Op de geboortedag van Gerrit Komrij (1944-2012) breng ik een recent verschenen themanummer van Zacht Lawijd. Literair-historisch tijdschrift (Amsterdam University Press) onder de aandacht. Wellicht kreeg het dossier nog maar weinig respons in Zuid-Afrika. Komrij is zoals voldoende gekend een brugfiguur tussen de literaire systemen van het Nederlands en het Afrikaans. Elders is al uitgebreid geschreven over diens brugfunctie als vertaler, bloemlezer en criticus. Over het archief Jonker is vorig jaar uitgebreid bericht, in het bijzonder over de rol die Komrij daarin speelde. Ook de selectie uit en de vertaling van Ingrid Jonkers poëzie in Ik herhaal je (met een monografie door Henk van Woerden) blijven op de radar staan: uitgeverij Podium in Amsterdam gaf in juli 2022 een zoveelste herdruk uit. In mijn binnenkort te verschijnen opstellenbundel Kwintet. Literaire dialogen tussen Afrikaans en Nederlands (2023) wijd ik een hoofdstuk aan Komrijs anthologie uit Breyten Breytenbachs poëzie. Niet zozeer esthetische maar veeleer politiek-ideologische maatstaven zijn ingezet om een eigenzinnige verzameling samen te stellen.
Ter gelegenheid van de verjaardag van Komrij voerde ik met Robert Dorsman een tweespraak. In De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (Bert Bakker, 1999) heeft de samensteller negen gedichten van Antjie Krog opgenomen. Een jaar eerder selecteerden Adriaan van Dis en Robert Dorsman zeven gedichten in O wye en droewe land. Honderd-en-een gedichten uit de Afrikaanse poëzie. Zij kozen voor andere teksten van Krog. Onderaan de bladzijden met Krogs gedichten zijn in een kleiner lettercorps Nederlandse vertalingen opgenomen. Komrij nam de gedichten in het Afrikaans over.
De tweespraak, een uitgebreid dubbel-essay met Dorsman als vertaler van Antjie Krog, handelt over het facettenoog van Komrij. Dorsman vraagt zich af waarom Komrij precies die negen gedichten selecteerde, naar zijn oordeel niet “representatief” voor Krogs poëzie tot de bundel Gedigte 1989-1995 (1995).
De tweespraak verschijnt op Voertaal. Deze bijdrage is een addendum bij het speciaal nummer van Zacht Lawijd, met onder meer aandacht voor de misogynie in Komrijs polemische teksten, diens betrokkenheid bij Olympia Press Nederland en de uitgaven van pornografische boekjes, over de genese van Verwoest Arcadië en een rechtszaak naar aanleiding van een hoogoplopend literair dispuut. Ook onuitgegeven en bibliofiel uitgegeven gedichten (in een beperkte oplage) worden in het tijdschrift afgedrukt. Bijzonder interessant is het artikel over de veiling van de boekencollectie van Komrij. Het herdenkingsnummer (2022, aflevering 4) is online te lezen: https://www.aup-online.com/content/journals/13775294/21/4.
De redactie hoopt “bij te dragen tot de blijvende belangstelling voor een van de veelzijdigste en invloedrijkste Nederlandse schrijvers van de tweede helft van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw”. Over de sleutelrol van Komrij valt nog heel veel te vertellen. In dat opzicht blijft het betreurenswaardig dat Komrij geen lemma kreeg in het overzichtswerk Verbintenis en Venster: die Nederlandstalige letterkunde van aanvang tot hede; ’n Literatuurgeskiedenis in Afrikaans (2 delen, Van Schaik Uitgewers, 2019). Het is met betrekking tot Komrijs beeldvorming van de Afrikaanse poëzie van belang selectiecriteria te bekijken die ten grondslag liggen aan tekstkeuzes en bijgevolg aan de idiosyncratische (en canoniserende) presentatie van schrijvers en hun oeuvres voor een Afrikaans en Nederlandstalig lezerspubliek.
