
Recensie: De (t)huiszittergod door Jonathan Griffioen. 2022. Uitgeverij: Lebowski. ISBN: 9789048851003. Prijs: 19,99 euro
Recensent: Francine Maessen
Het mooi vormgegeven De (t)huiszittergod is de derde bundel van Jonathan Griffioen na zijn eerdere publicaties Wijk en Gedichten met een Mazda 626. Griffioens eerdere bundels onderscheidden zich door aandacht voor minima, mensen die in achterstandswijken wonen en straatcultuur, en alhoewel De (t)huiszittergod ook gaat over mensen aan de rand van de samenleving kiest de dichter hier toch voor een nieuwe insteek. Zijn nieuwste bundel focust zich op mensen met psychische problemen en hun eigen binnenwereld – vandaar de titel, mensen die in zichzelf leven maar daar een hele wereld te ontdekken hebben.
Met twee eerdere bundels die vrij sterk op elkaar leken is De (t)huiszittergod een fijne verrassing. Het leestempo is wat minder hectisch dan bij Wijk en Gedichten met een Mazda 626. Daar was dat hoge leestempo op zich wel passend, maar desalniettemin werkt het niet voor iedereen. In De (t)huiszittergod lijkt meer aandacht te zijn besteed aan het samenspel tussen vorm en inhoud, met een positionering en enjambement die soms doet denken aan Paul van Ostaijen maar met een meer intuïtieve dan parodische tekst. De vormgeving wordt ondersteund door prachtige typografie van Krijnie Gerritsen.
Thematisch richt de bundel zich dus op mensen met psychische problemen of stoornissen, of zoals Griffioen het zelf in dit werk zegt, de ‘gek’. Dit taalgebruik is in het Nederlands in onbruik geraakt omdat het als stigmatiserend wordt ervaren, maar past wel bij Griffioens meer volkse stijl, die vaak ook sterk vanuit de gerepresenteerde groep redeneert. Het is eenzelfde omgang met taal die we eerder ook in zijn andere bundels terugzagen, bijvoorbeeld in zijn weergave van straatcultuur, en die hij nu dus toepast op mensen die in psychiatrische instellingen wonen, begeleiding in een dagopvang ontvangen, of bij een psychiater lopen. Belangrijk is dat Griffioen deze groep totaal niet op één hoop gooit: hij creëert ruimte voor verschillende individuen en een grote diversiteit aan karakters. Ook schetst hij over het algemeen een positief beeld van de psychiatrie en psychiatrische hulpverlening:
maar wat als er geen
psychiaters meer zijn
als er geen psychiaters
meer zouden zijn
ik zou ze missen
ik zou ze heel erg missen (p. 42)
De (t)huiszittergod is een echte eenheidsbundel met een compleet doorlopende thematiek. Gedichten hebben geen eigen titels, en het is onduidelijk of de bundel alsnog wel uit losse gedichten bestaat of dat alles als één groot gedicht gezien kan worden. Toch is het niet enkel een lofzang, er zijn zeker ook wel kritische noten in de bundel te vinden, bijvoorbeeld op het verleden van de psychiatrie, met verwijzingen naar lobotomie. Ook hier benadrukt Griffioen de eigenheid van de individuele mens met eigen dromen en wensen die altijd erkend moeten blijven:
de (trechter op het hoofd
ragende) psychikus staat een gat te boren
in het hoofd van de man
die niet kan maar wel wil werken
die het moment dat de kei
uit zijn kop is gehaald zal gaan werken
extravert geworden man
hoopt op een gezin
om mee door het bos te
wandelen als een warm team
of zou hij van tevoren
al gedacht hebben
er zit een ondiep gat
in mijn leven ik wil een kind
ik kan niet wachten tot ik
oppervlakkig contact heb met mijn kind (p. 31)
De onderwerpen die Griffioen bespreekt staan voor veel mensen ver van hen af, maar Griffoens kracht zit ‘m erin dat hij ze een bepaalde dagelijksheid weet mee te geven. Zo normaliseert hij de levens van zijn personages en toont hij de grote rol die vormen van psychiatrische zorg altijd hebben ingenomen in onze samenlevingen.
je kunt ook zeggen
wat als er geen eeuwen meer zouden zijn
wat als de eeuwen om zijn
is de psychiatrie
niet even vanzelfsprekend als eeuwen (p. 43)
Griffioen creëert zo een liefdevol beeld van de psychiatrische sector, die toch vaak als eng is gerepresenteerd. In De (t)huiszittergod gaat het juist om de liefdevolle zorg die de sector lever aan een grote diversiteit van cliënten, de kennis en kunde van de zorgverleners en de omgang met de eigenheid van elke patiënt.
De (t)huiszittergod is zo een verrassende bundel die de ontwikkeling van Griffioen als dichter laat zien en nieuwsgierig maakt naar nieuw werk. De keuze voor een eenheidsbundel zonder titels werkt uitstekend en sluit goed aan bij de thematiek van het boek.
