Gedicht voor alle moeders die niet op Marie Curie lijken
We staan in een kerk voor het beeld van een neusloze heilige
Je draagt de witte schoenen van je dode vader
Hij was een grote astronoom en een kleine cholerieke huistiran
Je moeder leeft nog, ze leeft voor haar geborduurde teckels
Maar toen je opgroeide was er een echte jaloerse teckel, Milord genaamd.
We keren terug naar ons hotel, het circus is in de stad
Enkele vermoeide clowns en gesarde olifanten stappen door de nauwe lanen
Drie kinderen kraaien van plezier, vier andere kinderen snoeren hen de mond
Ik neem een bad terwijl jij terugdenkt aan een film over Marie Curie
Eigenlijk vind je dat alle vrouwen op Marie Curie moeten lijken, en niet op je moeder.
Ik lijk op je moeder; ik ben hulpeloos en zoek troost bij dieren
Mijn plannen zijn opgeborgen en ik zal nooit nuttig of belangrijk worden
Ik probeer mijn borsten te bijten, maar ze glippen weg
Terwijl ik hier lig te weken staat mijn stoere geëmancipeerde nicht op een podium
In Moskou een zaal neurologen of landmeters de les te spellen over airco.
Zo relevant, airco
Zo mooi, mijn nicht met haar fatale benen en haar boerinnenwangen
En haar hals als een tere sage, en haar vulva als een argonnautische legende
Je klopt op de deur en vraagt of ik al verdronken ben
Ik antwoord: ‘Ja, maar ook daar heb ik honger!’
We eten repen chocolade en drinken kleine flesjes wodka
Je hebt de witte schoenen van je vader op het balkon gezet
Ze lijken op twee gedumpte foetussen
Als je me vannacht zwanger maakt plak ik morgen de neus terug op de heilige.
© Delphine Lecompte 2018
