Luuk Gruwez. DW B en de verwondering

DW B EN DE VERWONDERING

‘De verwondering is sinds de oudheid een centraal concept in de filosofie. Het is ook de voedingsbodem voor wetenschap en de muze van poëzie.’ Dat staat te lezen in een van de bijdragen van het jongste nummer van DW B. DW B moet zowat het meest academische literaire blad van de Lage Landen zijn. Dat heeft voor- en nadelen. Om met het laatste te beginnen: de persistent erudiete toon van veel bijdragen zal zelfs bij uitgeslapen lezers een zekere geeuwerigheid verwekken. Dat is niet anders voor het jongste nummer. Ondanks het overkoepelende thema van de verwondering, dat nu net aanstekelijk zou horen te zijn, wordt de saaiheid niet geheel vermeden.

DW B heeft een traditie in themanummers. De samenstellers van het jongste nummer zijn Jan Lauwereyns en Heidi Thomson. De eerste, woonachtig in Japan, is neurowetenschapper en bij ons inmiddels genoegzaam bekend als dichter en recent nog als laureaat van de VSB-poëzieprijs. Ook Heidi Thomson is een academica. Zij buigt zich vanuit het Nieuw-Zeelandse Wellington onder meer over de poëtica van Hans Faverey, reikt ons een handleiding voor de lectuur van John Keats aan en een interessante correspondentie met de veelgeprezen Amerikaanse auteur Richard Powers.

Positief is dat de erudiete toon van DW B dit voordeel heeft: een onmodieus sérieux als antidotum tegen de joligheid en de spektakelwaarde waarin de literaire sector soms dreigt te verdrinken. Het reflecterende gehalte van het blad mag dan al plausibel zijn doordat het nooit de diepgang schuwt, het best zijn de bijdragen die de muffe professorengeur van zich af weten te slaan. Huub Beurskens, toevallig geen academicus, in hart en nieren schilder zelfs, weet dit te realiseren in een zeer genuanceerde bijdrage waarin hij uitgaat van een oude recensie van ‘Naar Merelbeke’ van Stefan Hertmans. Het is verfrissend hem te lezen en hij getuigt van minstens evenveel inzicht als zijn geleerder klinkende collega’s, die soms net iets te veel oreren alsof hun lezers nog in de schoolbank zitten. Ook Lauwereyns en Thomson ontsnappen niet helemaal aan dit euvel. Vraag is natuurlijk: academisch, is dat een scheldwoord en moeten wij ons niet veeleer verheugen over de visie en het analytische vermogen die ons geboden worden?

Want laten we wel wezen: uiteraard valt hier ook veel fraais te lezen. Verwondering is wat de hoogbejaarde Leo Vroman ervaart wanneer hij zich dichtenderwijs bezint op zijn stokoude lijf dat maar doorgaat met bestaan alsof het onkundig in sterven is: ‘Wel blijft mij een bepaald/ gevoel van onzekerheid:/ wordt het niet langzaamaan tijd/ dat ik word opgehaald?’ Tom van de Voorde brengt, naast eigen poëzie, ook zijn vertaling van een gedichtencyclus van Michael Palmer en stelt in een begeleidend essay: ‘Er wordt rakelings langs sentimentaliteit gescheerd, om te overleven, om levenslust uit verwondering te halen.’ Met die stelling vestigt hij als het ware de aandacht op het profijt dat literatuur kan puren uit de afwijking van het dogma en de loutere reflectie. ‘In het veld’ is een lang verhaal van Lauwereyns zelve. In mijn oren klinkt het intrigerend, maar ik kan mij net zo goed voorstellen dat het lezers afstoot.

En zo is het eigenlijk bijna voortdurend in dit nummer: er staat haast geen tekst in waarvan je niet de indruk krijgt dat hij zowel tot bewondering als tot irritatie kan leiden. Terwijl de uiteindelijke aim net deze was: inzicht verschaffen in verwondering. In welke mate verschillen verwondering, bewondering en ergernis? We leven tussen initiële verwondering en finale verwondering, wordt ergens geopperd. En daartussen ligt, soms, als alles goed gaat, bewondering. Dat lijkt mij een wonderlijk optimistische kijk op de gang van zaken in een schrijversleven, bij uitbreiding zelfs in het leven van elke mens. Ik kan mij namelijk net zo goed voorstellen dat tussen verwondering en verwondering alleen maar ergernis ligt. Ergernis om al die eigen ongevraagde overtolligheid, om maar iets te noemen. Maar er zijn nu eenmaal schrijvers. En ondanks alles blijven die zich verwonderen en soms blijven zij zich ook ergeren. Het is de vraag of het verwondering of ergernis is die ze gaande houdt en hoe vaak die twee begrippen haast elkaars synoniem zijn.

 

 

_____________________________

DW B 2012 3, Oud-Heverleestraat 65, 3001 Leuven. Abonnement 45 euro (studenten 35 euro). Los nummer: 12 euro.

 

AANTAL STERREN:

***

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •