Janita Monna. Een vorm van verdwijnkunst

Ester Naomi Perquin – Celinspecties

Celinspecties

Celinspecties

Behalve de boeken van Peter R. de Vries wordt er, naar het schijnt, ook poëzie gelezen in de gevangenis. Vooral ‘Candlelight-gedichten’, van het gelijknamige radioprogramma, zijn populair.
Benieuwd of de derde bundel van Ester Naomi Perquin zal aanslaan in de bajes. Perquin kreeg met haar met prijzen overladen debuut meteen vaste voet aan de Nederlandse dichtersgrond. In Celinspecties duikt ze in de huid van gevangenen. ‘Liet me argeloos vallen die dag in andermans leven’. Haar exercitie doet denken aan de film ‘Being John Malkovich’, waarin een man in het hoofd van de acteur belandt.
De bundel bestaat uit verschillende kleine afdelingen. In het openingsgedicht van elk van die afdelingen worden types als Frans van A., Carlo ‘de veroveraar’ da C., Bart V. voorgesteld. Mannen met een verleden. Gevaarlijke gekken en zielige stumpers. Hun verhaal klinkt als monoloog tegen de psychiater, of als verweer tegen de rechter, of zomaar als mijmering. Nergens komen we te weten wat deze mannen precies op hun kerfstok hebben.
Al lijkt David H. vast te zitten wegens wurging, en schemert in het verhaal van Bart V. een schietpartij in een winkelcentrum door. We zien door zijn ogen wie hem tijdens zijn daad nog aankeken ‘een vrouw met een tas waar prei uit stak’, en een meisje dat “ach lieverd” riep:

Ach lieverd. Ze lachte heel even en daarna
viel ze neer alsof ze een jas was geweest
die ineens van een hangertje gleed.

Dat laatste beeld is even tragisch, hardvochtig als raak.

De overige gedichten binnen een afdeling houden min of meer verband het openingsgedicht. Regels als deze lezend zou je kunnen denken dat Frans van A. een moeder had die godsdienstwaanzinnig was: ‘Ze boende een vloek uit mijn mond, dit dacht ik verbeten/ wat hier achterblijft, wat aan de zeep ontsnapt// schuimbekkend zingende lastering hierbinnen, (…) dit happen naar lucht dit is/ wat ervan komt, nu zal het beginnen’. Misschien kreeg hij in zijn jeugd een tik van de molen, die hem uiteindelijk in de nor deed belanden? Vast staat het niet.
Perquins Celinspecties zijn een vorm van verdwijnkunst. Kruipen in andermans levens geeft de mogelijkheid in en buiten het gevang te verkeren en behalve het pak van gevangene, ‘ondertussen buiten’ de geliefde te zijn, of het uniform van bewaker aan te trekken. Dan klinkt het sadistisch: ‘Op een luchtplaats laten lopen en af en toe het geluid/ van een geweerschot maken.’
Het levert een buitengewoon intrigerende bundel op, met kijkjes in soms inktzwarte levens. Dit bijvoorbeeld, van een man, die na eindeloos brieven schrijven op bezoek gaat bij een vouw buiten de gevangenis en zich realiseert dat hij zijn verleden beter kan verzwijgen: ‘Je jeugd alleen/ zou vlekken maken op haar vloer.’ Dat komt aan als een stevige linkse.

Frederik C.
De straf hangt af van hoe je het zegt. De man in het zwart is
een stemming in pak en zijn nachtrust, zijn vrouw, zijn ontbijt,
de kwaliteit van de koffie ter plaatse: allesbepalend.

Jou rest niets dan hooguit één zin waar hij straks de vinger op legt.
Zorg dus voor het hele verhaal – ontzie jezelf niet te veel maar
schuif uit beeld, langzaam aan. In plaats van moordenaar
kies je ‘dader’. Ruimtelijker. Minder beladen.

Begrijp me goed, wanneer het nodig is: zeg het hard.
Hard als de handel in vlees, wees ferm, zeg hoe snel je toen sneed
en koud moest maken, handzaam als een diepvrieskip.

Alleen als het anders kan zeg je: ik deed hem de das om. Geen taal
die je zo van verzachting voorziet. Ook die man in het zwart
is jong geweest, ook hij ziet je graag iemand
beetnemen, opwarmen, aankleden.

Ester Naomi Perquin – Celinspecties. Van Oorschot, 72 blz. 14,50 euro, ISBN 978 9028241954.
Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •