‘Die feit dat hy in opstand was toe ek ook in opstand was het ’n invloed op my werk gehad’
Diana Ferrus, postumiteit voor Breyten (Yves T’Sjoen)
‘Door het oog van de dichter’ is de titel van een gesprekkenreeks over de literaire nalatenschap van Breyten Breytenbach (1939-2024) en de impact op het schrijverschap van hedendaagse Afrikaans-, Engels- en Nederlandstalige dichters. Najaar 2026 verschijnt Postumiteiten voor Breyten in Zuid-Afrika, waarin de dialogen worden gebundeld. In een tweede deel met postumiteiten komen Breytenbach-navorsers aan het woord. Tot vandaag kwamen de volgende dichters aan bod: Joan Hambidge, Alfred Schaffer, Marlise Joubert, Antjie Krog, Louis Esterhuizen, Bernard Odendaal, Ilse van Staden, Andries Bezuidenhout, Diana Ferrus, Hein Viljoen, Pieter Madibuseng Odendaal, Klara du Plessis, Charl-Pierre Naudé, Nkateko Masinga, Erwin Mortier, Marius Crous en Gilbert Gibson. In de volgende afleveringen treden Heilna du Plooy en Alwyn Roux op.
De inleidende tekst met een toelichting bij de opzet van de interviewreeks over de literaire erfenis van Breyten Breytenbach kan hier worden gelezen: https://versindaba.co.za/2026/01/21/yves-tsjoen-postumiteiten-voor-breyten/. In totaal zijn veertig dichters uitgenodigd. De gespreksgenoten ontvangen allen dezelfde vijf vragen over hoe zij zich in hun schrijfwerk verhouden tot het oeuvre van Breytenbach.
Begin december 2025, kort voor haar beroerte, kreeg ik de gelegenheid op Voertaal, in de reeks ‘Postumiteiten voor Breyten’, met de bekroonde en zeer gewaardeerde schrijfster Diana Ferrus van gedachten te wisselen. Zij stuurde genereus haar reactie op mijn vragen. Zij liet weten: “Natuurlik sal ek wou bydra tot jou projek. Wat ’n eer!” (7 december) en “Dankie weereens vir die geleentheid om te skryf oor een van my groot skrywershelde” (17 december).
Dit is het laatste publieke interview met Diana Ferrus (1953-2026), vorige week op 72-jarige leeftijd overleden. Met dank aan de redactie van Voertaal. De bijdrage is gepubliceerd op 30 december 2025.
YT: Diana, is in het lyrisch werk van Breytenbach voor jou een afzonderlijke bundel of zelfs een esthetische fase aan te wijzen die om een specifieke reden jouw uitgesproken voorkeur geniet? De schrijver heeft in drie omvangrijke delen zijn verspreid gepubliceerde bundels samengebracht: Ysterkoei-blues. Versamelde gedigte 1964-1975, Die ongedanste dans. Gevangenisgedigte 1975-1983 en Die singende hand. Versamelde gedigte 1984-2014. Welke Breytenbach is voor jouw dichterlijke loopbaan betekenisvol gebleken? Verkies je het vroege werk of de ‘late style’ in Breytenbachs lyriek? Zou je zelf gewagen van een bepaalde literaire invloed, dus een moment of zelfs een gedicht dat jouw dichterschap in enigerlei mate mee heeft gestuurd?
DF: Breytenbach se werk se rykheid lê in die diversiteit van sy aanbiedinge. Ek dink dit spreek van grootsheid wanneer ’n digter hom/haarself kan vernuwe deur die byvoeging van verskillende style, genres. Vir my spreek die vroeëre werk van Breytenbach tot my. Die feit dat hy in opstand was toe ek ook in opstand was het ’n invloed op my werk gehad.
YT: Naast de expliciete maatschappijkritische poëzie zijn er de gedichten waarin de verbeelding van Afrika vorm krijgt, de vele liefdesgedichten, de lyriek waarin verval, verrotting en de dood bepalende motieven zijn, het nomadische Middenwereld-discours, de Zenboeddhistische gedichten. Is er een facet in Breytenbachs poëzie dat je met bijzondere belangstelling of affiniteit hebt gelezen?
DF: Ek is altyd in verwondering oor Breyten se liefdesgedigte en sy gedigte oor verganklikheid, die dood. Breyten, as ’n besonderse talentvolle digter, kon liefde omskep om maatskaplike kommentaar te lewer. Gedigte oor die dood en die oorledenes is ’n konstant in sy werk. Ook hier vermeng hy in sy boodskap kommentaar oor die lewe, hetsy privaat, polities of sosiaal.
YT: De schrijver heeft zich uitgedrukt in beschouwende en lyrische teksten. Daarnaast hield hij publieke toespraken, schreef zijn Notes from the Middle World, de trilogie met ’n Seisoen in die paradys, The True Confessions of an Albino Terrorist en Return to Paradise. De literaire genres waarin de schrijver zich uitsprak en een beeldrijk universum creëerde, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, wat ook over het schilder- en tekenwerk kan worden gezegd. Welke teksten kunnen jou begeesteren en welke leeservaring verbind je met particuliere teksten in het oeuvre?
DF: In ’n Seisoen in die paradys verskyn weer die egtheid van Breyten as mens, sy konstante besinning oor die mens, die natuur en sy strewe na die “paradys”, nie net vir homself nie maar vir almal daarom praat hy van “julle”. Hier vind ons die dromer wat verseg het om op te gee wat steeds uitroep dat daar vrede in die samelewing moet wees, ’n goeie verhouding tussen mens en natuur.
Mag die sterre en die berg en die stilte
Oor julle en julle gesin bly waak
Nou en more en more se aand
En elke van daardie dae se nag
YT: Hoe heb je zelf het werk van Breytenbach leren kennen? Welk beeld bewaar je van de kennismaking en is het in de loop van het leesparcours eventueel gewijzigd? Welke rol dicht je Breytenbach toe met betrekking tot het Afrikaans, dat hij een “bastertaal” noemde – een creoolse taal en vooral als een taal van Afrika zag?
DF: In my jonger jare het ek nie juis kennis van Breyten se werk gehad nie. Ons het dit nie op skool geleer nie. So ek het nie regtig sy werk deeglik geken nie maar wel waarvoor hy gestaan het en dat hy bereid was om sy lewe op te offer vir my vryheid. Hierdie gedagtes aan hom het my geïnspireer, het vereis dat ek ook vreesloos skryf. En veral sy opmerking oor Afrikaans het my geraak. Daarom het ek my deel gedoen deur ‘Afrikaans, ’n versoeningstaal’ en ‘Kom ons praat weer Afrikaans’ te skryf . Ek het groot dankbaarheid dat hy met sy aanmerkings Afrikaans vry gemaak het vir my.
YT: Kun je in een paar zinnen het grensverleggende en zelfs de iconische betekenis van de dichter Breytenbach onder woorden brengen? Of anders gezegd: hoe zou je zelf voor toekomstige lezers van Breytenbach, in Zuid-Afrika en elders, de poëzie aanbevelen?
DF: Die rebel van die Afrikaanse literatuur en kunste, die een wat die stryd teen Apartheid aangedurf het, een wat homself keer op keer vernuwe het, die een wat altyd teen onreg gestry het, die skrywer wat die estetiese in kuns kon vervolmaak het.
