het samendrommen van anekdoten.
Een ogenblik lang gelooft hij in kunst.
Wanneer hij een schilderij wil maken
bevriest hij eerst al zijn observaties.
In zijn zwijgen klinkt een zachte ruis.
Stil opent hij een raam en maakt
dan aanspraak op een achtergrond.
Hij ziet hoe het landschap verlangt,
haalt het weg uit de werkelijkheid,
vindt zichzelf terug in een voetnoot
over het ontstaan van de verbeelding.
Het opslaan van een illusie wordt
hierbij vanzelfsprekend uitgesloten.
© Willem M. Roggeman, 2025
