Desembergedig

KERSTMIS
1.
Onze vijf kleindochters
– twee tot elf –
komen weer enkele
logeren,
hun ouders sturen we
‘s avonds (‘t liefst tot na
de lunch) naar een
hotel
en daar zijn ze
niet rouwig om,
integendeel
het wordt met enig
leedvermaak
aan hun vrienden
verteld
2.
Kleindochter van bijna
drie ruimt consequent
alle rommel op,
lege glazen, halfvolle
borden, de afwas-
machine is het altaar
waarop zij de Mis
van opa dient
3,
Aan het kerstverhaal
hebben ze geen
boodschap,
ze zijn meer van
Peppa Pig, Froozen
en Talor Swift,
kaarsjes aansteken
en kribbetjes kijken
doens ze pas
na het reuzenrad
op Winterland,
in de basiliek vraagt
een van hen in welk
museum ze zijn
aanbeland
4,
Ochtendrituelen, vrolijk
tumult, je zult er iedere
dag zoveel hebben,
als ik het zelf
niet had moeten
verduren
zou ik er een paar
naar kostschool
sturen
5.
Wie in z’n eentje een paar
nachten langer mag blijven
heeft verwengeluk,
(bijna) alle mag
(bijna) niets moet,
te veel fruithagel op de
boterham, te veel filmpjes
van Grizzly, alleen maar
spelletjes naar eigen
keuze
en een oma die je
al kralen rijgend, nageltjes
lakkend, kwebbelend
over het leven
niet met zusjes
en nichtjes hoeft
te delen
© Miel Vanstreels, 2025
