
Kopiereg: Naomi Bruwer & LitNet
Postumiteiten voor Breyten
Door het oog van dichters en navorsers
Gesprekken met Yves T’Sjoen
[…] die oorledige ek bly lewe in skede
van hede uit hede
totdat slegs verlede
ooglede en stomp swaarde
vergister in die grond
Breytenbach, ‘wat is die storie?’, die na-dood,
Human & Rousseau, 2016, p. 108.
Het oeuvre van Breyten Breytenbach (1939-2024), indrukwekkend zowel in omvang en diepgang als in internationaal renommee, krijgt ruim weerklank van dichters en prozaschrijvers in Afrikaans, Engels en Nederlands. Meerdere titels zijn daarnaast vertaald in Frans en Spaans. Ook in die talen reageren schrijvers op eigengereide manier op de poëzie en het proza. Daarenboven zijn auteurs in Afrika in contact gekomen met en in gesprek getreden met Breytenbachs geschriften. Zij maakten kennis met het werk van Breytenbach, bijvoorbeeld in de context van het pan-Afrikaanse Gorée Institute in Senegal, waarvan medeoprichter Breytenbach uitvoerend hoofd was van het departement cultuur (2002-2010), of op kunstenfestivals. De studie van invloeden en reminiscenties, de wijze waarop het gesprek wordt gevoerd in het transnationale domein, moet nog een aanvang nemen.
Schrijver- en teksttrajecten in intertekstueel perspectief
Schrijvers refereren, zoals in periteksten (motto’s, opdrachten, aantekeningen) en in interteksten, aan teksten van collega-schrijvers. Daarnaast worden namen en titels van auteurs vermeld in epiteksten, bijvoorbeeld in interviews, (mail)correspondenties, boekbesprekingen of essays. In Afrikaans en andere talen verhouden literaire auteurs zich tot de literatuurproductie van Breytenbach. De veelzijdige hedendaagse resonanties van diens poëzie, in kritische en creatieve productiereceptie (vertaling), worden in een lange gesprekkenreeks opgetekend. Postumiteiten voor Breyten is een postuum huldigingsboek in voorbereiding. De term “postumiteit” is ontleend aan werk van de Vlaamse schrijver Willy Roggeman (Yang, 1996), alsook aan Een aangename postumiteit (2004), een zelfportret in brieven van Herman de Coninck. De verzamelde “postumiteiten” vormen een eerbetoon aan Breytenbach door dichters in Zuid-Afrika en auteurs in de Lage Landen. De dialogen bevatten beschouwingen uit de eerste hand over de impact van het literaire werk op individuele schrijverstrajecten. De gesprekspartners tonen zich bijzonder genereus in hun esthetische (zelf)reflecties. Het is uiteindelijk aan de onderzoeker om, onder meer aan de hand van deze egodocumenten en intertekstuele tekstanalyses of de studie van parateksten, een invloedenstudie te ontwerpen. Met die gegevens voorhanden kan een geschiedenis worden geschreven over de mate waarin het werk van tal van schrijvers tijdens het leven van Breytenbach maar nu ook na het overlijden doorwerkt, in creatieve zin wordt gerecipieerd en verwerkt.
Door het oog van de dichter
De replieken op een serie van vijf vragen worden voorgepubliceerd op Voertaal, een paar afleveringen ook op Neerlandistiek met schrijvers die voldoende naamsbekendheid genieten in het Nederlandse taalgebied (onder anderen Antjie Krog, Alfred Schaffer en Erwin Mortier). In de verzameling met dialogen wordt door schrijvers gereflecteerd over de literaire nalatenschap van Breytenbach en de invloeden op of de verwijzingen naar het eigen schrijverschap. Vooral in de Afrikaanse letteren wordt naar invloeden gepeild, maar ook in het werk van een paar Engelstalige Zuid-Afrikaanse dichters (Nkateko Masinga, Makhosazana Xaba) en Nederlandstalige auteurs (Erwin Mortier, Alfred Schaffer, Adriaan van Dis, Peter Verhelst).
Hedendaagse dichters in Zuid-Afrika en ook schrijvers in de Lage Landen verhouden zich in hun werk tot de lyriek en bij uitbreiding het oeuvre van Breytenbach. Door academici, journalisten en schrijvers is de dichter herhaaldelijk neergezet, zoals een zich verspreidende ruis, als iconische figuur, een dichter en denker die de voorbije decennia de grenzen van het Afrikaans heeft opengebroken en een centrale positie innam in de Afrikaanse literatuur. Hij heeft de Afrikaanse poëzie naar onverkende einders geleid. Naast een eigenzinnig literair idioom, doorspekt met neologismen (“breytenbachismen”) en een idiosyncratische beeldentaal, is er Breytens intellectuele erfenis.
