ik draai een kleine revolutie af
ik draai een kleine mooie revolutie af
ik ben niet langer van land
ik ben weer water
ik draag schuimende koppen op mijn hoofd
ik draag schietende schimmen in mijn hoofd
op mijn rug rust een zeermeermin
op mijn rug rust de wind
de wind en de zeemeermin zingen
de schuimende koppen ruisen
de schietende schimmen vallen
ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik ruis en ik zing
Ik kan niet zonder de zee. Hoewel ik in mijn vijfenzestigjarig bestaan talloze malen verhuisd ben, woonde ik nooit verder dan een half uur van de kust. Er moet dus wel een zoutwatergen in mijn systeem zitten.
Toch is het in Nederland behelpen voor wie zoals ik behept is met een zucht naar de zee. De stranden zijn ook ’s winters nog te vol en te vuil, de kleur van het water wisselt tussen grijs en bruin, en het allerjammerlijkste: er moet minstens windkracht acht staan om een schuimende en ruisende branding te genereren.
Om aan mijn trekken te komen moet ik, zoals afgelopen zomer, een tijdje domicilie kiezen aan de oevers van de Indische Oceaan, tussen Durban en East London. Terecht heet het daar de Wilde Kust. Mensen zie je er niet of nauwelijks, badkleding is overbodig, je bent er vrijwel alleen met de dolfijnen en walvissen, en met de koeien die zo uit de bergen het strand op lopen. Meerdere malen daags kun je je onbekommerd in de branding storten.
Telkens wanneer ik daar de oude wereld van me af liet spoelen, kwam er een gedicht van Lucebert bij me op, een extatische uitbarsting van wat ik, hoewel het een groot woord is, best natuurmystiek durf te noemen. Geen groter geluk dan wat hier bezongen wordt: één te worden met water en wind en je stem op te laten gaan in het machtige ruisende koor van de zee.


Watter plesier! Welkom Jaap as bydraer tot “Wisselkaarten”. Ek ken jou biografie oor Hendrik Marsman goed en sien enorm uit na jou verdere bydraes.