Het publieke optreden is bepaald door lyrisch en essayistisch werk dat in een periode van zestig jaar, sinds het debuut Die ysterkoei moet sweet en Katastrofes en zijn rol van Sestiger, generaties van lezers heeft begeesterd, en nog steeds. Ook jongere collega-dichters in Afrikaans voelen zich door Breytens lyrische stem aangesproken, anderen zagen zich genoodzaakt een bloomiaanse vadermoord te plegen om hun persoonlijke stem te kunnen ontwikkelen.
Het dichtwerk heeft tal van schrijvers in het Afrikaans beïnvloed. Literaire invloed is als literatuurwetenschappelijk concept diffuus en doelt op een mate van schatplichtigheid of inspiratie die niet kwantificeerbaar is of met empirische precisie kan worden geattesteerd. Schrijvers verwijzen in parateksten naar de lyriek van Breytenbach, of ze refereren er in interteksten of bijvoorbeeld interviews aan. In gesprekken noemen sommigen zich direct en expliciet schatplichtig, anderen verzwijgen doelbewust een breytenbachiaans referentiekader of een mate van schatplichtigheid. Er kan natuurlijk ook sprake zijn van gewoonweg respect en admiratie, zonder dat in de strikte zin sprake is van een markante invloed of esthetische verwantschap.
Naar aanleiding van het overlijden op 24 november 2024 hebben auteurs in een plejade van necrologieën hun waardering en bewondering uitgesproken voor deze dichter die diepe sporen heeft getrokken in het Afrikaanse literatuurlandschap. In die wirwar van sporen, een web van literaire looplijnen, hebben jongere schrijvers een eigen weg gezocht en gevonden. Op verschillende manieren zijn dichters als lezer geraakt door het werk en het aura van de meester, ook al staan ze daarom niet in eenzelfde literaire (modernistische) traditie.
Op 27 september 2025 is in Kaapstad de eerste Breyten Breytenbach Poëzieprijs uitgereikt. De bundel Ek en jy bestaan nie van Danie Marais is die eer te beurt gevallen. Doelstelling van het initiatief, zo luidt de persverklaring van Media24-Rapport-kykNET, is het Afrikaans te bevorderen door jaarlijks een oorspronkelijk in het Afrikaans geschreven dichtbundel te bekronen. De gelauwerde schrijver hoeft vanzelfsprekend niet, zo is meegedeeld door de organiserende instantie, in de poëticale lijn van Breytenbach te staan of een esthetica te omarmen die de laureaat rechtstreeks verbindt met de auteur.
Gespreksgenoten
Mijn gespreksgenoten in deze reeks, dialogen die zijn ondernomen vanuit het gezichtspunt van de “binnenwaartse buitenstaander”, ervaren de poëzie van de schrijver, of in ieder geval facetten ervan, als inspirerend of zelfs als grensverleggend voor de eigen schrijversloopbaan. De opzet van de gedachtewisselingen is Breyten’s legacy te belichten als dichter, occasioneel ook als prozaschrijver en essayist, vanuit het perspectief van een polyfoon en intergenerationeel gezelschap van Afrikaanstalige schrijvers van poëzie, en dus ook Nederlandstalige auteurs die soms verrassend goed bekend zijn met (delen van) het werk. Telkens leg ik de gespreksgenoot vragen voor die peilen naar verwantschap, kennis van het oeuvre, persoonlijke getuigenissen, leeservaringen en inzichten. Zo wordt de vraag voorgelegd in hoeverre zij de lyriek, het proza en de essayistiek hebben gelezen en voor zichzelf verbeeld, hoe ze hun particuliere lezingen van gedichten in eigen formuleringen omschrijven. Ook wordt gepolst naar de vertrouwdheid met het oeuvre en de fasen die de schrijversloopbaan van Breytenbach heeft doorlopen. Iedere dichter – de dichter dus als lezer en commentator – construeert een eigen beeld van Breytenbach. De resonantie van het lyrische oeuvre van Breyten in het werk van andere dichters en schrijvers wordt, alle gebundelde onderhouden overschouwend, belicht vanuit een perspectief dat multifocaal en kortom prismatisch is.
De reeks startte op 2 december 2025, daags voor de begrafenis van precies een jaar tevoren op de beroemde begraafplaats Père Lachaise in Parijs. Het Nachleben van Breytenbachs poëzie (zie een vorige bijdrage op Versindaba) voltrekt zich in creatieve en beschouwende projecten van een overwegend jongere schrijversgeneratie, ook van een paar leeftijdsgenoten. Inspirerend voor de onderhouden is het artikel ‘Afrikaanse digters in gesprek met Breytenbach se digterskap’ van Louise Viljoen, opgenomen in Die mond vol vuur. Beskouings oor die werk van Breyten Breytenbach (2014, blz. 243-270). De scope van de bijdragen op Voertaal is breder dan een inventaris te brengen. De bijdrage van Viljoen handelt over de wijze waarop “Afrikaanse digters Breyten Breytenbach as ’n belangrike gespreksgenoot […] erken deur hom by name aan te spreek of na sy werk te verwys”.
In totaal komen veertig auteurs aan het woord. Vandaag zijn gesprekken verschenen met Joan Hambidge, Alfred Schaffer, Marlise Joubert, Antjie Krog, Louis Esterhuizen, Bernard Odendaal, Ilse van Staden, Andries Bezuidenhout, Diana Ferrus, Hein Viljoen, Pieter Madibuseng Odendaal, Klara du Plessis, Charl-Pierre Naudé, Nkateko Masinga, Erwin Mortier en Marius Crous. Nog vierentwintig onderhouden worden voorbereid voor publicatie.
Door het oog van de navorser
Naast de particuliere getuigenissen van dichters bevat het boek Postumiteiten voor Breyten een deel “Door het oog van de navorser”. Hierin zijn gesprekken opgenomen met Zuid-Afrikaanse navorsers die zich in hun academische werk op particuliere wijze, in een specifiek literatuurtheoretisch kader, verhouden tegenover het werk van Breytenbach. Zij ondernemen hun lezingen vanuit een expliciet omschreven navorsingsperspectief, ze belichten facetten van het oeuvre op hun eigen wijze als literatuuronderzoeker en ontwerpen kortom zelf-geconstrueerde beelden van hun onderzoeksobject: leven en werk van Breytenbach. In totaal tien onderzoekers spreken zich uit over welbepaalde accenten die ze leggen in het onderzoek. Daarbij belichten zij hun persoonlijke zienswijze en formuleren tegelijk aanzetten voor voortgezet onderzoek. De gesprekkenreeks met onderzoekers – sommigen zijn intussen met emeritaat – werpt een licht op de veelkantige en uitgebreide Breytenbach-studie aan Zuid-Afrikaanse universiteiten.
Postumiteiten
De particuliere getuigenissen van literaire schrijvers en wetenschappelijke onderzoekers worden aangeboden in Postumiteiten voor Breyten. Het boek becommentarieert vanuit auteursstandpunt de impact op hedendaagse poëzie in Afrikaans en in het wetenschappelijk onderzoek. Ook na het overlijden blijft Breytenbachs oeuvre de geesten beroeren en treden dichters en navorsers in dialoog met het nagelaten werk.
In het najaar van 2026, ter gelegenheid van het tweede herdenkingsjaar van het overlijden van Breytenbach, verschijnt de Afrikaanstalige verzameling met getuigenissen als een afzonderlijke boekuitgave. Er wordt bekeken of de uitgave kan worden gerealiseerd in samenwerking met het Fonds Breytenbach, waarvoor de voormalige uitgever Kerneels Breytenbach namens de erfgenamen is aangesteld als exécuteur testamentaire. Een vraaggesprek met Kerneels sluit de veelstemmige reeks af, alles bij elkaar vijftig “postumiteiten” voor en dus evenzoveel persoonlijke reflecties over het lezen van Breyten Breytenbach vandaag. Voorlopig heb ik de prozaschrijvers buiten beschouwing gelaten. Ook die gesprekken zullen een meerwaarde betekenen. De klemtoon in mijn vragenronde ligt overwegend op de lyriek van Breytenbach, hoewel dichters in de (meta)reflecties natuurlijk ook prozatitels noemen. Aanleiding voor de gesprekken is de vaststelling dat schrijvers in hun literaire teksten elk op een andere manier maar steeds op intieme wijze in dialoog treden met dichters waarmee zij een zekere affiniteit ervaren. De reeks Postumiteiten voor Breyten is een gevarieerde caleidoscoop van stemmen die teksten van Breytenbach door de blik van anderen – dichters en navorsers – laten resoneren. Veelvuldige beelden van het oeuvre worden aldus gevormd. In het neologisme “postumiteit” klinken intimiteit en postuum samen, zodat die keuze zeer van toepassing is voor het opzet van de interviewreeks.
Gesprekken met:
Joan Hambidge
Alfred Schaffer
Marlise Joubert
Antjie Krog
Louis Esterhuizen
Bernard Odendaal
Ilse van Staden
Andries Bezuidenhout
Diana Ferrus
Hein Viljoen
Pieter Madibuseng Odendaal
Klara du Plessis
Charl-Pierre Naudé
Nkateko Masinga
Erwin Mortier
Marius Crous
Zie ook:
https://versindaba.co.za/2025/08/28/yves-tsjoen-breytens-nachleben/

Veel dank, Joan. Ik ben vereerd dat jij de spits hebt afgebeten van de boeiende reeks met schrijversonderhouden. In totaal nemen veertig dichters deel aan de gesprekken. Op een veelstemmige manier werp ik een prismatische blik op het oeuvre van Breytenbach. Er zijn vele gedaanten van Breytenbach: iedere dichter ontwerpt een eigen beeld van zijn poëzie en reflecteert hierover. Ik ben alle dichters dankbaar voor hun genereuze reacties en de gedeelde inzichten in soms heel particuliere trajecten als lezer van Breytenbach.
Hartlik bedank vir hierdie belangrike onderhoude! Dis so goed om verskillende en uiteenlopende digters se reaksies te lees.
Met die deurlopende narratief: ‘n belangrike digter. ‘n Ysbreker.
Joan